logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage Achtergronden Brandweerverbindingen

Verbindingen en commandovoering bij de rampenbestrijding
foto's : B.J. van Deelen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is systeemverantwoordelijk voor de verbindings-infrastructuur waartoe ook de verbinding/commandovoertuigen (VC's) behoren.
De huidige, door BiZa gesubsidieerde, VC's van de brandweer voldoen niet meer aan de operationele behoefte op het rampterrein. Na onderzoek is vastgesteld dat voertuigen en verbindingsapparatuur technisch, operationeel en economisch als afgeschreven dienen te worden beschouwd en vervanging op korte termijn noodzakelijk is. Hiertoe is beleid vastgesteld dat moet leiden tot de verwerving van een aantal verbinding/commando-units (VCU's).

VC2 biza (Foto : Marc Dudink) Naast de VCU's zal de verbindingsbehoefte gedekt worden door een relatief eenvoudiger verbindingsvoertuig, de zogenaamde VC-2. De VC-2 is in eerste plaats het verbinding/commando instrumentarium van de brandweercompagnie. In de meest eenvoudige vorm geschikt voor monodisciplinair optreden. Bij opschaling zal de VC-2, in het geval van een groeiende calamiteit, tevens faciliteiten moeten kunnen bieden aan de operationele leiding van politie, ambulancedienst of andere hulpverleners.

Vanuit de visie zoals geformuleerd in de zogenaamde "Leidraad voor de brandweercompagnie voor de grootschalige technische hulpverlening waaronder brandbestrijding en redding", werd verbindingenbeleid voorbereid dat resulteerde in een opschalingsmodel verbindingcommando-systeem voor de brandweerorganisatie. In dit model is gebruik gemaakt van drie elkaar opvolgende verbindingsvoertuigen, te weten VC-3. VC-2 en VCU.

De VC-3 betreft het voertuig voor de OVD/pelotonscommandant en kan tevens worden gebruikt als verbindings voertuig ten dienste van het brandweerpeloton. Het voertuig wordt verondersteld, door de korpsen zelf, vanuit de basis-brandweerzorg te worden ingevuld.

De VC-2 is een voertuig voor de commandant van de brandweercompagnie. Dit voertuig moet ruimte bieden voor overleg. Van hieruit wordt het compagniesnet "beheerd" met verbindingen naar onderliggende pelotons (VC-3's). Tevens kunnen vanuit de VC-2 verbindingen worden gelegd naar het CoRT (VCU) en de regionale alamcentrale.
Bij opschaling zal indien een CoRT wordt ingesteld dit team, totdat een VCU beschikbaar is, in eerste aanleg gebruik maken van een VC-2. In ca. 90 % van de gevallen zal dit voertuig de maximale verbindingstechnische opschaling zijn en gebruikt kunnen worden voor een bepaalde multidisciplinaire inzet met andere hulpverlenende diensten, zowel op het gebied van de verbindingen als voor de commandovoering.

De VCU dient onderdak te bieden aan het CoRT en zal worden ingezet als een CoRT is gevormd of meerdere compagnieën zijn/worden ingezet. Door de directie B&R (Brandweer & Rampenbestrijding) is thans een VCU ontwikkeld welke zowel uit vergader/commandoruimte bestaat als van de nodige verbindingstechnische middelen voorzien is.

Momenteel zijn twee prototypen VCU door het brandweerveld beproefd. Na deze testfase zal het bestek worden aangepast en zal een aantal VCU's worden verworven. Het aantal zal aan de hand van nieuw te ontwikkelen beleid worden vastgesteld. Het is de bedoeling dat de stationering van de VCU's zodanig is dat in geval van calamiteiten de voertuigen binnen een aanvaardbare tijd operantioneel kunnen zijn.
foto : VCU reg.brandweer Zuid-Oost Noord-Brabant

Indien de operationele prestaie-eisen goed zijn gedefinieerd en afgestemd en daar bijvoorbeeld uit blijkt dat de VCU binnen 2 uur inzetgereed op een bepaalde lokatie ten behoeve van het CoRT beschikbaar is, kan berekend worden hoeveel en waar VCU's in Nederland aanwezig moeten zijn.
Vooralsnog wordt verwacht dat kan worden volstaan met 5 á 6 gelijkmatig over het land verdeelde VCU's. De verhouding "VCU / VC-2" dient in een verantwoorde relatie tot elkaar te worden gebracht.

Het project VC-2

Het project VC-2 is begin 1996 van start gegaan. In het projectteam, onder leiding van de directie Brandweer en Rampenbestrijding, werd het belangrijk geacht dat toekomstige gebruikers, vertegenwoordigd in de onder de Nederlandse Brandweer Federatie (NBF) ressorterende commissies, een daadwerkelijk inbreng hadden. Derhalve werd voor de bemensing van het projectteam een beroep op de NBF gedaan. Uit de commissie Repressie (operationele aspecten), Materieel (voertuigentechniek) en Telematica (telecommunicatie en informatica) werden projectmedewerkers gerecruteerd.

Tevens werd voor het interdisciplinaire verbindingsdeel ondersteuning ondervonden van politie (KLPD), ambulance hulpverlening (GGD), de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (Reddingsbrigades Nederland) en het Rode Kruis.

De projectopdracht was : het realiseren en verwerven van maximaal 61 VC-2 verbindingsvoertuigen op het niveau van verbindingen ten behoeve van de brandweercompagnie volgens een nader vast te stellen programma van eisen. De verbindingsmiddelen dienen voldoende te zijn voor de verbindingen ten behoeve van de brandweercompagnie en de bijbehorende logistieke activiteiten. Gezien de grote verschillen in bedrijfsprocessen, dient tussen de operationele en logistieke verbindingen een duidelijke scheiding te bestaan. Gestreefd dient te worden naar het tot stand komen van een prototype begin 1997 en het starten van de seriebouw eind 1997/begin 1998. Voorts zal in 1998, naar thans mag worden verwacht, de seriebouw worden afgerond.

 

afbeelding I : het concept voor de VC2

Tijdens het opstellen van het programma van eisen werd al snel duidelijk dat voor een bruikbare multidiscilinaire uitvoering het verbindings-en commandodeel, conform de VCU, gescheiden zou moeten worden. Besloten werd een standaard verbindingsvoertuig, waarin alle verbindingsmogelijkheden van zowel brandweer, ambulancedienst en politie zijn ondergebracht, en een daarbij behorende commandohaakarmbak, als multidisciplinaire vergaderfaciliteit, te laten ontwikkelen. Het bestek is medio 1996 vastgesteld en vervolgens werd de verwervingsprocedure gestart. Nog eind 1996 werd de opdracht aan KPN-autolease gegund, het voertuig bestaat uit een chassis-cabine van Mercedes-Benz ( De Sprinter) terwijl de verbindingen door PTT-Telecom zullen worden verzorgd. Ook de commandohaakarmbak zal door KPN-autolease worden gebouwd. Het is de bedoeling dat elke regio de beschikking krijgt over één commandohaakarmbak. Naar verwachting zal het grootste deel van deze commandobakken eind 1997 zijn geleverd. Volgens planning kan hierna de bouw van de verbindingsvoertuigen van start gaan waarvan er ca. 3 per week kunnen worden afgeleverd. Eind 1998 dient de opdracht volledig te zijn uitgeleverd. Klik hier voor gedetaileerde beschrijving.

Afbeelding II : Het concept voor de Commandohaakarmbak (COH)

Commandohaakarmbak (COH) Foto : Marc DudinkAlvorens met de seriebouw aan te vangen zullen de bestekeisen nader in het brandweer-en rampenbestrijdingsveld worden beproefd. Dit zal medio 1997 geschieden door middel van het testen van een zogenaamd "standmodel". De beproeving zal, gezien de eerder opgedane ervaring, bij voorkeur geschieden door brandweerregio's die destijd aan de beproeving van het prototype VCU hebben deelgenomen. Verwacht wordt dat, gezien de overeenkomst met de commandohaakarmbak behorende bij de VCU, deze sneller getest kan worden dan het verbindingsvoertuig, derhalve kan de commandohaakarmbak waarschijnlijk eerder in productie worden genomen dan het verbindingsvoertuig, zodat het leeuwendeel hiervan nog in 1997 geleverd zal kunnen worden.Gedetailleerde beschrijving