Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen

Zeg het met een kaartje!

We kunnen het ons tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen, maar er is ooit een tijd geweest dat we ons zonder SMS, WhatsApp, Facebook en al die andere vormen van social media moesten redden. Om elkaar toch te kunnen feliciteren met een verjaardag of om te laten weten dat we het ontzettend naar ons zin hadden op ons vakantieadres, waren er de klassieke ansichtkaarten met postzegels … u weet wel: die rechthoekige dingen die we rechtsboven op de ansichtkaart plakten met de afbeelding van koningin Juliana.

Omdat technieken steeds moderner en beter werden had PostNL, of was het toen nog gewoon PTT Post?, het geweldige idee dat iedereen via internet zijn eigen postzegels kon ontwerpen en gebruiken. Voor ons verenigingslid Dirk Jobing een idee om gelijk mee aan de slag te gaan. Dit resulteerde uiteindelijk in een fraaie serie van 16 verschillende ansichtkaarten en vijf series met postzegels die voor filatelisten binnen de vereniging een fraaie aanvulling waren in de collectie. Op elk velletje met postzegels kon men een brandweerthema vinden uit lang vervolgen tijden.
Inmiddels zijn de vijf postzegelseries niet meer via de VBB verkrijgbaar, maar zijn tijdens de activiteiten waar de VBB zich presenteert nog wel de laatste ansichtkaarten te bemachtigen.

Serie 1 : Verrijdbare ladder
In Engeland was deze ladder bekend onder de naam “Escapeladder”, in Duitsland als “Abprotzleiter” en in Frankrijk werd dit type ladder vaak “la Rosalie” genoemd. Deze ladders werden ofwel met de hand of door paarden naar de brand gereden, dan wel later op een voertuig geplaatst.

Serie 2 : Handspuit
De op de postzegel gebruikte tekening is van Jan van der Heijden en maakt deel uit van een grotere afbeelding, waarin hij de tot dan toe gebruikte spuiten met vast waterkanon (zoals op de afbeelding) vergeleek met zijn eigen uitvinding. Met zijn hypermoderne uitvinding waren de vuurstrijders uit het verre verleden eindelijk in staat om vanaf de brandspuit met (toen nog lederen) slangen een binnenaanval uit te voeren op de vuurhaard. Deze nieuwe manier van brandbestrijding leidde als logische gevolg al snel tot de eerste ideeën over het gebruik van adembescherming voor de spuitgasten.

Serie 3: Redslurf
Op de plaats van een brand was het al snel een drukte van belang. Er moest geblust en gered worden waarvoor toen nog heel veel wat mensen voor nodig waren. Bovendien was ook ramptoerisme toen al geen onbekend fenomeen en keek men soms massaal hoe de halve wijk in de stad afbrandde. Op de afbeelding op de zegelserie is te zien, hoe men probeert mensen uit een brandend pand te redden met behulp van een “reddingsslurf”. Die werd aan het raamkozijn bevestigd en onderaan door mensen vastgehouden. Hierdoor ontstond er een soort van glijbaan, waardoor personen veilig uit een brandend gebouw konden ontsnappen.

Serie 4 : Stoombrandspuit
In de eerste helft van de 19e eeuw werd (eindelijk) de stoombrandspuit uitgevonden. Al snel bleek dat de aandrijving van de brandweerpomp door een mechaniek (in dit geval een stoommachine) aanzienlijke voordelen had boven door spierkracht aangedreven pompen. Het kostte minder mankracht en men kon langer achtereen water geven. Nadeel was aanvankelijk wel dat het soms enige tijd duurde alvorens de stoomspuit op temperatuur was en genoeg druk in de ketel had opgebouwd. Daarom was de stoombrandspuit eigenlijk vooral geschikt voor grotere inzetten. Op de afbeelding is een stoomspuit van Bikkers te zien, die bij de brandweer in Rotterdam in dienst is geweest. De afbeelding op de serie is afkomstig uit een oude brochure van Bikkers.

Serie 5 : Handbrandspuit met brandslangen
Toen de slangenbrandspuit algemeen was ingevoerd was het ook nodig dat men wist hoe deze het beste ondergebracht kon worden. Daarom zijn er veel afbeeldingen bewaard gebleven die aangeven hoe een spuithuisje ingericht moest worden en hoe de brandspuit het beste uitrukgereed stond voor een snelle inzet. De afbeelding op deze serie is daar een voorbeeld van. Men onderscheidt de zuigbuizen en zuigkorf die meegevoerd werden en de aanvalsslangen. Vaak was dit een tekening, die aangaf “hoe het zou moeten zijn”. In werkelijkheid waren er – getuige de opmerkingen in oude brandkeuren en verordeningen – ook spuithuisjes waar de pomp er minder “ideaal” bijstond.