logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage Index voertuigennieuws


Beschrijving beveiligingsvoertuig

Voorwoord

Op 29 juli 1998 overviel de brandweer van Zaventem een tragisch verlies: verpleger Bruno Muyldermans (1967) kwam om in een verkeersongeval op de ring 0, terwijl hij bezig was met het verlenen van hulp aan de slachtoffers van een ander verkeersongeval.  Een van de redenen van het ongeval was het feit dat de hulpverleners te laat werden opgemerkt door het aanrijdende voertuig.

Een werkgroep bij de brandweer van Zaventem, met officieren en verplegers van de brandweer maar ook de brigadecommandant van de Rijkswacht Zaventem, de politiecommissaris van Zaventem en de commandanten van de PVE’en Reyers en Oudergem, analyseerde het probleem en kwam uiteindelijk op de proppen met een reeks aanbevelingen

Een betere opleiding van het personeel om ze gevaarsbewust te maken en om ze correct en veilig te leren werken op de autosnelwegen was er één van.  Deze opleiding werd gegeven aan alle brandweermannen door de commandant van de PVE Oudergem en de tekst ervan is ondertussen verspreid naar heel wat brandweerkorpsen en andere geïnteresseerden in België, hierbij inbegrepen de twee verantwoordelijke ministeries (Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken) en de Koninklijke Belgische Brandweerfederatie, afgekort KBBF.

Een tweede aanbeveling was het ontwikkelen van een “systeem” waarbij op geruime afstand voor het ongeval de bestuurders reeds aandachtig worden gemaakt op de komende verkeerssituatie.  Eerst was geopteerd voor een aanhangwagen met signalisatiepaneel, tot de manschappen zelf te kennen gaven zeker niet met een aanhanger aan een klein voertuig achter de ambulance aan te willen razen.  Uiteindelijk werd er dus geopteerd voor een speciaal voertuig met ruim voldoende signalisatie en twee degelijk geschoolde personeelsleden om reeds 100 m op voorhand de aankomende bestuurders te waarschuwen.

Na een inwerkperiode waarin een eigen voertuig licht werd aangepast voor deze taak, kunnen we nu van start gaan met het definitieve voertuig dat hier aan u wordt voorgesteld.



Technische omschrijving van het voertuig

Het basisvoertuig is een Mercedes Sprinter, uitgerust met een NDI-dieselmotor met een vermogen van 167 pk.  De overbrenging is gerealiseerd met een automatische versnellingsbak van het type “Sprintslift”.  Geheel dezelfde configuratie is ook voorzien voor de op stapel staande ambulance, dit om eenvormigheid en dus gebruiksgemak te optimaliseren.

Om het starten vlot te laten verlopen is het motorblok permanent voorverwarmd op een temperatuur van 60°C via een externe stroomvoorziening.

De bestuurderscabine is van het verlengde type, zodat achteraan de nodige ruimte is voor klein materieel zoals signalisatievesten, handlampen, een megafoon, draagbare radio’s en dergelijke.  Achteraan bevinden zich ook de reservebatterijen en laadsysteem met veiligheden, een zeer complex geheel.  Tenslotte is er ook een kastje voorzien met allerhande reservezaken zoals lampjes en zekeringen.

Vooraan in de cabine vinden we naast de basisuitrusting een InCar-navigatiesysteem met GPS en een UDS-systeem (Unfalldatenspeicherung), een soort zwarte doos zeg maar, waarop men na een ongeval de gegevens van de laatste minuten (snelheid en dergelijke, geen gesprekken!) kan reconstrueren.

Eveneens vooraan zijn twee mobiele radioposten geplaatst, zodat enerzijds de werkfrequentie van het hulpcentrum 100 en anderzijds de eigen werkfrequentie tegelijkertijd kan worden beluisterd.

Tenslotte vindt u in een middenconsole tussen bestuurder en passagier alle sturingen en bedieningen (paneel, verlichting, geluidssignaal, groepen, …) zodat de beide inzittenden deze kunnen bedienen.


De achteropbouw van het koetswerk is met neergeklapt paneel niet te onderscheiden van een gewone bestelwagen.  Aan beide zijden vinden we een door een rolluik gesloten berging.  Hierin bevinden zich 10 reflecterende verkeerskegels van het grotere type geschikt voor autosnelwegen en 10 blauwe uitneembare flitslichten met automatische synchronisatie tot looplicht.  Dezelfde uitrusting bevindt zich zowel links als rechts, zodat steeds langs de veilige kant ten opzichte van het verkeer kan worden gewerkt.

Achter deze berging werden twee stroomaggregaten geplaatst die instaan voor de stroomvoorziening van alle verbruikers.  Deze beide groepen kunnen door een druk op de knop van in de cabine (ook tijdens het rijden!) worden gestart.  Als echter de werkende groep zou uitvallen kan de tussentijd tot de tweede groep gestart is, worden overbrugd met de reeds eerder vermelde batterijen.  De autonomie dezer is 2 à 3 uur.  Een optisch (groen zwaailicht) en akoestisch signaal maakt er de bemanning van het voertuig (die niet noodzakelijk voortdurend bij hun voertuig staan) op attent dat de batterij in werking is gesteld.

Behalve de normale verlichting die op elk voertuig aanwezig is, is op de beveiligingseenheid heel wat extra verlichting voorzien.  In de eerste plaats is er natuurlijk de opvallende plaat achteraan, met een links- of rechtswijzende pijl of een kruis, afgekeken van de wegenwerken, geflankeerd door vertragende neergaande blauwe flitslichten.  Verder is er onderaan een directionele verlichting die samenwerkt met de mistlamp om bij mistig weer laag boven de grond nog een richtingaanwijzing te hebben.

Een directionele verlichting vinden we eveneens in de lichtbalk bovenop de cabine, zodat een richtingaanwijzing kan worden gegeven als de plaat niet rechtop staat.

In diezelfde lichtbalk vinden we achteraan nog blauwe en rode flitslichten, blauwe zwaailichten en een herhaling van achterlichten, remlichten en pinklichten, vooraan zien we blauwe en rode flitslichten en een afzonderlijk uit te schakelen set witte veeglichten (traffic clearing lights).  Om het voorliggend verkeer van onze komst te waarschuwen zijn er ook blauwe kalenderflitslichten en pinkende koplampen voorzien.  Tenslotte zijn er ook achteraan op ooghoogte blauwe flitslampen geplaatst om dicht achterrijdend verkeer te waarschuwen dat zij achter een prioritair voertuig rijden (dat dus soms wel eens onverwachte dingen kan doen, zoals plots stoppen of van rijvak veranderen).  Wanneer het paneel wordt opgericht, zal automatisch de achterzijde van de lichtbalk en de blauwe achteruitgerichte flitslichten uitvallen, dit om verblinding en interferentie met het paneel te voorkomen.

Wat betreft prioritaire geluidssignalen is er gekozen voor een elektronisch signaal met whail en yelp (korte en langzame frequentieveranderingen, vergelijkbaar met politiewagens), die voor andere verkeersdeelnemers merkelijk beter te localiseren zijn dan de vroegere tweetoon, met daar eventueel bovenop een Martinhörn, een zeer lawaaierige tweetoon.   Tenslotte beschikt het voertuig over een PAS, een Public Address System, waarmee men dus via een luidspreker op het dak omstaanders kan toespreken.  Het is evident dat al deze zaken, inclusief het oprichten van het paneel, kunnen gebeuren vanuit de cabine, zonder dat de bemanning moet uitstappen en zich in een onbeschermde situatie begeven.

De kleur van de beveiligingseenheid is het niet-fluorescerende citroengeel dat door een KB uitgaande van het Ministerie van Volksgezondheid is voorgeschreven voor alle nieuwe ambulances.  Er is bewust niet gekozen voor de fluorescerende verf, zoals sommige van onze oudere vrachtwagens (maar dan oranje in plaats van geel) omwille van een aantal praktische aspecten: milieuvriendelijkheid en verwerkingsmogelijkheden, waar de fluorescerende verf zeer slecht scoort.  Om diezelfde reden zijn wij ook voor de brandweervoertuigen aan het overschakelen op een niet-fluorescerende verf.

Er werd gekozen voor geel omdat dit ook de kleur is van de ambulances (waar dit voertuig meestal mee zal samenwerken) en ook omdat dit de meest zichtbare kleur in het spectrum is.  Vele studies wijzen immers uit dat er merkelijk minder ongevallen gebeuren met interventievoertuigen die geel geschilderd zijn dan met witte of rode voertuigen, en dit zowel bij dag als bij nacht.

Om in zeer donkere omstandigheden en in het ongelukkige geval dat het voertuig zonder licht moest vallen toch nog zichtbaar te zijn is er gekozen voor een reflecterende striping van 3M op voor- en zijkanten van het voertuig.  Ook de visgraat achteraan is reflecterend.  De striping omvat enerzijds een gele contourmarkering op voor- en zijkant en een parallellogrammenpatroon.  Dit patroon is overgenomen van de reeds in dienst zijnde voertuigen van onze brandweer, dit om de gelijkvormigheid zo hoog mogelijk te houden.  Er werd wel voor rode parallellogrammen gekozen in plaats van gele omdat die beter opvallen tegen de gele achtergrond van het voertuig, hetzelfde geldt trouwens voor de gele parallellogrammen op de rode achtergrond van onze andere voertuigen.

Het nieuwe, nu voorgestelde voertuig is zeer opvallend, dat kan niemand tegenspreken.  Echter, behalve het oprichten van het paneel zijn ook nog een aantal andere activiteiten nodig, zoals het plaatsen van kegels en lampen en het geleiden en tot voorzichtigheid aanmanen van het verkeer.  Het personeel moet daartoe de wagen verlaten en de autoweg op.  Zij moeten dan ook zelf goed zichtbaar zijn, en de hiervoor Europees geldende norm is de EN 471.  Er is daarom gekozen om het personeel in de beveiligingseenheid uit te rusten met aan de norm EN 471 voldoende kledij, met name in de klasse 3 voor zichtbaarheid en 2 voor reflectiegraad van de stof (het eerste getal geeft eigenlijk de oppervlakte fluorescerende en reflecterende stof, het tweede getal de kwaliteit van het reflecterend materiaal, en er is telkens voor de hoogste klasse gekozen).

Verder is er bewust gekozen voor geel omdat dit enerzijds nog zichtbaarder is dan oranje, maar ook om de beveiligingseenheid duidelijk te onderscheiden van de ambulancebemanning.  De blauwe boord onderaan komt dan weer overeen met de blauwe boord onderaan de vesten van de ambulancebemanning om toch de samenhang te bewaren.  De vesten van de ambulancebemanning zijn overigens zoals het ministerie van Volksgezondheid al enkele jaren zegt te zullen voorschrijven (maar het nog steeds niet heeft gedaan).

Een studie werd uitgevoerd om de beste prijs/kwaliteitverhouding van vesten uit te zoeken, en de keuze voor de aankoop is gevallen op de firma Partner met vesten van Sioen uit Ardooie.

Bron: Persmap Ring0 - beveiligingseenheid.

Met dank aan Kapt. ir. Kamiel Heyvaert en Lt. Ir. A. Stoffels, Sgt. Maj Hernalsteen en Brm. Stef Vandersmissen - brandweerdienst Zaventem.

Redactie en coördinatie: Kpl. Jean-Paul Heyens - Brandweer Sint-Gillis-Waas


Terug naar Fotogalerij Zaventem