Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen

Geslaagd mini symposium ‘Brandweergebouwen’

Zaterdag 7 december 2019 organiseerde de werkgroep Brandweerhistorie al weer haar 5e mini syposium. Tijdens dit lustrum stond het symposium dit keer in het teken van ‘Brandweergebouwen’. Gerard Koppers, onze hoeder van de Amsterdamse brandweergeschiedenis, legde daarbij uit dat een kazerne pas een kazerne genoemd mag worden als er ook daadwerkelijk in het gebouw geslapen wordt; althans in een daarvoor ook als dusdanig ingericht slaapvertrek.

Het mini symposium werd dit keer voor het eerst niet georganiseerd in het PIT Veiligheidsmuseum in Almere, maar in de kantine van brandweer Ede. Vanaf kwart voor tien werden de 26 belangstellenden van onze vaderlandse geschiedenis in de kantine gastvrij ontvangen met koffie en koek. Om half elf werd het symposium geopend door dagvoorzitter en verenigingslid René de Caluwé die zijn eerste herinneringen aan brandweergebouwen heeft toen hij als klein jongetje in de oude brandweergarage van Loenen aan de Vecht rondliep.

Na de inleiding door René was het de beurt aan Niels Roelofse van brandweer Cothen-Langbroek. Niels op humoristische wijze een kijkje naar de ontwikkelingen die uiteindelijk hebben geleid in de bouw van het nieuwe onderkomen de samengevoegde korpsen van Cothen en Langbroek waar sinds 2009 in gehuisvest zijn. Deze samenvoeging was niet door de regio afgedwongen, maar werd eigenlijk om praktische redenen door beide korpsen zelf voorgesteld tijdens besprekingen over het moderniseren van de beide brandweergarages in Cothen en Langbroek. Modernisering van deze garages was hard nodig omdat beiden niet meer voldeden aan de eisen van deze tijd. De nieuwe locatie moest het liefst tussen de beide dorpskernen in komen te liggen en na enig zoekwerk kwam uiteindelijk een driehoekig veldje aan de Cotherweg 14 in beeld. Omdat in de oude gebouwen op het stukje grond geen vleermuizen of andere beschermde dieren aanwezig bleken te zijn, kon het terrein zonder probleem snel aangewezen worden als de beoogde locatie voor een nieuw brandweeronderkomen. Uniek detail van het nieuwe onderkomen is de aanwezigheid van een rieten dak met een in riet uitgesneden brandweerlogo op de gevel. Het korps van Cothen-Langbroek is één van de vier brandweerposten binnen de Veiligheidsregio Utrecht die gespecialiseerd is in de bestrijding van rieten kapbranden. Dit specialisme wordt niet alleen verleend binnen de Veiligheidsregio Utrecht zelf, maar jaarlijks wordt er ook meerdere malen assistentie verleend aan korpsen buiten de regio.

Na de presentatie over wat toen het meest moderne brandweergebouw van Nederland was, nam Henny van Haasteren-Verhagen namens de werkgroep Brandweerhistorie de aanwezigen mee in een zoektocht naar de restanten van brandspuithuisjes die in ons land nog talrijk te vinden zijn. Sommigen brandspuithuisjes zijn nog in hun volle glorie te bewonderen en als dusdanig herkenbaar, terwijl andere brandweergebouwen in de loop der tijd zijn verbouwd voor een ander gebruik, zoals bijvoorbeeld als woonhuis of zelfs restaurant. Vooral van het laatste zijn meerdere voorbeelden in ons land te vinden, zoals de oude kazernes van Leeuwarden en Maastricht. Omdat veel brandspuithuisjes uit het verleden een andere functie hebben gekregen, wordt door de werkgroep elk jaar wel weer nieuwe ontdekkingen gedaan en kunnen nieuwe onderkomens aan het overzicht worden toegevoegd.

Op dit moment zijn Cees en Henny druk bezig om hun zoektocht te bundelen in een boekwerkje die hopelijk volgend jaar het levenslicht gaat zien. Inmiddels was ook de middag aangebroken en was het tijd geworden voor een gezamenlijke lunch.

Als eerste gastspreker van de middag nam Peter Snellen iedereen mee naar het Brabantse Eindhoven en de ontwikkeling van spuithuisjes naar kazernes in deze stad. De stad Eindhoven ontwikkelde zich in de loop der tijd langs de vele uitvalswegen van het centrum naar andere belangrijke plaatsen in de omgeving. Eerst was er nog sprake van alleen lintbebouwing langs deze wegen, maar omdat de stad steeds verder uitgroeide en meer woon- en werkruimte vroeg, werden ook de tussenliggende velden volgebouwd. Ook de aanwezige industrie in de stad beschikte vaak over een eigen bedrijfsbrandweer. Eén van de bekendste bedrijfsbrandweerkorpsen in Eindhoven was die van Philips en als brandweer Eindhoven het niet meer alleen afkon, werd al gauw een beroep gedaan op het moderne materieel van de Philips bedrijfsbrandweer. Zo was één van twee grootste ladderwagens (37 meter) die ooit in Nederland inzetbaar waren, van 1974 tot opheffing van de bedrijfsbrandweer in 1998 in dienst bij de bedrijfsbrandweer van Philips in Eindhoven.

Dagvoorzitter René de Caluwé nam als tweede gastspreker van het middagprogramma de belangstellenden mee in zijn zoektocht naar de relatie tussen kazernes en de culturen binnen de brandweer in binnen- en buitenland. Zo zitten de brandweerlieden in Nederland maximaal aan de frisdrank tijdens de dienst, terwijl in andere landen zoals bijvoorbeeld Portugal de brandweerlieden vaak ook wat sterkers inschenken. Wat wel als rode draad in de presentatie naar voren kwam, was de liefde voor eten, de familiaire band tussen de collega’s, de onderlinge humor en de trots die brandweerlieden over de hele wereld hebben voor hun werk en hobby. Als prachtig voorbeeld gaf René de verbouwing van de keuken van de kazerne van Haarlem-Oost aan. Deze keuken kon niet meer aan de wensen van de brandweerlieden te voldoen, maar voor verbouwing bleek er helaas geen financiën beschikbaar te zijn. In plaats van net zolang blijven mopperen tot aan een moment dat het geld er wel was, stroopte de brandweerlieden de mouwen op onder het motto ‘Geen geld? Dan doen we het zelf wel’ en bouwden in eigen beheer de oude keuken om tot een gastronomisch wonder die in een gemiddeld restaurant zeker niet zou misstaan. Dat ook in moderne tijden de historie binnen de brandweer levend gehouden wordt, bewijst de Veiligheidsregio Fryslân die het beheer heeft over 66 uitruklocaties. Hoewel vrijwel alle nieuw onderkomens volgens één en hetzelfde model worden gebouwd, kent elk gebouw haar eigen ruimte goed zichtbaar vanaf de openbare weg en die ruimte biedt om de geschiedenis van het korps aan de buitenwereld te presenteren. Ook de brandweerhumor werd door René aangehaald met als voorbeeld het vastplakken met duct tape van een muizenval aan een lichtschakelaar op de slaapkamer.

Als laatste gastspreker van de dag nam Gerard Koppers de aanwezigen mee naar de historie van de kazernes in Amsterdam. Met oprichting van de beroepsbrandweer in 1873 en het gebruik van de telegraaf voor het doorgeven van meldingen, ontstond al snel de noodzaak om kazernes een letteraanduiding te geven, zodat iedereen wist of men wel of niet moest uitrukken. Hiervoor kreeg elke kazerne een letter volgens het spellingsalfabet van het ‘Staatsbedrijf der Posterijen en Telegrafie’. Ook na invoering van roepnummers op de Amsterdamse brandweervoertuigen blijft men tot op heden veelal nog steeds gebruik maken van deze letteraanduidingen. Van oorsprong werden voor de namen de namen gebruikt van manspersonen, maar in de gemeenteraad van Amsterdam werd later afgedwongen dat er ook vrouwspersonen werden vernoemd in de kazernenaam. Zo verrees in Osdorp de ‘Fanny Blankers-Koen Kazerne’ en was het de bedoeling om aan de kazerne de naam Frida te verbinden. Hierbij liep men volgens Gerard in de praktijk soms wel tegen wat zeer bijzondere situaties aan als via de mobilofoon te horen was dat ‘Hendrik gaat sporten op Frida!’ Dit is dan ook de reden dat aan de Ookmeerweg ‘Autospuit Osdorp’ in dienst staat en niet ‘Autospuit Frida’. Na het hele alfabet doorgelopen te zijn en de aanwezigen precies wisten welke letter van welk jaar tot welk jaar aan welke kazerne verbonden was, nam Gerard iedereen nog even mee naar de toekomst. Aan het Galwin in het Westelijk havengebied werd op 12 juni 2019 de eerste paal geslagen van de nieuwe kazerne van de Gezamenlijke Brandweer Amsterdam. Als volgens goed Amsterdamsch gebruik aan deze nieuwe kazerne ook een telegraafaanduiding wordt toegekend, dan zou het dus zomaar kunnen gebeuren dat vanaf het eerste kwartaal van 2020 via de mobilofoon ‘Autospuit Gerard’ te horen is. Aan het gezicht van Gerard kon iedereen meteen wel aflezen dat dit een hele vurige wens van hem was, want bij het uitspreken van de roepnaam alleen al glunderde hij van oor tot oor.

Na deze laatste presentatie vatte René de Caluwé het mini symposium kort samen en de verschillende rode draden die in de presentaties terug te vinden waren. Hierna werd de dag afgesloten en was er nog kort gelegenheid voor een onderling sociaal samenzijn van de aanwezigen. Namens de werkgroep worden de verschillende gastsprekers hartelijk bedankt voor hun inbreng tijdens deze geslaagde dag en de brandweer van Ede voor hun gastvrije ontvangst in de kantine van hun brandweeronderkomen.

Van deze bijeenkomst is een syllabus gemaakt en deze kunt u hier downloaden. De syllabus wordt uitgegeven door de Werkgroep Brandweer Historie van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen (VBB) ter gelegenheid van het minisymposium ‘Brandweergebouwen’ te Ede, op 7 december 2019.

Bianca van Haasteren
Werkgroep Brandweerhistorie

foto’s bij het artikel: Rinus Oosthoek en Peter IJzerman