![]() |
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen
|
Meldkamer Breed, informatie over GMS,
C2000 en 1-1-2
1e jaargang,
nummer 1, november 98
Inhoud :
In het GMS signaal van juli van dit jaar is aangekondigd dat het blad gaat veranderen. Het resultaat ligt nu voor u:'MeldkamerBreed', een nieuwsbrief voor de mensen in en om de meldkamers. Een nieuwsbrief met informatie over de projecten GMS, C2000 en 1-1-2. Het eerste nummer is een dubbeldik nummer, om u bij te praten over de drie projecten.
Als 'oud-lezer' van GMS-signaal bent u op de hoogte van het reilen en zeilen van het project GMS. Het alarmnummer 1-1-2 behoeft geen introductie meer. Wij proberen u op de hoogte te houden van de ontwikkelingen binnen dit project. Het project C2000 is wellicht wat minder bekend bij u. Daarom zal in dit eerste nummer wat meer aandacht voor C2000 zijn. Hoe is het allemaal begonnen en waar staat het project nu.
'MeldkamerBreed' is een nieuwsbrief, u krijgt van ons informatie over de projecten. Heeft u echter vragen of wilt u wat kwijt, neem dan alstublieft contact op met het redactieadres.
Prijsvraag
U heeft het al gezien. Het eerste nummer van de opvolger van GMSsignaal is uit. In een nieuw jasje en met een nieuwe naam. Een naam die is gekozen uit het grote aantal leuke suggesties die de redactie naar aanleiding van de prijsvraag van u mocht ontvangen. Alle creatieve geesten worden dan ook bij deze heel hartelijk bedankt. Omdat wij niet één winnaar kennen maar de drie beste suggesties willen belonen met een leuke attentie, kunnen wij 3 personen feliciteren:
Het cadeautje wordt naar u toegestuurd.
Innovatie is een geleidelijk groeiproces......
F.O. Vijselaar:'We bouwen aan de elektronische 00V-snelweg van de toekomst'
De projecten GMS en C2000 leggen de basis voor de toekomstige elektronische snelweg in de ether voor openbare orde en veiligheid. Grenzen tussen systemen vervagen en als gevolg daarvan in de toekomst wellicht ook de grenzen tussen de gebruikers in de hulpdienstensector. De voordelen van gezamenlijk gebruik en beheer van kostbare systemen 'dwingen' tot meer samenwerking tussen politie, brandweer en ambulancezorg. Volgens plaatsvervangend Directeur-Generaal Openbare Orde en Veiligheid F.O. Vijselaar is dit toekomstbeeld een geleidelijk groeiproces, dat niet moet worden geforceerd door overhaast besluiten. Echte innovatie gaat niet over eén nacht ijs.
De stand van zaken begin oktober 1998: de GMS-pilots van de eerste ronde zijn in volle gang en achter de schermen wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de bouw van het C2000-netwerk in de startregio Amsterdam en omstreken. GMS en C2000 kunnen als innovatieprojecten in de meldkamerwereld bijna niet meer los van elkaar worden gezien. Toch is volgens Vijselaar enige voorzichtigheid in het 'integratie-denken' op zijn plaats. "In het 00V-veld spelen drie grote projecten, die in feite los van elkaar staan:'GMS','C2000' en 'Vernieuwing 1-1-2'.We zien met name de projecten GMS en C2000 als afzonderlijke projecten, omdat we niet de indruk willen wekken dat meldkamers bij de overgang naar C2000 ook automatisch aan GMS vast zitten. Dat is namelijk niet zo. Ze zijn vrij om voor een ander meldkamersysteem te kiezen, al moeten ze dat dan wel zelf betalen. Ik voorzie echter wel dat op termijn vanzelf een integratiebeweging ontstaat, waarin de nu uitgezette sporen van vernieuwing zullen samenvallen. De drie projecten vormen samen de bouwstenen voor de elektronische snelweg voor openbare orde en veiligheid. Dit proces zal ook leiden tot meer samenwerking en integratie tussen de operationele diensten op langere termijn."
Ambassadeurs
Gelet op de eerste ervaringen met de pilots, heeft Vijselaar er
vertrouwen in dat GMS zich een plaatsje in vrijwel iedere
meldkamer in Nederland zal veroveren. "De resultaten tot
dusver stemmen mij tevreden. De centralisten hebben mij tijdens
een bezoekronde laten weten dat GMS hen daadwerkelijk goed
ondersteunt bij hun werkzaamheden. Maar de performance van het
systeem blijkt nog wat achter te blijven. Het projectbureau werkt
aan een oplossing. Bovendien vindt binnenkort de eerste portering
van GMS naar Windows-NT plaats, wat de prestaties van het systeem
ook ten goede zal komen. Overigens zijn de uitkomsten van de
pilots van groot belang voor ons ministerie, in verband met het
streven naar standaardisatie en verdere kwaliteitsverbetering op
meldkamergebied. De pilotmeldkamers zijn als het ware de
ambassadeurs voor GMS.We hopen natuurlijk dat de ervaringen zo
positief blijken te zijn dat de mensen in de pilotregio's hun
collega's in andere regio's ervan kunnen overtuigen te kiezen
voor GMS boven een ander meldkamersysteem."
Geen euforie
Is GMS inmiddels in drie regio's operationeel in gebruik, C2000
verkeert nog steeds hoofdzakelijk in het papieren stadium.
Vijselaar licht de stand van zaken toe: "We zijn al een heel
eind op weg. Met name in de startregio wordt door de betrokken
diensten al hard gewerkt aan het invullen van alle
organisatorische en operationele aspecten van C2000. Maar
ondertussen kan het in theorie nog alle kanten op, want er is nog
geen contract ondertekend. Vóórdat die laatste formaliteit kan
worden afgehandeld, moeten we eerst absolute zekerheid hebben dat
we 'veilig' in het C2000- avontuur kunnen stappen. Momenteel
worden alle risico's die aan het project verbonden zijn in kaart
gebracht en geanalyseerd. Er blijken bijvoorbeeld nog wat
technische onvolkomenheden te zijn, terwijl ook nog niet alle
vragen over de financiering op dit moment beantwoord zijn. We
verwachten voor het eind van dit jaar alle nog openstaande vragen
te hebben beantwoord." Vijselaar laat nog een waarschuwing
horen aan iedereen die denkt dat met het slaan van de 'eerste
paal' voor het C2000- netwerk direct alle nieuwe
functionaliteiten beschikbaar zullen zijn. "We moeten waken
voor teveel euforie! Niet alles kan tegelijk. C2000 is een
complex systeem, gebaseerd op nieuwe techniek. Dat zal zeker
kinderziekten met zich meebrengen. Het belangrijkste is dat we
eerst het netwerk operationeel krijgen met minimaal de
functionaliteit van de huidige netten. Als we eenmaal zo ver
zijn, kunnen we gaan werken aan de inhoudelijke vernieuwingsslag.
Daarvoor zullen de regio's zelf investeringen moeten doen. Want
C2000 biedt bijvoorbeeld wel de mogelijkheid voor mobiel
dataverkeer, maar de diensten zelf zullen de daarvoor benodigde
randapparatuur en applicaties moeten aanschaffen. Al met al is de
bouw en inrichting van C2000 een groeiproces dat op termijn zijn
volledige meerwaarde zal kunnen bewijzen."
Europese samenwerking
In de opdrachtgeverssfeer hebben de projecten C2000 en GMS te
maken gekregen met een wisseling van de wacht in de
departementale top. Her ministerie van Binnenlandse Zaken is
omgedoopt tot 'Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties' en een
nieuwe minister en staatssecretaris zijn aangetreden.
Staatssecretaris Gijs de Vries heeft de portefeuille Brandweer en
Rampenbestriiding gekregen, evenals de projecten GMS en C2000.
Aan hem is de verantwoordelijkheid opgedragen de projecten in
bestuurlijke en politieke zin te voltooien. Vijselaar vindt dat
een project als C2000 bij staatssecretaris De Vries op de juiste
plaats ligt, gezien zijn recente verleden als lid van het
Europees Parlement. "De link met Europa is van groot belang
in dit project. Tenslotte is C2000 gebaseerd op de in Europees
verband afgesproken TETRA-standaard. Dat zal op termijn ook
leiden tot betere voorwaarden voor grensoverschrijdende
samenwerking. De communicatie tussen hulpverlenings- diensten in
Nederland, België en Duitsland zal in voorkomende gevallen veel
sneller en soepeler kunnen verlopen dan nu het geval is."
Geïntegreerde meldkamer
Vijselaar besluit met de constatering dat de trend is
gezet naar een intensievere samenwerking tussen de operationele
diensten op meldkamerniveau, een beweging die onomkeerbaar is en
die een goede voedingsbodem is voor verdere samenwerking en
mogelijk zelfs integratie. "Uiteindelijk is het beeld van de
geïntegreerde· meldkamer nog steeds ons streven voor de
toekomst. Maar integratie mag niet worden opgelegd. Het moet
groeien in een sfeer van gezond verstand, waarin de partners
onderkennen hoe groot de voordelen van integratie zijn. De eerste
stap is colokatie, waarin meldkamers samen vaak kostbare
faciliteiten en systemen delen. Behalve het meldkamersysteem zijn
systemen als GIS (Geografisch Informatie Systeem) en de databank
gevaarlijke stoffen goede voorbeelden van applicaties die
gezamenlijk kunnen worden aangeschaft en gemeenschappelijk kunnen
worden gebruikt. Het zou toch eeuwig zonde zijn als alle diensten
in een regio dergelijke voorzieningen afzonderlijk blijven
aanschaffen?"
Bekendheid met het alarmnummer 1-1-2
Twee maal per jaar wordt nagegaan wat de bekendheid is met het alarmnummer 1-1-2. Wanneer de bekendheid te laag zou worden, wordt het tijd om opnieuw campagne voor het nummer te gaan voeren. Gelukkig is dat niet het geval. In juni van dit jaar is aan circa 900 personen de volgende vraag gesteld:'Welk nummer zou u bellen als u in levensbedreigende en noodsituaties politie, brandweer of ambulance nodig heeft!' 81 % van alle ondervraagden noemt 1-1-2. In augustus en november 1997 was dit percentage 87%,. We hoeven ons nog geen zorgen te maken. In november wordt dit onderzoek herhaald.
Slechthorenden eigen alarmnummer
Eind 1997 werd duidelijk dat 1-1-2 meldingen via de teksttelefoon (een telefoonvoorziening die gebruikt wordt door dove en slechthorende mensen) niet altijd door de centralisten herkend werden. Een ongewenste situatie. Het Dovenschap heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om hiervoor een oplossing te zoeken.
Sinds juli 1998 is een speciaal nummer operationeel voor de gebruikers van een teksttelefoon. Mensen die dit nummer bellen komen bij de teksttelefoons van de 1-1-2 centrale in Driebergen terecht. Het alarmnummer voor gebruikers van de teksttelefoon is uniek in Nederland. De centralisten in de 1-1-2 centrale in Driebergen hebben voordat het nummer operationeel werd een opleiding gekregen. Zij leerden de apparatuur te bedienen en werden onderricht in de cultuur, taalgebruik en belevingswereld van dove en slechthorende mensen.
Het nieuwe nummer is alleen bedoeld voor gebruikers van een teksttelefoon. Om de kans op misbruik van dit nummer zo klein mogelijk te houden, mag het nummer niet bekend worden bij horende mensen. Daarom is gekozen voor een indirecte publiciteitscampagne voor dit alarmnummer. In augustus van dit jaar zijn 115 organisaties gevraagd om medewerking. Hen werd gevraagd aan bij hen bekende dove en slechthorende mensen een folder te sturen waarin het nummer en de werkwijze van het nummer uitgelegd worden. Inmiddels zijn 15.000 folders verspreid.
Misbruikcijfers 1-1-2
De 1-1-2 centrales houden bij in welke mate er gebruik en misbruik van het alarmnummer gemaakt wordt. Gedurende een viertal weken, twee weken in het voorjaar en twee weken in het najaar, wordt het aantal oproepen geteld. Tevens wordt dan bijgehouden hoe vaak het nummer oneigenlijk gebruikt wordt. In de volksmond wordt dit misbruik genoemd. Omdat we ons moeten baseren op momentopnames, vier weken per jaar, kunnen aan deze gegevens geen harde conclusies en maatregelen verbonden worden. Het zou mooi zijn geweest wanneer er altijd geteld (automatisch) zou worden. De gegevens kunnen dan veel beter gebruikt worden door de centrales om zelf gericht actie te ondernemen. Door bijvoorbeeld meer terug te bellen of het geven van voorlichting. Bovendien kan het tellen dan onderdeel gemaakt worden van het dagelijks werkproces, wat de kans op fouten over het algemeen aanzienlijk reduceert. Het aantal telefoontjes dat bij de 1-1-2 centrales binnenkomt verschilt enorm. Zo kwamen bij de centrale in Driebergen 65.511 telefoontjes binnen en in Nijmegen 1.966. Het oneigenlijk gebruik hangt echter niet direct samen met het aantal telefoontjes.
Het totale misbruik percentage was in mei van dit jaar 44 %. Dit is een lichte stijging ten opzichte van de laatste steekproef in 1997 toen het percentage landelijk nog 37 % bedroeg. Eén van de mogelijke verklaringen voor deze lichte stijging zou kunnen zijn dat de steekproef in een aantal 1-1-2 verzorgingsgebieden samen viel met de 'meivakantie'. Hieronder treft u een overzicht aan van de top drie hoogste en laagste misbruikcijfers:

Performance en portering GMS
Goed Maar Sloom ?
Nu GMS een paar maanden in gebruik is bij de drie pilot
meldkamers is het projectbureau begonnen aan een evaluatie van
het systeem. Opvallende constante in de reacties van de
gebruikers is dat het systeem weliswaar functioneel goed
bruikbaar is, maar dat het vooral bij grote drukte te traag is.
Op zulke momenten hebben de centralisten de neiging om terug te
vallen op vertrouwde hulpmiddelen als pen en papier - en dat is
natuurlijk niet de bedoeling geweest van GMS.
Wat is performance ?
Laten we beginnen met vast te stellen dat niet iedereen onder
performance hetzelfde verstaat. Een burger die de alarmcentrale
belt omdat de vlam in zijn frituurpan is geslagen, is maar in
één ding geïnteresseerd: hoe lang duurt het voordat de
brandweer op de stoep staat! Op het punt van de verwerkingstijd
van de meldkamer scoort GMS niet slecht. Dit komt omdat er niet
erg veel handelingen nodig zijn om tot een inzetvoorstel te komen
en door bv. de koppeling die in Twente is gerealiseerd tussen GMS
en het Radio Bedien Systeem. Met andere woorden: GMS is
efficiënt, waar signaleren de gebruikers dan een probleem! Het
motto van 1-1-2 "als elke seconde telt" geldt ook voor
de meldkamer; iedere seconde die een centralist moet wachten om
een volgende handeling te kunnen verrichten is er eigenlijk één
te veel en dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Daarnaast
zijn er tekenen die er op wijzen dat de performance van GMS snel
terugloopt als er op veel werkplekken tegelijk wordt gewerkt.
Redenen genoeg dus om de geschetste problemen grondig aan te
pakken.
De eerste stap: de nieuwe windows-nt versie
Siemens heeft volgens planning op 7 september de versie 1.4.2 van
GMS opgeleverd. De Unix werkstations van GMS zijn daarbij
vervangen door Windows-NT systemen. Een belangrijk argument voor
deze overgang was dat juist voor de werkstations de
prijs-prestatie verhouding van de Windows-NT systemen
langzamerhand aanmerkelijk gunstiger is geworden. Dat ligt
overigens niet aan Windows-NT of aan Unix: we profiteren daarbij
van het feit dat Windows-NT draait op een standaard PC platform.
Een 333 Mhz Pentium-II met 256 Mb intern geheugen is nog niet
echt gangbaar, al zal dat niet lang meer duren. De nieuwe versie
van GMS wordt inmiddels op het projectbureau aan een uitgebreide
acceptatietest onderworpen. Volgens beproefd GMS recept zijn
daarvoor weer centralisten uit de pilot regio's uitgenodigd. De
eerste reacties zijn zonder meer positief. Dit wordt ook
bevestigd door de eerste metingen die aan het systeem zijn
gedaan. Veel van de handelingen op het scherm zijn merkbaar (zo'n
30 tot 70 %,) sneller geworden, b.v. openen aannamescherm, tonen
hints en inzetvoorstel bepalen. Er zullen nog meer metingen
worden gedaan, maar de cijfers laten een duidelijke verbetering
zien. De verbetering is overigens niet over de hele linie even
groot; dat is logisch, omdat taken die op de server worden
uitgevoerd niet wezenlijk zijn veranderd.
En nu verder...
De resultaten van de Windows-NT versie zijn voor het
projectbureau nog geen reden om achterover te leunen. Op het
ogenblik wordt er gewerkt aan een inventarisatie van de
knelpunten op het gebied van performance onder de gebruikers.
Tegelijkertijd zijn de technici van Siemens en het projectbureau
bij elkaar gaan zitten om te kijken hoe de performance van het
systeem structureel verbeterd kan worden. Er is een aantal
veelbelovende ideeën geopperd, die de performance verder kunnen
verbeteren en die vooral ook kunnen voorkomen dat de performance
terugloopt op het moment dat de centralisten het systeem het
hardste nodig hebben. Al deze punten worden gebundeld in een plan
van aanpak dat binnenkort aan de opdrachtgevers zal worden
aangeboden. Reden genoeg dus om de toekomst met vertrouwen
tegemoet te zien.
C2000 in kort bestek
Geschiedenis
Het project C2000 is ontstaan op initiatief van het
ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
eigenlijk als een uitbreiding van het project PCS2000 (Politie
Communicatie Systeem 2000) zoals dat voor de politiediscipline in
voorbereiding was genomen. PCS2000 was er op gericht om voor de
politiekorpsen één gezamenlijk netwerk aan te leggen voor
mobiele communicatie. Vanuit de directie Politie van het
ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werd ten
tijde van de finale besluitvorming rondom de start van PCS2000
het idee geopperd om de op te richten infrastructuur voor gebruik
uit te breiden naar alle openbare orde en veiligheidsdiensten.
Dat was de basis voor het ontstaan van C2000 (Communicatie 2000)
als project. Het project beoogt alle bestaande (analoge)
verbindingsnetwerken van de organisaties werkzaam op het terrein
van de openbare orde en veiligheid te vervangen door een digitaal
netwerk, gebaseerd op de in Europees verband afgesproken
standaard voor mobiele communicatie in deze sfeer. Deze standaard
heet Tetra. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties treedt op als opdrachtgever, mede namens de
departementen van VWS, Defensie en Justitie. ITO heeft de
opdracht om het project uit te voeren. De toe te passen
technologie is nieuw en biedt de betreffende organisaties in de
toekomst veel meer functionaliteit dan bestaande technieken waar
kunnen maken.
Programma van eisen
Samen met gebruikers is bij de start van het project
C2000 door de projectorganisatie een Functioneel Programma van
Eisen (FPVE) opgesteld, waarin gebruikers hebben aangegeven welke
functionele eisen zij stellen aan een nieuwe infrastructuur voor
mobiele communicatie. Dit FPVE is vervolgens door de
projectorganisatie vertaald in de Functioneel Technische
Specificaties (FTS), die vervolgens aan potentiële leveranciers
werden aangeboden in het kader van de Europese Aanbesteding van
het netwerk. De leveranciers hebben op basis van die FTS in
november 1997 offertes uitgebracht die door een team van
technische deskundigen uit de projectorganisatie en een
vertegenwoordiging van gebruikers zijn beoordeeld.
Een Startregio ?
In de Startregio wordt C2000 als eerste ingevoerd. De Brandweer, Politie en Ambulancezorg in en rond Amsterdam, de KLPD en de Koninklijke Marechaussee (KMAR) vormen de Startregio. De Startregio heeft een uiterst belangrijke taak. Zij checken de werking, de gebruikersgeschiktheid, de kosten en de implementatiewijze. Het invoeringsproces in de Startregio wordt nauwgezet geëvalueerd. Deze informatie wordt benut om het landelijke implementatieplan verder vorm te geven.
Stand van zaken C2000
De aanbesteding van het nieuwe gemeenschappelijke radionetwerk voor mobiele communicatie C2000 heeft enige vertraging. Tijdens de onderhandelingen in het kader van de gunning en het werkbezoek dat een delegatie vanuit het Ambtelijk Programmabureau C2000, het Uitvoerend Projectbureau C2000 en de Politie Amsterdam- Amstelland, aan de Verenigde Staten heeft gebracht, is nog een aantal vragen naar voren gekomen die om antwoord behoeven. Daarnaast bleek dat er een zekere mate van verwevenheid bestaat tussen het radionet dat door het Rijk wordt aangeschaft en de radiobediening en (software-)applicaties die door de OOV-organisaties worden gebruikt. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkriiksrelaties, die in het nieuwe kabinet verantwoordelijk is voor C2000, wil een diepgravende audit laten uitvoeren op een aantal onderdelen van de conceptleveringsafspraken. Hij wil hiermee de risico's zo ver terugbrengen dat tot een verantwoorde gunning kan worden overgegaan. Dit heeft hij inmiddels in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Deze vertraging betekent dat het radionet in de Startregio niet op de geplande datum van 1 april 1999 operationeel zal zijn. Het Uitvoerend Projectbureau gaat samen met de projectleiders van politie, brandweer en CPA in de Start- regio na hoe die vertraging zo beperkt mogelijk kan worden gehouden.
Eerste politie-auto met C2000-logo in Amsterdam
Het projectteam C2000 van de
regiopolitie Amsterdam-Amstelland heeft als eerste organisatie
een politie-auto in gebruik genomen met het C2000-logo. De
C2000-auto zal worden gebruikt voor proeven met en inbouw van
testapparatuur.
MeldkamerBreed is een gezamenlijke uitgave van de projectenbureaus van GMS, 1-1-2 en C2000. Doel is het informeren van alle betrokkenen bij meldkamers van politie, brandweer en ambulancehulp- verlening over de ontwikkeling van GMS, 1-1-2 en C2000.
![]() |
![]() |
![]() |
Redactie-adres
ITO
Postbus 238
3970 AE Driebergen
telefoon 0343 534 673