![]() |
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen |
GMSsignaal 21 : augustus 1997 - speciale editie
GMS GESLAAGD VOOR
ACCEPTATIETEST
Opnieuw heeft GMS een
belangrijke mijlpaal in zijn ontstaan bereikt. Het systeem is
geslaagd voor de tweede acceptatietest. Na de eerste fase van de
acceptatietest, afgelopen voorjaar, bleek het systeem nog niet
aan alle gestelde eisen te voldoen. Nu, na afloop van de tweede
fase, geeft het systeem zoveel vertrouwen dat het door het
projectbureau is geaccepteerd. In snel tempo wordt nu de
voorbereiding voor de pilotfase afgewerkt, zodat volgens plan in
oktober GMS versie 1.2 klaar is en de pilotregio's van start
kunnen gaan met het opleiden van de centralisten.
Cees Dicke, coördinator acceptatietest van het
projectbureau, geeft GMS een '7' als rapportcijfer. Geen slechte
score, gelet op de complexiteit van het meldkamersysteem en gelet
op de grote aantallen wensen en eisen die in 'werkende techniek'
moesten worden omgezet. "Het bleek een moeilijke opgave om
op alle wensen van de materiedeskundigen een één-op-één
antwoord te krijgen van de ontwerpers. In de praktijk bleken
bepaalde functies toch net iets anders uit de verf te komen, maar
dat is gebruikelijk bij de ontwikkeling van een nieuw
systeem."
Vanwege de beschikbare tijd en personele capaciteit is niet het
volledige testprogramma uitgevoerd, maar na 95 procent van de
test was het projectbureau voldoende overtuigd van de kwaliteit
om de volgende fase in te gaan. Alle functionaliteiten zijn door
middel ven een zogenaamde 'knoppentest' op een systematische
wijze getest.
Dicke: "Bij het testen van een omvangrijk en complex systeem
zoals GMS, weet je zeker dat je nooit alle fouten zult vinden.
Dus ik heb niet de illusie dat op dit moment alle denkbare fouten
uit het systeem zijn gehaald. Ook gedurende de pilotfase zullen
beslist nog kleine onvolkomenheden worden aangetroffen en zullen
nog aanvullende wensen vanuit de gebruikers boven tafel komen.
Maar daar is een pilot ook mede voor bedoeld, het systeem wordt
daar uiteindelijk alleen verder door vervolmaakt."
Eén van de testonderdelen die vanwege de beschikbare tijd niet kon worden uitgevoerd is de 'scenariotest' in een meldkamersimulatie. Tijdens de zogenaamde 'slangentest' en de 'knoppentets' en ook tijdens een aantal demonstraties van het systeem, zijn echter wel scenario's afgewerkt.
Cees Dicke legt uit dat met de genoemde slangentest als het ware 'zigzaggend' door het programma naar de belangrijkste functies is gekeken. Bij de knoppentest zijn per scherm alle 'buttons' die een actie in het programma moeten activeren doorgelicht. In de acceptatietest zijn ook de afzonderlijke functionaliteiten van het systeem en het beheer-gedeelte uitvoerig getest. In middels heeft een tiental demonstraties plaatsgevonden, bestemd voor belanghebbenden uit de pilotregio's : centralisten, leidinggevenden, beheerders en bestuurders. Het doel van die demonstraties was deze doelgroepen te laten zien wat het systeem, nu het is voltooid, kan en doet. Al met al is volgens Dicke op dit moment reden tot tevredenheid en staat GMS nu voor de meest cruciale fase in zijn ontwikkeling : de meldkamerpraktijk.
Pilotregio's bereiden
zich voor op GMS
De pilotregio's en het projectbureau bereiden
zich voor op de naderende pilotfase.Zo worden op dit moment de
benodigde gegevens voorbereid om in de database van GMS te worden
geladen. Het meest cruciale moment voor de pilotregio's is het
moment dat zij de 'hardware' in huis krijgen, omdat de
voorbereidingen voor de interne opleidingen kunnen beginnen.
Regiobegeleider Marcel Huting van het projectbureau gaat nader in
op de voorbereidingen voor de pilots.
Marcel Huting denkt dat de levering van de apparatuur voor GMS
in de regio's een zeker 'psychologisch effect' zal hebben.
"Het wordt voor de mensen in de pilotregio's dan echt
tastbaar. Ze hebben iets om mee te werken en kunnen aan de slag.
De systeembeheerders kunnen nu al beginnen. Versie 1.1 van GMS
uit de acceptatietest beschikbaar voor de pilotregio's, zodat de
beheerders alvast kunnen beginnen met het vullen van de
operationele databases. De eerste pilotregio, Eindhoven, heeft
voor dat vulproces al een strakke en gedetailleerde tijdplanning
gemaakt en ook in de politieregio Zaanstreek-Waterland wordt nu
de planning gemaakt. Het is goed om dit deel van de
voorbereidingen volgens een strak tijdschema te laten verlopen.
Het vullen van de databases is tijdrovend en moet klaar zijn
voordat de opleidingen kunnen beginnen."
De komende periode worden twee nieuwe 'releases' van GMS
voorzien; versie 1.2, waarop de opleidingen en de starts van de
pilots zullen plaatsvinden, wordt op 1 oktober uitgebracht,
gevolgd door versie 1.3. De pilotregio's moeten zelf besluiten
wanneer zij zich er klaar voor achten om GMS volledig
operationeel in de meldkamer in te zetten. In de regio Eindhoven
wordt dit keuzemoment in december voorzien, de politieregio
Zaanstreek-Waterland en de brandweerregio Twente zullen naar
verwachting in januari tot deze stap besluiten.
De meldkamer van politie, brandweer en CPA Haaglanden zal de stap
naar operationeel gebruik volgens de huidige planning in
april/mei '98 zetten.
Inmiddels is het Nationaal Lokatiebestand voor de pilotregio
Eindhoven reeds ingevoerd. Het bestand is samengesteld uit het
Nationaal Wegenbestand van de AVV en de postcodetabel van de PTT
(zie ook nummer 20). Het projectbureau heeft de gegevens uit
beide bestanden tot een Nationaal Lokatiebestand omgevormd, dat
in zogenaamde 'regiosets' aan de meldkamers zal worden
aangeleverd. De eerste set, voor de Eindhovense meldkamer, is
inmiddels geladen in het systeem voor Eindhoven dat bij Siemens
stond opgesteld.
In de pilotregio Zaanstreek-Waterland, die als tweede pilotregio van start gaat, is het probleem onderkend dat het Nationaal Lokatiebestand van GMS niet gelijk is aan het lokatiebestand van het bedrijfsprocessensysteem (BPS). Omdat BPS en GMS aan elkaar gekoppeld worden, zal op dit gebied gestandaardiseerd moeten worden. Op dit moment wordt in die regio veel werk verzet om het Nationaal Lokatiebestand te vergelijken met het BPS-lokatiebestand. Het projectbureau heeft contact gezocht met de verschillende overlegstructuren op informatiseringsgebied binnen de politie en tevens met de Regiocommissie Standaardisatie Politiële Informatievoorziening. Op deze manier wil men tot een landelijke oplossing komen voor dit koppelings-en standaardisatievraagstuk. Het projectbureau stelt voor om het Nationaal Lokatiebestand los te koppelen van GMS en dit als basis voor een standaard te hanteren voor de gehele OOV-sector.