![]() |
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen |
GMSsignaal 23 : maart 1998
VAN PROJECTLEIDER NAAR
ADVISEUR
Ton Glass blikt terug op een 'bewogen project'.
"Als een project een nieuwe fase in gaat. is het goed als er
ook een nieuwe projectleiding komt". Met die woorden vat Ton
Glass zijn afscheid als projectleider van het GMS-project samen.
Na ruim drie jaar heeft hij zijn 'projectleiderspet' overgedragen
aan Jimco Drost. Niet om helemaal van het GMS-toneel te
verdwijnen overigens, want Glass heeft nu de functie van adviseur
in het project gekregen. Voor GMSsignaal blikt hij terug op een
bewogen project.
Het is eigenlijk paradoxaal. Bij zijn afscheid als projectleider
sprak Ton Glass de volgende woorden tot zijn projectmedewerkers
en relaties: "Denk niet dat u mij nooit meer tegen zult
komen. Integendeel. De kans is groot dat jullie mij in mijn
nieuwe functie als adviseur heel wat vaker op het projectbureau
zullen zien dan in het afgelopen jaar als projectleider. Glass
zal met die nieuwe pet op een heel andere manier naar het project
kijken dan hij als projectleider gedaan heeft. Hij zal nu vooral
de opdrachtgevers van zwaarwegende adviezen gaan voorzien. Op de
vraag waarom hij juist nu zijn oude functie heeft neergelegd, nu
GMS in een cruciale fase komt. zegt hij: "lk was voor een
periode van drie jaar aan het project 'uitgeleend' door het
Expertisecentrum, waarvan ik adjunct-directeur ben. Die periode
zit er nu op en omdat er ook bij het Expertisecentrum nogal wat
ontwikkelingen gaande zijn wil mijn baas mij graag terug.
Natuurlijk had ik liever willen blijven tot het systeem in de
pilotregio's helemaal operationeel is. Maar dat zou te lang gaan
duren, vooral met het oog op mijn functie bij het
Expertisecentrum. Anders groei je daar te ver van weg.
Mijlpalen
Ton Glass zegt terug te kijken op een bijzonder en in vele
opzichten succesvol project. Maar in zo'n complex project zijn
ook problemen en teleurstellingen onvermijdelijk. "Een
belangrijke mijlpaal was natuurlijk het vaststellen van het
logisch ontwerp, waarin feitelijk is bepaald hoe GMS eruit gaat
zien. Vervolgens de aanbesteding en de keuze van een leverancier.
Zeker voor zo'n complex project is die aanbesteding redelijk
soepel verlopen. En dan natuurlijk de oplevering van het systeem.
Een spannend moment, dat het bewijs leverde dat het mogelijk was
om een complex meldkamersysteem met veel ingewikkelde
functionaliteiten te bouwen. De grootste risicofactor bij dit
soort projecten is namelijk dat te hoge wensen en eisen van de
gebruikers het systeem zo complex maken dat het niet meer goed
kan functioneren. Dat hebben we met GMS kunnen voorkomen. maar
daarom hebben we ook niet alle operationele wensen kunnen
realiseren. Tot de teleurstellingen in het project behoort
ondermeer de niet zo goed geslaagde eerste acceptatietest van het
systeem. Gelukkig is dat bij de tweede acceptatietest heel wat
beter gegaan. En een andere belangrijke complicatie is op dit
moment actueel; namelijk de vertaling van GMS naar een ander
platform ten behoeve van toepassing van GMS in de politiesector.
Ton Glass vindt het erg jammer dat de keuze voor een standaard
bij de politie pas zo laat in het project is gemaakt. Een
standaard waarop GMS net niet was ontworpen. De noodzakelijke
vertaling (portering) zal veel tijd en aandacht vergen.
Opdrachtgevers
Die opdracht ligt nu op het bordje van opvolger Jimco Drost en
plaatsvervangend projectleider Jacqueline Moret van de afdeling
Informatiebeleid Openbare Orde en Veiligheid van Binnenlandse
Zaken. Zij mogen het project de volgende fase in sturen. De
cruciale fase, waarin het systeem zich in de pilotregio's moet
bewijzen. voordat het uiteindelijk landelijk kan worden
ingevoerd. Glass: "GMS is tot dusver zowel technisch als
bestuurlijk een heel ingewikkeld project geweest. waar enorm veel
partijen bij zijn betrokken. Daarom is het zo bijzonder dat we
het project zo snel van de grond hebben kunnen krijgen en dat we
al die betrokken partijen voortdurend goed op een lijn hebben
kunnen houden. Natuurlijk zijn er wel eens competentiekwesties en
botsende belangen geweest, maar er is een voor iedereen
aanvaardbaar produkt uit gekomen. Dat mag best benadrukt worden.
Ter afsluiting gaat Glass in op de bijzondere positie van de
opdrachtgevers in dit project. "Het was voor mij een hele
openbaring dat ik als projectleider met drie opdrachtgevers te
maken kreeg; Van de directie Brandweer en Rampenbestrijding en de
directie en Politie van Binnenlandse Zaken en de directie
Curatieve Somatische Zorg van het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport. Zoiets hadden we bij het Expertisecentrum nog
nooit meegemaakt. Als adviseurs hamerden we altijd op het belang
van een strakke eenhoofdige projectleiding. Tijdens mijn eerste
onderhoud met de opdrachtgevers voor GMS heb ik direct gezegd dat
ik alleen goed sturing kon geven aan het project als zij met zijn
drieën voortdurend op één lijn zouden zitten. En ik moet
constateren dat dat in het hele GMS-traject tot dusver goed is
gelukt.
PORTERING GMS KOMT
DICHTERBIJ
Met de pilots in de eerste ronde in het zicht,
staan de regio's voor de tweede ronde pilots al te trappelen om
ook met GMS aan de slag te gaan. Zij hebben echter aangegeven te
willen wachten totdat GMS geporteerd is naar het platform en het
relationeel database management systeem dat met de politiesector
is afgesproken. De politiesector heeft aangegeven het gebruik van
GMS te zullen bevorderen, als GMS kan worden ingepast binnen de
afgesproken standaard voor de politiële informatievoorziening.
Nog even kort de geschiedenis: Omdat er bij de start van het GMS- project nog geen in alle disciplines vastgestelde standaard was voor een hardwareplatform en een relationeel database management systeem (RDBMS), is in een vroeg stadium besloten GMS te ontwikkelen op het Siemens-Unix platform. Als RDBMS werd voor Oracle gekozen. Lange tijd leek er geen vuiltje aan de lucht, totdat ruim een jaar geleden de standaardisatie in de informatievoorziening bij de politie leidde tot de keuze voor Sybase als RDBMS. naast de eerdere keuze voor Digital Unix of Windows NT.
De opdrachtgevers van het GMS-project hebben het bureau Logica gevraagd te onderzoeken welke gevolgen deze portering zou hebben voor GMS. Uit het onderzoek is gebleken dat de portering van GMS ofwel 'vertaling' naar Digital Unix of Windows NT relatief eenvoudig is en ongeveer een doorlooptijd heeft van een half jaar. Dit betekent dat de tweede ronde pilots aan het einde van dit jaar van start zou kunnen gaan. De kosten die er aan verbonden zijn, zijn aanzienlijk, maar te overzien. De portering van GMS van Oracle naar Sybase is stukken moeilijker en komt neer op totale nieuwbouw van GMS. De overstap van GMS van Oracle naar Sybase brengt dus hoge kosten met zich mee en de doorlooptijd wordt geschat op ruim anderhalf jaar. Een groot nadeel van dit traject is dat GMS achterop dreigt te raken bij het C2000-project. In GMS wordt zoals bekend een bedienfunctie voor C2000 opgenomen. Als eerst geporteerd zou worden naar Sybase, dan is deze bedienmodule niet tijdig beschikbaar voor de startregio van C2000. Een andere complicatie is dat vertraging in de implementatie van GMS betekent dat veel meldkamers het systeem niet voor de eeuwwisseling in huis hebben. De verwachting dat dat wel zou gebeuren is een argument geweest om in de huidige meldkamersystemen niet teveel meer te investeren en die systemen bijvoorbeeld ook niet aan te passen met het oog op het zogenoemde milleniumprobleem.
De opdrachtgevers staan dus voor een moeilijke keuze in het porteringstraject:
Om alle gevolgen te kunnen overzien. hebben de opdrachtgevers in samenwerking met de politiesector het bureau KPMG de opdracht gegeven, te onderzoeken welke gevolgen het heeft voor de politie als GMS voorlopig niet naar Sybase wordt omgezet. Dit onderzoek loopt op dit moment. Begin maart worden de resultaten gepresenteerd aan de opdrachtgevers en vertegenwoordigers uit de politiesector. Vervolgens zullen de opdrachtgevers in overleg een beslissing nemen over het porteringstraject. In het volgende nummer zullen wij u hierover nader berichten.
OPERATIONELE FASE
PILOTS IN APRIL VAN START
In april breekt het 'Uur U' aan voor GMS. Dan
wordt het nieuwe meldkamersysteem in de drie pilotregio's
operationeel in gebruik gesteld. De laatste voorbereidingen
worden nu getroffen. De laatste wensen van de gebruikers. die
zijn geuit tijdens het operationeel vullen van de databases en
tijdens de opleidingen, worden nu verwerkt in de definitieve
versie voor de pilot. GMS Versie 1.4.0 komt op 15 april
beschikbaar, na afronding van een laatste serie testen in
samenwerking met de pilotregio's.
In de regio's wordt hard gewerkt aan het verder vullen van de databases. Deels door middel van het converteren van gegevens uit de huidige systemen, deels door een geheel nieuwe opzet. De voornaamste koppelingen zijn inmiddels in het laatste stadium van ontwikkeling. In Zaanstreek-Waterland wordt de koppeling met BPS getest, terwijl in Eindhoven de koppeling met het CPA-systeem Ambu-2000 in maart wordt opgeleverd en getest. Ook het voor de brandweerregio Zuidoost Noord-Brabant specifieke alarmeringssysteem is via de koppeling met het Radiobediensysteem aan GMS gekoppeld. In de regio Twente is inmiddels ook de koppeling met het radiobediensysteem in het teststadium. Ondertussen wordt de overgang naar de operationele fase van de pilot voorbereid. Die zal stapsgewijs verlopen. Er wordt rekening gehouden met een installatieperiode van het systeem van circa één week. Daarna gaan de pilotsregio's gedurende ongeveer twee weken 'schaduwdraaien'. Dat betekent dat meldingen gedurende één week in principe eerst worden verwerkt op de bestaande systemen en daarna in GMS. De tweede week gaat het andersom. Als GMS probleemloos functioneert. kan de stekker uit de oude meldkamersystemen worden getrokken. De oude systemen worden nog wel enige tijd uit voorzorg achter de hand gehouden, voor het geval zich onverhoopt toch problemen met GMS mochten voordoen. Voor wat betreft de opleidingen, geldt het volgende. In de regio Twente worden de centralisten in de periode eind maart/begin april opgeleid voor GMS. De opleidingen konden niet eerder worden gegeven in verband met de regio- en meldkamerfusie die het afgelopen jaar in Twente is doorgevoerd. Die reorganisatie vroeg ook veel energie van het meldkamerpersoneel. De centralisten in Eindhoven en Zaanstreek-Waterland, zullen kort voor de start van de operationele fase nog een aanvullende routinetraining krijgen. Dat is nodig. omdat de start van de operationele fase wat langer op zich heeft laten wachten dan aanvankelijk werd verwacht. Kortom, het project gaat een spannende fase tegemoet. Wij houden u op de hoogte.