![]() |
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen |
Verbindingen en
commandovoering bij de rampenbestrijding
foto's : B.J. van
Deelen
Het ministerie van Binnenlandse Zaken is
systeemverantwoordelijk voor de verbindings-infrastructuur
waartoe ook de verbinding/commandovoertuigen (VC's) behoren.
De huidige, door BiZa gesubsidieerde, VC's van de brandweer
voldoen niet meer aan de operationele behoefte op het
rampterrein. Na onderzoek is vastgesteld dat voertuigen en
verbindingsapparatuur technisch, operationeel en economisch als
afgeschreven dienen te worden beschouwd en vervanging op korte
termijn noodzakelijk is. Hiertoe is beleid vastgesteld dat moet
leiden tot de verwerving van een aantal verbinding/commando-units
(VCU's).
![]() |
Naast de VCU's zal de verbindingsbehoefte gedekt worden door een relatief eenvoudiger verbindingsvoertuig, de zogenaamde VC-2. De VC-2 is in eerste plaats het verbinding/commando instrumentarium van de brandweercompagnie. In de meest eenvoudige vorm geschikt voor monodisciplinair optreden. Bij opschaling zal de VC-2, in het geval van een groeiende calamiteit, tevens faciliteiten moeten kunnen bieden aan de operationele leiding van politie, ambulancedienst of andere hulpverleners. |
Vanuit de visie zoals geformuleerd in de zogenaamde "Leidraad voor de brandweercompagnie voor de grootschalige technische hulpverlening waaronder brandbestrijding en redding", werd verbindingenbeleid voorbereid dat resulteerde in een opschalingsmodel verbindingcommando-systeem voor de brandweerorganisatie. In dit model is gebruik gemaakt van drie elkaar opvolgende verbindingsvoertuigen, te weten VC-3. VC-2 en VCU.
De VC-3 betreft het voertuig voor de OVD/pelotonscommandant en kan tevens worden gebruikt als verbindings voertuig ten dienste van het brandweerpeloton. Het voertuig wordt verondersteld, door de korpsen zelf, vanuit de basis-brandweerzorg te worden ingevuld.
De VC-2 is een voertuig voor de commandant van de
brandweercompagnie. Dit voertuig moet ruimte bieden voor overleg.
Van hieruit wordt het compagniesnet "beheerd" met
verbindingen naar onderliggende pelotons (VC-3's). Tevens kunnen
vanuit de VC-2 verbindingen worden gelegd naar het CoRT (VCU) en
de regionale alamcentrale.
Bij opschaling zal indien een CoRT wordt ingesteld dit team,
totdat een VCU beschikbaar is, in eerste aanleg gebruik maken van
een VC-2. In ca. 90 % van de gevallen zal dit voertuig de
maximale verbindingstechnische opschaling zijn en gebruikt kunnen
worden voor een bepaalde multidisciplinaire inzet met andere
hulpverlenende diensten, zowel op het gebied van de verbindingen
als voor de commandovoering.
De VCU dient onderdak te bieden aan het CoRT en zal worden
ingezet als een CoRT is gevormd of meerdere compagnieën
zijn/worden ingezet. Door de directie B&R (Brandweer &
Rampenbestrijding) is thans een VCU ontwikkeld welke zowel uit
vergader/commandoruimte bestaat als van de nodige
verbindingstechnische middelen voorzien is.
![]() |
Momenteel zijn twee prototypen VCU door
het brandweerveld beproefd. Na deze testfase zal het
bestek worden aangepast en zal een aantal VCU's worden
verworven. Het aantal zal aan de hand van nieuw te
ontwikkelen beleid worden vastgesteld. Het is de
bedoeling dat de stationering van de VCU's zodanig is dat
in geval van calamiteiten de voertuigen binnen een
aanvaardbare tijd operantioneel kunnen zijn. foto : VCU reg.brandweer Zuid-Oost Noord-Brabant |
Indien de operationele prestaie-eisen goed zijn gedefinieerd
en afgestemd en daar bijvoorbeeld uit blijkt dat de VCU binnen 2
uur inzetgereed op een bepaalde lokatie ten behoeve van het CoRT
beschikbaar is, kan berekend worden hoeveel en waar VCU's in
Nederland aanwezig moeten zijn.
Vooralsnog wordt verwacht dat kan worden volstaan met 5 á 6
gelijkmatig over het land verdeelde VCU's. De verhouding
"VCU / VC-2" dient in een verantwoorde relatie tot
elkaar te worden gebracht.
Het project VC-2
| Het project VC-2 is begin 1996 van start gegaan. In het projectteam, onder leiding van de directie Brandweer en Rampenbestrijding, werd het belangrijk geacht dat toekomstige gebruikers, vertegenwoordigd in de onder de Nederlandse Brandweer Federatie (NBF) ressorterende commissies, een daadwerkelijk inbreng hadden. Derhalve werd voor de bemensing van het projectteam een beroep op de NBF gedaan. Uit de commissie Repressie (operationele aspecten), Materieel (voertuigentechniek) en Telematica (telecommunicatie en informatica) werden projectmedewerkers gerecruteerd. | ![]() |
Tevens werd voor het interdisciplinaire verbindingsdeel ondersteuning ondervonden van politie (KLPD), ambulance hulpverlening (GGD), de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (Reddingsbrigades Nederland) en het Rode Kruis.
![]() |
De projectopdracht was : het realiseren en verwerven van maximaal 61 VC-2 verbindingsvoertuigen op het niveau van verbindingen ten behoeve van de brandweercompagnie volgens een nader vast te stellen programma van eisen. De verbindingsmiddelen dienen voldoende te zijn voor de verbindingen ten behoeve van de brandweercompagnie en de bijbehorende logistieke activiteiten. Gezien de grote verschillen in bedrijfsprocessen, dient tussen de operationele en logistieke verbindingen een duidelijke scheiding te bestaan. Gestreefd dient te worden naar het tot stand komen van een prototype begin 1997 en het starten van de seriebouw eind 1997/begin 1998. Voorts zal in 1998, naar thans mag worden verwacht, de seriebouw worden afgerond. |
![]() |
afbeelding I : het concept voor de VC2
Tijdens het opstellen van het programma van eisen werd al
snel duidelijk dat voor een bruikbare multidiscilinaire
uitvoering het verbindings-en commandodeel, conform de VCU,
gescheiden zou moeten worden. Besloten werd een standaard
verbindingsvoertuig, waarin alle verbindingsmogelijkheden van
zowel brandweer, ambulancedienst en politie zijn ondergebracht,
en een daarbij behorende commandohaakarmbak, als
multidisciplinaire vergaderfaciliteit, te laten ontwikkelen. Het
bestek is medio 1996 vastgesteld en vervolgens werd de
verwervingsprocedure gestart. Nog eind 1996 werd de opdracht aan
KPN-autolease gegund, het voertuig bestaat uit een chassis-cabine
van Mercedes-Benz ( De Sprinter) terwijl de verbindingen door
PTT-Telecom zullen worden verzorgd. Ook de commandohaakarmbak zal
door KPN-autolease worden gebouwd. Het is de bedoeling dat elke
regio de beschikking krijgt over één commandohaakarmbak. Naar
verwachting zal het grootste deel van deze commandobakken eind
1997 zijn geleverd. Volgens planning kan hierna de bouw van de
verbindingsvoertuigen van start gaan waarvan er ca. 3 per week
kunnen worden afgeleverd. Eind 1998 dient de opdracht volledig te
zijn uitgeleverd. Klik hier
voor gedetaileerde beschrijving.
![]() |
Afbeelding II : Het concept voor de Commandohaakarmbak (COH)
Alvorens met de seriebouw aan
te vangen zullen de bestekeisen nader in het brandweer-en
rampenbestrijdingsveld worden beproefd. Dit zal medio 1997
geschieden door middel van het testen van een zogenaamd
"standmodel". De beproeving zal, gezien de eerder
opgedane ervaring, bij voorkeur geschieden door brandweerregio's
die destijd aan de beproeving van het prototype VCU hebben
deelgenomen. Verwacht wordt dat, gezien de overeenkomst met de
commandohaakarmbak behorende bij de VCU, deze sneller getest kan
worden dan het verbindingsvoertuig, derhalve kan de
commandohaakarmbak waarschijnlijk eerder in productie worden
genomen dan het verbindingsvoertuig, zodat het leeuwendeel
hiervan nog in 1997 geleverd zal kunnen worden.Gedetailleerde
beschrijving