|
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen Afdeling Verbindingen |
Rampenbestrijdingsnet 3A
Het oude "rampennet" voor de toenmalige BB was oud, achterhaald en afgeschreven. Het werkte op frequenties in de 146 MHz band, de bediening was ondergebracht in de beschermde BB-onderkomens. Bij het opheffen van de BB is de bediening in een aantal regio's verplaatst naar de Regionale Alarmcentrale (RAC) waar het net werd aangesloten op de ARBI of een afzonderlijk bedientoestel, bij sommige regio's werd helemaal niets gedaan in afwachting van het nieuwe 3A-net.
Het 3A-net, dat werkt op een 13-tal kanalen in de 410-430 MHz, wordt gebruikt voor zowel de communicatie tussen RAC en VU (Verbindings Unit) in het rampterrein als voor het Waarschuwings Alarmering Systeem (WAS), dit is het sirenestelsel voor de waarschuwing van de bevolking.
![]() |
Aansturing van de diverse
radionetten vanuit de RAC vindt plaats vanuit de centrale
apparatuur van de RAC welke via een LAN (Local Area
Network) in verbinding staat met de bedienplaatsen van de
centralisten middels de bekende COT-terminals. Per
verzorgingsgebied is één opstelplaats gerealiseerd
tenzij niet aan de gewenste veldsterkte-eis kan worden
voldaan, in dat geval zijn meerdere zend/ontvangers
geplaatst welke op dezelfde frequentie werken. |
De zender/ontvanger op het opstelpunt wordt via een
telefoonlijn met de centrale apparatuur in de RAC verbonden, de
apparatuur is zodanig uitgevoerd dat een Full Duplex verbinding
mogelijk is. De centralist op de RAC heeft de mogelijkheid om het
net 3A te koppelen naar het telefoonnet, afhankelijk van de
mogelijkheden in de RAC kan dat zowel het openbare- als het
nationale noodnet zijn. Ter ondervanging van storing in de
lijnverbinding tussen opstelplaats en RAC moet de
zender/ontvanger op het opstelpunt bij storing in de
lijnverbinding automatisch in relais (zender zendt uit wat de
ontvanger ontvangt) schakelen.
| Op de RAC dient voor elke opstelplaats een tegenge- stelde zender/ontvanger aanwezig te zijn die de aansturing automatisch overneemt. Het gevolg hiervan is wel dat de verbinding geen full-duplex meer is. Voor het verkrijgen van de nodige selectiviteit zijn de ontvangers van de opstelpunten voorzien van subaudiotoon. Door een uitgekiend systeem van kanaal-en subaudiotoonverdeling is het mogelijk om apparatuur overal in den lande te gebruiken. Om deze reden heeft het nat 3A dan ook een landelijke net-herkenning van 50 op de eerste twee posities van de 5-tooncode gekregen (50xxx). | ![]() |
Het net 3A is geschikt voor zowel spraak, 5-toon als data-overdracht. Er kunnen zowel analoge- (spraak, 5-toon) als digitale (1200 bits/sec) signalen worden getransporteerd, Speciaal de aansturing van het WAS zal in de vorm van digitale datatelegrammen geschieden. Hiertoe moet het radiobediensysteem voorzien zijn van een RS232C aansluiting. Communicatie tussen de WAS-computer en het radiobediensysteem geschiedt volgens het zgn. Siemens 3964R-protocol dat de volgende eigenschappen heeft :
Tussen het radiobediensysteem en de WAS-computer kunnen volgens dit protocol de volgende berichten worden uitgewisseld :
Als de betreffende zenderis geaktiveerd zal door de
WAS-computer het datasignaal voor het aansturen van de sirenes op
een aparte lf-uitgang worden aangeboden.
Eventueel meerdere zenders binnen het verzorgingsgebied zullen na
elkaar worden aangestuurd omdat zij op dezelfde frequentie
werken.
Overzicht frequentie's
| kanaalnr. | onderband | bovenband |
|---|---|---|
| 430 | 415.3750 | 425.3750 |
| 431 | 415.3875 | 425.3875 |
| 432 | 415.4000 | 425.4000 |
| 433 | 415.4125 | 425.4125 |
| 434 | 415.4250 | 425.4250 |
| 593 | 417.4125 | 427.4125 |
| 594 | 417.4250 | 427.4250 |
| 595 | 417.4375 | 427.4375 |
| 596 | 417.4500 | 427.4500 |
| 597 | 417.4625 | 427.4625 |
| 598 | 417.4750 | 427.4750 |
| 599 | 417.4875 | 427.4875 |
| 600 | 417.5000 | 427.5000 |
Voor verdeling van de frequenties per alarmcentrale / verzorgingsgebied zie Frequentieoverzicht net 3A
Bron : VBB afdeling Verbindingen, Infoblad Verbindingen 95/3 (R. Jacobs)