logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage Index GMS-signaal Index verbindingen

GMSsignaal 19 : maart 1997

De acceptatietest : 'Doet'ie het of 'Doet'ie het niet ?

De centrale vraag nu GMS als kant en klaar produkt uit het 'laboratorium' tevoorschijn is gekomen : 'doet'ie het of 'doet'ie het niet ? Voldoet het systeem aan alle eisen en functioneert het naar verwachting ? Om die vragen te beantwoorden, wordt de komende maanden de zogenaamde acceptatietest uitgevoerd. Dat zal gebeuren in twee stappen : één maand bij Siemens in Zoetermeer, daarna wordt de test tot eind juni voorgezet bij de regionale brandweer Zuidoost Noord-Brabant, tevens één van de vier pilotregio's.

De acceptatietest heeft vier doelstellingen. Ten eerste moet worden vastgesteld of het systeem voldoet aan eisen die zijn gesteld in het Logisch Ontwerp en de latere wijzigingen hierin. Ten tweede moet blijken of GMS voldoende betrouwbaar is om daadwerkelijk in meldkamers te worden toegepast. Geconstateerde fouten moeten worden hersteld, waarna het systeem opnieuw wordt getest. Ook moet worden vastgelegd of het risico van eventuele fouten aanvaardbaar is. Ten derde zal in kort bestek worden onderzocht of GMS daadwerkelijk een goed ondersteunend instrument is voor centralisten. Een ten vierde zal een testprgramma moeten worden vastgesteld, dat bruikbaar is bij de verdere ontwikkeling van GMS.Na de eerste versie zullen in de loop der tijd nieuwere versies van het systeem worden uitgebracht.

fouten zijn belangrijk
Het lijkt paradoxaal voor een systeem dat betrouwbaar moet zijn, maar juist tijdens de fase van de acceptatietest geldt dat de test een succes is, wanneer veel fouten worden opgespoord. Die kunnen dan vóór de pilotfase en de definitieve implementatie worden verbeterd. Om het systeem grondig te beproeven is een testplan geschreven, waarin is vastgelegd op welke wijze de acceptatietest verloopt.Na de oplevering is het systeem eerst gecontroleerd op volledigheid en technische eisen. Daarna volgt de belangrijkste fase, die van de functionele tests. Achtereenvolgens worden getest : het laden van de bestanden in GMS, het beheer, de systeemfunctionaliteiten en het operationele gebruik. Gedurende de functionele testfase zullen verschillende operationele scenario’s worden nagebootst, om te zien hoe het systeem zich in verschillende situaties gedraagt. Ook zal worden onderzocht of de ‘performance’ of prestatie van het systeem voldoende is. Kortom : is het systeem op zijn taken berekend ? Na afloop van de acceptatietest zal het totale traject worden geëvalueerd. Uit die evaluatie moet duidelijk worden of GMS aan alle eisen voldoet en daadwerkelijk gereed is voor invoering.

Scenario's
Voorafgaande aan de operationele tests, worden eerst de beheersfunctionaliteiten uitgetest : databases worden gevuld met de benodigde gegevens, ondermeer de lokatiebestanden van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer en andere bewerkte bronbestanden die in GMS moeten worden geïmporteerd. Hierna worden de functionaliteiten van de beheerschermen en de operationele schermen beoordeeld.
Als uiteindelijk de testdatabase van GMS is gevuld en alle functionaliteiten van het systeem technisch in orde zijn, kan het verreweg belangrijkste onderdeel van de testfase beginnen : de scenariotest. Tijdens deze testfase worden verschillende soorten meldkamers gesimuleerd : monodisciplinair, multidisciplinair, co-lokatie, integratie. In het totaal worden in het logisch ontwerp acht organisatiemodellen voor meldkamers onderscheiden, die allemaal zullen worden uitgetest in een realistische opstelling. Ook verschillende soorten incidenten zullen in deze tests op GMS worden losgelaten, waarbij de verwerking van de melding en de verdere afhandeling op een realistische wijze zullen worden uitgevoerd. Hierbij kan worden gedacht aan eenvoudige incidenten als aanrijdingen, afhandelingen van ambulanceritten, maar ook complexere gebeurtenissen zoals ongevallen met gevaarlijke stoffen. Bij de scenariotests wordt gekeken naar de performance van het systeem, de verdeling van de taken over de werkplekken en de communicatie tussen verschillende werkstations.

Bij het uitvoeren van de scenario’s zijn drie groepen testpersonen betrokken :

Evaluatie
De acceptatietest-periode zal worden afgesloten met een evaluatie, zowel van het testtraject als van het systeem op zich. De bevindingen van die evaluatie zullen in de rapportage worden vastgelegd en kunnen van belang zijn voor de pilotfase die direct na de acceptatietest begint en voor de latere implementatie in de overige meldkamers. Kortom, er breken spannende tijden aan voor GMS. Het systeem is ‘geboren’ en moet nu snel groeien naar volwassenheid, waarbij alle eventuele kinderziekten zo snel mogelijk moeten worden uitgebannen. GMS moet laten zien wat het kan ! GMSsignaal houdt u op de hoogte van het verloop van de acceptatietest en de pilotfase.

 

STANDPUNT VWS OVER DE ROL VAN DE CENTRALE POST AMBULANCEVERVOER
Het is gebleken dat er bij de meldkamers onduidelijkheid bestaat over de beleidsvisie met betrekking tot de samenwerking tussen de Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) en de meldkamers politie en brandweer. het projectbureau GMS heeft daarom het beleidsverantwoordelijke departement , het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevraagd om het standpunt over dit onderwerp nog eens voor GMSsignaal te formuleren.

Verbetering samenwerking
VWS is een groot voorstander van de verbetering van de samenwerking tussen de CPA en de meldkamers van politie en brandweer en een doelmatig gebruik van technische voorzieningen. VWS is van mening dat dit doel het beste bereikt kan worden met het zogeheten co-lokatiemodel voor meldkamers. Geïntegreerd werken (de universele centralist) is wat VWS betreft op dit moment echter niet aan de orde. Om de samenvoeging van meldkamers op één locatie te stimuleren, is VWS mede-opdrachtgever voor het GMS.

Poortwachter
De CPA is een belangrijk onderdeel van de zorgketen. De CPA verzorgt de intake in het systeem van ambulancezorg c.q. de spoedeisende medische hulp en is daarmee als het ware een poortwachter voor een deel van de gezondheidszorg. Het functioneren van de CPA moet daar dan ook op zijn afgestemd, evenals de kwaliteit van het personeel. Van belang is dat er permanent een terzake deskundige verpleegkundige in de CPA aanwezig is. De verpleegkundige is al bij het aannemen van de melding noodzakelijk. Hierdoor kan adequate inschatting van de aard en de ernst van het ongeval of de ziekte worden gemaakt. Aan de hand van die inschatting moet de verpleegkundige centralist de prioriteit van de inzet van de ambulance bepalen. Het ministerie van VWS heeft dit al diverse malen aan het veld -en ook aan de Tweede Kamer- laten weten. Het spreekt vanzelf dat de positie van de CPA binnen het systeem van de gezondheidszorg -in het bijzonder de ambulancezorg- vraagt om een nadrukkelijke inhoudelijke afstemming met de ambulancediensten en de ziekenhuizen in de regio. Het ligt voor de hand dat daar waar verschillende meldkamers op één vloer zijn ondergebracht, de verschillende centralisten elkaar op piekmomenten willen ondersteunen. Zo kan het zijn dat een brandweercentralist de CPA-verpleegkundige gaat ondersteunen. Daar is op zich niets op tegen. Wel moet duidelijk zijn dat de eindverantwoordelijkheid blijft liggen bij de CPA-verpleegkundige.

Basisopleiding
Om centralisten voldoende kennis mee te geven over het werk en de informatiebehoefte van de andere meldkamers werkt VWS samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en de opleidingsinstituten van politie, brandweer en ambulancezorg aan de ontwikkeling van een algemene basisopleiding voor centralisten. Het mes snijdt dan aan twee kanten : er is een verantwoorde onderlinge ondersteuning door centralisten mogelijk en het personeel van de verschillende meldkamers is beter op de hoogte van welke informatie de collega-centralisten nodig hebben. Dit laatste is overigens ook belangrijk bij meldkamers die niet op één locatie zijn samengevoegd.

GMS-PILOTS IN VOORBEREIDING
De spanning stijgt aan het GMS-front. GMS is ‘geboren’, de acceptatietest begonnen. De volgende mijlpaal is de pilotfase, waarin het systeem in vier meldkamers in de praktijk zal worden beproefd. Vertegenwoordigers van de pilotregio’s kijken alvast vooruit naar deze belangrijke fase. Hoe bereiden zij zich voor op de proef ?

Ruud Walters, regionale brandweer Zuidoost Noord-Brabant : ‘Steentje bijdragen aan innovatie meldkamers’
De pilotfase GMS gaat van start in de alarmcentrale van de regionale brandweer Zuidoost Noord-Brabant in Eindhoven. Een innoverende regio, want eerder vonden hier al pilots plaats voor een nieuw digitaal alarmeringssysteem en voor een nieuw type verbindings-commandowagen. En nu dus de eerste pilot voor GMS, direct aansluitend op de acceptatietest, die ook in de Eindhovense meldkamer plaatsvindt.

"wij hebben in deze regio een vernieuwende instelling en willen graag ons steentje bijdragen aan de innovatie op meldkamergebied in Nederland" begint Ruud Walters, chef verbindingsdienst van de regionale brandweer Zuidoost Noord-Brabant. "We waren al enige tijd bezig met de voorbereiding voor de vervanging van ons huidige computersysteem op de alarmcentrale, toen het GMS-project op gang kwam. GMS bleek vervolgens goed aan te sluiten bij onze wensen." Wat de pilotfase allemaal aan voorbereidingen vergt, wordt in Eindhoven steeds duidelijker. Een pilot draaien is meer dan een apparaat neerzetten en het programma uitproberen. Walters:"We moeten behoorlijk investeren in nieuwe hardware en software om met GMS te kunnen werken. Daarnaast moeten nogal wat cursussen en opleidingen worden gevolgd; zowel door de centralisten als door leidinggevenden en systeembeheerders. In feite is alles nieuw voor ons. GMS werkt op Siemens-Unix, maar geen enkel systeem dat we nu gebruiken werkt op dat platform. Gaandeweg het voorbereidingstraject ontdek je dat de invoering van GMS omgeven is door een heel netwerk van organisatorische en technische randvoorwaarden. Die moet je allemaal voor elkaar hebben voordat je het systeem in huis krijgt." Een ander aspect van de pilot is dat intensief overleg met de leveranciers wordt gevoerd over de te maken koppelingen met GMS, in eerste instantie wil men in Eindhoven vijf systemen koppelen met GMS; het radiobediensysteem, het alarmeringsnetwerk, het arbitragesysteem, het openbaar meldsysteem en, een op zichzelf staande ontwikkeling, een Geografisch Informatiesysteem. Aan de leveranciers van die systemen worden inmiddels offertes gevraagd. Maar binnen de organisatie ligt de grootste nadruk op het klaarstomen van de centralisten. Van hen wordt tijdens de pilotfase 150 procent inzet gevraagd. Walters maakt zich wat dat betreft weinig zorgen. De motivatie bij het personeel is groot; het voor de eerste keer uittesten van GMS in een operationele omgeving wordt gezien als een grote uitdaging. "Voor de pilot wordt het systeem gevuld met reële gegevens uit onze bestanden, niet alleen van de brandweerzijde, maar ook van politie en CPA. Inmiddels kijken we als gezamenlijke gebruikers ook al verder naar de periode na de pilot. Dan willen we het systeem operationeel zo snel mogelijk verder uitbouwen. Dat betekent dat we nu al met elkaar om de tafel zitten, om te bekijken welke onderwerpen we nog nader met elkaar moeten afstemmen. Een voorbeeld : de politie heeft een schat aan informatie in eigen systemen, CPA en brandweer ook.Veel informatie gaat over dezelfde onderwerpen. Verschillen die daar nog in zitten, moet je eruit halen, voordat je met elkaar één nieuw systeem gaat gebruiken."

Theo van Marsbergen, meldkamer Haaglanden :’Overbrugging van oud naar nieuw is lastige periode’
In de regio Haaglanden werken de meldkamers van brandweer, politie en CPA al geruime tijd samen op basis van co-lokatie. De diensten zitten bij elkaar in één ruimte, maar werken ieder met hun eigen systemen. In de meldkamer Haaglanden bestaan plannen om de samenwerking verder te versterken, in de toekomst mogelijk gevolgd door verdergaande integratie. GMS is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Daarom hebben de bestuur van de hulpverleningsregio Haaglanden en de korpsbeheerder van de regiopolitie de Haagse meldkamer kandidaat gesteld voor de pilot. "Op dit moment is de meldkamer Haaglanden een goed voorbeeld van een ‘eilandjes-cultuur’", stelt Theo van Marsbergen: "De drie disciplines zitten bij elkaar in één ruimte, maar werken ieder met hun eigen systemen. De komst van GMS zal de onderlinge communicatie tussen de diensten in de meldkamer al aanzienlijk kunnen verbeteren en daar wil men graag zo snel mogelijk mee starten." De verwachting is dat de operationele pilot in Haaglanden in januari 1998 van start gaat. De vijf maanden daarvoor vormen het voorbereidingstraject. Van Marsbergen:"Dat zal best een lastig traject worden, dat veel personeel vraagt. De overstap van het oude naar het nieuwe systeem zal van iedereen een zekere aanpassing vragen. Daarom wordt het meldkamerpersoneel zeer nauw betrokken bij de pilot en de voorbereiding daarop." Op dit moment zijn de eerste voorbereidingen al gaande, zoals het inventariseren van de bestaande infrastructuur in de meldkamer, het opstellen van offertes voor koppelingen met andere systemen. In de feitelijke voorbereidingsperiode volgt dan het installeren van de apparatuur, de conversie van gegevens uit de bestaande systemen naar GMS en, heel belangrijk: een opleidings-en trainingstraject. "Het zal voor ons als meldkamer een grote klus worden. Het vraagt veel inzet en energie om iedereen ervoor ‘klaar te stomen’, zeker in een meldkamer met 100 centralisten. Maar we verwachten dat al die inspanningen worden beloond, doordat we een betere basis voor samenwerking en integratie krijgen."

Henk Blotje, meldkamer politie Zaanstreek-Waterland : ‘Pilotregio zijn heeft voordelen’
Deelnemen aan de GMS-pilot kost veel energie, maar levert de meldkamer tegelijk de nodige winst en voordelen op. Dat is de stellige overtuiging van Henk Boltje, groepschef in de meldkamer van de regiopolitie Zaanstreek-Waterland. Deze meldkamer neemt als monodisciplinaire meldkamer deel aan de pilotfase. Boltje heeft hoge verwachtingen van GMS en ziet de pilot met vertrouwen tegemoet. "Wij hebben ‘ja’ gezegd tegen deelname aan de pilotfase, omdat we graag mee willen liften in het traject van meldkamerautomatisering en kwaliteitsverbetering. Het GMS-project biedt daarvoor een uitgelezen kans. Bovendien vind ik dat je als pilotregio belangrijke voordelen hebt. We kunnen immers op uitgebreide ondersteuning van het projectbureau rekenen, terwijl we ook een materiedeskundige aan het projectbureau hebben geleverd. Die voordelen zullen zeker doorwerken in de definitieve implementatie van het systeem. Dankzij de pilot zullen we veel kennis en informatie over het systeem opdoen."
Boltje zegt een groot vertrouwen in GMS te hebben door de wijze waarop het systeem tot stand is gekomen:"Het is het eerste meldkamersysteem dat in zeer nauwe samenwerking met de gebruikerswereld van politie, brandweer en CPA tot stand is gekomen. Dat geeft in ieder geval het vertrouwen dat het systeem zal doen wat de gebruikers ervan verwachten. GMS heeft door de brede betrokkenheid van het veld bij het project een solide basis." Ter voorbereiding op de pilot worden in de periode maart tot en met september verschillende cursussen en trainingen gehouden voor leidinggevenden, beheerders en centralisten. Op 1 augustus is de implementatie van GMS gepland, waarna op 1 oktober de operationele pilotfase van start kan gaan. Boltje:"In eerste instantie zullen we gaan schaduwdraaien met GMS, waarbij ook de meldkamermodule van BPS in gebruik zal blijven. Ik voorzie eigenlijk geen echte nadelen of knelpunten als gevolg van de pilot, al kunnen er wel zaken zijn die je niet zelf in de hand hebt. Een voorbeeld hiervan zijn de koppelingen met BPS en de telefooncentrale. Als die koppelingen niet goed functioneren, kan dat de prestatie van het systeem beïnvloeden. De praktijk zal het ons leren. Ik verwacht in ieder geval dat GMS de centralisten gericht en op een flexibele wijze zal ondersteunen en dat we daarmee onze kwaliteit nog verder zullen kunnen verbeteren."

Peter van beek, Regionale Brandweer Twente:’Nieuwe start met GMS’
In de regio Twente volgt de start van de GMS-pilot op de ingebruikname van de nieuwe regionale meldkamer na een fusie tussen drie brandweerregio’s.’Een nieuwe meldkamer, een nieuw systeem’, was het uitgangspunt in deze regio. De pilot biedt de Twentse meldkamer een uitgelezen kans om direct een goede start te maken, als GMS tenminste aan de verwachtingen voldoet. En die verwachtingen zijn ‘hoog gespannen’.
"Sinds 1994 zijn in het oosten van Overijssel drie brandweerregio’s samengevoegd tot één nieuwe regio Twente", aldus hoofd beheer en uitvoering Peter van Beek. "En in twee fasen worden ook de meldkamers van de regio’s gefuseerd. Met de ingebruikname van de nieuwe alarmcentrale op 1 oktober, wordt dat proces afgerond. Tijdens de voorbereidingen voor de fusie hebben we ons de vraag gesteld: ‘Hoe kunnen we met onze nieuwe meldkamer met een goed stuk ondersteunende techniek de volgende eeuw in ?’ GMS is op die vraag het antwoord. Als er een systeem is, dat tot stand gekomen is met zoveel inbreng en medewerking uit het veld, dan moet je daar gebruik van maken." Overigens is de nieuwe meldkamer een co-lokatie van brandweer en CPA in gescheiden ruimten. De CPA zal vooralsnog geen gebruik maken van GMS en vasthouden aan het gebruik van het daar toegepaste ISAC-systeem.
Voor de brandweer komt GMS precies op tijd. Door deel te nemen aan de pilot, kan de regio Twente in zijn nieuwe behuizing direct het nieuwe systeem gaan gebruiken. Van Beek:"Het zal er in ons geval echt op aan komen, want het enige systeem dat in de nieuwe brandweermeldkamer zal worden geïnstalleerd is GMS. Dat houdt in dat het direct goed moet functioneren, ook al in de pilotfase. Het voorbereidingstraject moet daarom strak verlopen en daarin hebben we niet veel speling. We hopen de nieuwbouw op 24 juli te betrekken en op 1 oktober wordt de nieuwe meldkamer in gebruik genomen en gaat de operationele GMS-pilot van start." Van Beek verzekert overigens dat dit niet betekent dat eventuele startproblemen met het nieuwe systeem risico’s opleveren voor de hulpverlening. "In ieder geval kunnen we eventueel als uitwijkmogelijkheid gebruik maken van de beperkte ondersteunende mogelijkheden van ons radiobediensysteem, of moeten we terugvallen op de vertrouwde papierwinkel. Maar de oude systemen die nu nog in gebruik zijn op onze twee meldkamerlokaties -ARBAC in Almelo en een eigen applicatie in Enschede- zullen niet terugkomen in de nieuwe behuizing. We hebben er vertrouwen in dat we met GMS een goede start zullen maken. Als we erin slagen om de verwerkingstijd van melding tot alarmering tijdens de pilot binnen de minuut houden, dan zijn we al in ons doel geslaagd."

GMS-opleiding pilots
Eén van de belangrijke onderwerpen bij een succesvolle invoering van GMS zijn de opleidingen. Zonder een goede en gedegen opleiding kan een systeem niet optimaal gebruikt worden. Binnen het projectbureau GMS is een werkgroep ingericht waar samen met Siemens invulling wordt gegeven aan de opleidingen. In eerste instantie wordt een opleidingsprogramma georganiseerd voor de pilotregio’s die in 1997 met GMS gaan starten. We kunnen hierbij verschillende opleidingen onderkennen.
Om te beginnen wordt er door het projectbureau GMS op 28 april een ééndaagse workshop georganiseerd voor de leidinggevenden van de pilotregio’s. Op deze dag wordt aandacht gegeven aan organisatorische en beheersmatige aspecten van het in gebruik nemen van GMS.

GMS-beheer
De kernopleidingen betreffen GMS-beheer n GMS-functionaliteit. De opleiding GMS-beheer duurt vier dagen en gaat in op alle functies binnen GMS om de gegevens in het systeem goed te onderhouden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de manier waarop inzetvoorstellen gemaakt kunnen worden, opzet van procedures, objecten, locatiegegevens etc. Deze opleiding is met name bedoeld voor de applicatie/gegevensbeheerders in de regio. Om zo veel mogelijk kruisbestuiving tussen de verschillende beheerders van de pilotregio’s te krijgen wordt deze opleiding voor de hele groep in één keer gegeven in juli.

GMS-functionaliteit
De opleiding GMS-functionaliteit betreft alle basisfunctionaliteiten van GMS en is uiteraard bedoeld voor de "echte" GMS-gebruikers, de centralisten. Deze opleiding duurt, afhankelijk van de combinatie van disciplines drie of vier dagen. Beide opleidingen worden ontwikkeld door Siemens. Hiervoor heeft men een aparte docent vrij gemaakt. Voor de pilotregio’s worden deze opleidingen gegeven door deze docent, aangevuld met één materiedeskundige van het projectbureau. De opleidingen worden gegeven op de locatie van de pilotregio’s nadat de GMS-configuratie daar is geïnstalleerd. Tenslotte is er nog een aantal meer technische gerichte opleidingen die gevolgd kunnen worden om GMS verantwoord in de lucht te houden. Dit betreft opleidingen op het gebied van de hardware, het operating systeem Unix en de gegevens-database Oracle. Deze opleidingen worden bij bestaande opleidingsinstituten gevolgd en zijn met name bedoeld voor de technische beheerders in de regio.
Gelukkig is het gelukt om alle centralisten en beheerders ingeroosterd te krijgen voor de verschillende opleidingen. Zoals waarschijnlijk algemeen bekend is dat geen eenvoudige opgave binnen de personeelsroosters van de meldkamers. Ook vanuit de IT-organisatie nemen personen die de helpdesk gaan bemannen deel aan de benodigde cursussen. Nadat de verschillende opleidingen zijn gevold zal een evaluatie plaats vinden zodat bij de landelijke implementatie van GMS een kwalitatief goed en op de specifieke behoefte toegespitst opleidingenpakket klaar staat.

De geïntegreerde telefoonkoppeling in GMS
Eén van de opties die GMS biedt is de koppeling van het systeem aan de telefooncentrale van de meldkamer. Er blijken nogal wat misverstanden te bestaan over wat er met deze koppeling nu wel en niet mogelijk is; daarom willen we er hier nog eens wat dieper op ingaan.
De basis van de telefoonkoppeling is een zogenaamde ‘dienstenserver’, die aan de bestaande telefooncentrale van de meldkamer wordt gekoppeld. De belangrijkste taak van de dienstenserver is het signaleren van binnenkomende oproepen. Als er een oproep binnenkomt geeft de dienstenserver dit door aan GMS, die de oproep in en wachtrij plaatst. Deze wachtrij zal in het algemeen zichtbaar zijn op alle aannameposten van GMS. In de wachtrij kan de centralist zien op welke lijn de oproep is binnengekomen, net zoals dat nu ook op een ARBI kan. Voor oproepen van een 1-1-2 centrale kan daarbij meteen de CLI (Calling Line Identification, het telefoonnummer van de oproeper) worden getoond. Voor andere gesprekken hangt het er van af of de bestaande telefooncentrale voor CLI geschikt is en of de oproeper het doorgegeven CLI niet heeft geblokkeerd. Volgens de plannen gebeurt er bij een 1-1-2 oproep nog iets meer: GMS haalt "onder water" via een aparte dataverbindingen de naam, adres en woonplaats (NAW) gegevens van de oproeper uit de 1-1-2 centrale. De komende wijziging van de Telecommunicatiewet moet dit juridisch mogelijk gaan maken.
De centralist kan de oproep aannemen door te klikken op de regel in het overzicht. GMS geeft dan aan de dienstenserver de opdracht om het gesprek door te verbinden naar de werkplek van de centralist. Tegelijkertijd wordt er een aanname scherm geopend, waar CLI en NAW gegevens worden getoond.

GMS kan ARBI vervangen
Stel nu dat de centralist besluit dat het gesprek niet op de meldkamer thuishoort, maar doorverbonden moet worden naar een andere afdeling. Dat kan natuurlijk gewoon via de ARBI, maar het hoeft niet. De dienstenserver kan, bediend vanuit GMS, ook die telefoonfuncties verrichten. Daarvoor is er in GMS een apart scherm, dat zoals gebruikelijk middels een klik op het tabblad naar voren kan worden gehaald.
Als er op dat moment een gesprek plaats vindt worden rechts bovenin de gegevens van het gesprek getoond. Daaronder zien we het telefoonboek van GMS, opgebouwd uit alle instanties en personen die in de GMS database voorkomen. De centralist kan een naam opgeven, of desgewenst onderin direct een telefoonnummer intikken. Links zitten een aantal ‘knoppen’ voor de gebruikelijke telefoonfuncties. Het gesprek kan nu direct worden doorverbonden met de knop ‘doorgeven’ of de centralist kan eerst even ruggespraak houden met zijn collega met de knop ‘consultie’. Ook een conferentieschakeling (om een collega mee te laten luisteren met het gesprek) behoort tot de mogelijkheden.
Hetzelfde scherm kan worden gebruikt om direct te bellen. Ook nu kunnen nummers weer uit de database worden gehaald of direct worden ingetikt. De voordelen zijn duidelijk : de centralist hoeft zijn aandacht niet meer te verplaatsen van GMS scherm naar ARBI en omgekeerd. Ook het bladeren door ARBI schermen behoort tot het verleden : alle gegevens uit GMS database zijn onder handbereik. Tenslotte kan deze oplossing financieel voordelig zijn : ARBI’s zijn immers dure voorzieningen.
De ARBI kan natuurlijk ook gewoon gehandhaafd blijven als de meldkamer daar de voorkeur aan geeft. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn omdat ARBI functies biedt waarin het GMS telefoonscherm niet voorziet, als extra voorziening voor het geval de GMS bediening uitvalt, of gewoon omdat de centralisten werken met een ARBI prettiger vinden.