logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage Index GMS-signaal Brandweerverbindingen

GMSignaal 18 : december 1996

GMS in 1996 : EEN JAAR VAN BELANGRIJKE MIJLPALEN

Nu het jaar 1996 ten einde loopt, is het moment aangebroken om even in kort bestek terug te kijken naar wat er het afgelopen jaar is bereikt. Ook werpt GMSignaal met projectleider Ton Glass alvast een blik vooruit naar het komende jaar.

"Het best zou je 1996 kunnen typeren als het ‘realiteitsjaar’ voor GMS. Zo vat Ton Glass het afgelopen jaar in een paar woorden samen. "Het was het jaar waarin de definitieve besluitvorming door de opdrachtgevers plaatsvond voor de voortgang van het project. Maar het afgelopen jaar bracht ook een keerpunt in de ontwikkeling van GMS. Want met het begin van de realisatiefase, de feitelijke bouw van het systeem, veranderde er ook iets in de omgeving van de projectorganisatie. In de voorafgaande ontwerp-fase was er een zeer intensieve uitwisseling met vertegenwoordigers van hulpdiensten en meldkamers, terwijl de contacten zich in de huidige realisatiefase meer gericht hebben op Siemens en de leveranciers van de te koppelen systemen. Misschien is voor de meldkamerwereld gevoelsmatig de afstand tot het project wat groter is geworden, maar dat zal na afloop van de realisatiefase zeker veranderen."

Bewijzen
Hoewel het veld het afgelopen jaar dan misschien iets minder van het project heeft gemerkt, was 1996 toch een belangrijk jaar. Behalve de besluitvorming en de start van de realisatiefase, zijn de afgelopen maanden ook de eerste voorbereidende stappen gezet voor de pilotfase, die volgend jaar van start gaat. Bovendien zijn in de afgelopen periode ook de eerste contouren geschetst voor het beheer van GMS in de gebruiksfase.

"Het afgelopen jaar was in sommige opzichten ook geen gemakkelijk jaar", vervolgt Ton Glass. De ontwikkeling van een nieuw meldkamersysteem blijft een complex proces, waar vele partijen belang bij hebben. Toch hebben we naar mijn gevoel de ontwerp-fase op een vruchtbare manier afgesloten. Maar nu komt het er echt op aan. In de realisatiefase moeten we bewijzen dat alles wat we met al die betrokkenen uit het veld hebben uitgedacht, ook werkt zoals we hebben gedacht. Dat legt een grote druk op het projectbureau èn het projectteam van Siemens."

Pilotfase
In verband met de naderende pilotfase, die naar verwachting in juni ’97 begint, is het afgelopen jaar al intensief overleg gevoerd met potentiële proefregio’s. Acht meldkamers hebben zich kandidaat gestald voor de pilotfase : de regio’s Zuidoost Noord-Brabant (brw/CPA), Twente (brw) en Rijnland/Hollands-Midden (brw/CPA), de politiemeldkamer Zaanstreek-Waterland en de meldkamers in Haaglanden (brw/CPA/pol), Zuid-Holland Zuid (brw/CPA/pol) , Drenthe (brw/CPA/pol) en Gooi-en Vechtstreek (brw/CPA en pol).

Glass: "De pilotfase zal in twee ronden worden uitgevoerd. De eerste ronde begint in juni ’97 in de meldkamers die op het Siemens-Unix platform willen werken. De meldkamers, die vanwege de eisen aan het hardware-platform door het PPI GMS op het Digital-Alfa platform willen gebruiken, komen later aan bod. Die versie komt pas begin 1998 beschikbaar.

Projectbureau
Tot slot gaat Glass nog even in op de veranderingen die 1997 voor het projectbureau zal brengen. "Voor het projectbureau zoals we dat tot nu toe gekend hebben, zal de hoeveelheid werk geleidelijk verminderen en daarmee zal ook de functie van het bureau veranderen. Na de pilotfase zal het projectbureau in zijn huidige vorm worden opgeheven en zal het beheer van GMS door de IT-organisatie worden overgenomen. Om geleidelijk naar de nieuwe situatie te groeien. zal het projectbureau in de eerste helft van het komende jaar al verhuizen naar het gebouw van de IT-organsiatie in Driebergen. Daarvoor hebben we de eerste voorbereidingen al getroffen. Op onze nieuwe stek zullen we geleidelijk taken oppakken om de overgang naar de nieuwe beheerssituatie zo glad mogelijk te laten verlopen. Kortom, ook 1997 wordt weer een jaar met belangrijke momenten voor het project."

Conversie van oud naar nieuw

De invoering van GMS in de regionale meldkamers gaat gepaard met een bijzondere ‘verhuizing’. Een verhuizing van gegevens vanuit de op dit moment in gebruik zijnde meldkamersystemen naar GMS. Hierbij zullen de bestanden uit al die systemen moeten worden ‘vertaald’ naar hun nieuwe omgeving in GMS. Om deze conversie zo soepel mogelijk te laten verlopen, is vastgesteld hoe de export van gegevens uit de oude systemen, de vertaling en de import in GMS verlopen. Het rapport waarin de conversie wordt beschreven, is inmiddels in concept gereed. Bij de conversie gaat het niet uitsluitend om gegevens en bestanden uit systemen in meldkamers. Bij het samenstellen van het GMS lokatiebestand, worden brongegevens van externe organisaties vertaald. Er wordt gebruik gemaakt van twee belangrijke bestanden : het Nationaal Wegenbestand van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat) en het postcodebestand van de PTT. Deze bestanden zijn essentieel in GMS, omdat goede bronbestanden voor geografische informatie de basis vormen voor de inzetbepaling van politie-,brandweer-en ambulancehulp.

Bewerking
Om tot een goed geografisch lokatiebestand in GMS te komen, zullen de bronbestanden van de AVV en de postcodetabel worden vergeleken en bewerkt. Ook wordt een relatie gelegd tussen de gegevens uit de twee bestanden (matching). Bij de vertaling naar GMS zullen de gegevens gedeeltelijk worden aangepast om een zo exact mogelijke incidentlokatie te kunnen vaststellen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het definiëren van kruisingen en wegvakken en het toevoegen van aanvullende informatie, zoals gegevens over waterwegen en spoorwegen. Alle tabellen die op deze wijze ontstaan en die per regio zullen worden uitgeleverd, zullen eerst aan de regio worden voorgelegd voor een grondige controle op correctheid en actualiteit. Met de leveranciers van de bronbestanden worden bovendien afspraken gemaakt over het actualiseren en updaten van de bestanden. Het lokatiebestand in GMS zal immers mee moeten groeien met de ruimtelijke wijzigingen in een regio.

Conversie
Het converteren van gegevens vanuit de bestaande meldkamersystemen naar GMS is meer gecompliceerd. Het gaat om de bestaande systemen ARBAC (versie 20.8 zeker, 21 is nog in onderzoek), BPS (versie 2.6) en FMS (versie 3.7). De conversie is vooral gecompliceerd bij gegevens die in alle drie de systemen voorkomen; bijvoorbeeld gegevens over objecten. In die gevallen moeten de bestanden van de bestaande meldkamersystemen eerst onderling worden vergeleken. In grote lijnen verloopt de conversie in drie stappen :

Voor zowel ARBA als GMS geldt dat bepaalde bestanden meerdere gegevenstabellen bevatten. Voordat die kunnen worden geconverteerd, zullen de tabellen eerst moeten worden gesplitst. Bij FMS is de conversie nog wat ingewikkelder, omdat de gegevens in dit systeem op een andere wijze als data zijn opgeslagen. De gegevens kunnen daardoor niet rechtstreeks naar de conversiedatabase worden gekopieerd, maar moeten hiervoor met behulp van een apart programma eerst technisch worden vertaald.

Kwaliteit
Het projectbureau heeft een belangrijke aanbeveling voor de voorbereiding van de conversie van gegevens vanuit bestaande systemen. Vóór de feitelijke conversie is het verstandig om de te converteren gegevens eerst kritisch op inhoudelijke kwaliteit te onderzoeken. Wanneer een regio tot de conclusie komt dat de kwaliteit van bepaalde gegevens te wensen overlaat, is het wellicht beter om die gegevens inhoudelijk te controleren en opnieuw in te voeren of te verbeteren. De conversie zal namelijk niets veranderen aan de kwaliteit van de gegevens.

Verder is voor een succesvol conversie ook gewenst dat de verschillende disciplines per regio met elkaar afspraken maken over de conversie van gelijksoortige gegevens die in meerdere systemen voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn omdat de naam van een object in ARBAC op een andere wijze kan zijn geschreven dan in BPS of FMS.

Als de conversie wordt gestart, wordt d.m.v. de conversieprogrammatuur gecontroleerd of bestanden individueel of in combinatie met andere bestanden worden geconverteerd. Met behulp van de conversieprogrammatuur zal een standaardvoorstel gepresenteerd worden om de GMS-tabellen te vullen. De gebruiker kan echter kiezen om van deze automatische conversie af te wijken en een bestand niet te laten vullen of zelf handmatig wijzigingen aan te brengen.

Aandachtspunten
Momenteel zijn nog niet alle vragen rond de conversie van de gegevens naar GMS beantwoord. Één van de kanttekeningen die wordt geplaatst is het feit dat de ontwikkeling van de huidige systemen nog niet is gestopt. Daarmee moet bij de komende conversie rekening worden gehouden. De conversieprogrammatuur zal de huidige versies (hiervoor genoemd) ondersteunen.

Op een aantal punten wordt nog nader onderzoek gedaan zoals naar het converteren van aanrijroutes en het converteren van gegevens in uitrukvoorstellen en piketlijsten uit respectievelijk ARBAC en FMS.

NATIONAAL WEGEN BESTAND BESCHIKBAAR VOOR GMS

Op 6 november jl. vond in het World Trade Center (WTC) in Rotterdam een belangrijke gebeurtenis plaats voor het GMS-project. Die dag werd een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen de afdeling informatiebeleid Openbare Orde en Veiligheid (IBOOV) van Binnenlandse Zaken en de Adviesdienst verkeer en Vervoer (AVV) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De overeenkomst houdt in dat het Nationaal Wegenbestand van de AVV door Binnenlandse Zaken gebruikt mag worden als bronbestand voor GMS en aan GMS gekoppelde systemen. Het nationaal Wegenbestand zal worden gebruikt als bronbestand voor de geografische gegevens in GMS.

De ondertekening van de overeenkomst vond plaats op de ‘Eurodeltatestsite’ in het WTC te Rotterdam. Op deze testsite bevinden zich demonstratie-opstellingen van experimentele Informatie Technologie-voorzieningen in het belang van verkeer en transport. De handtekeningen op de overeenkomst werden gezet door J.C.A. Smits, hoofd van de afdeling IBOOV en P. Elsenaar, hoofdingenieur van de AVV.

Actualiseren
Met het beschikbaar komen van het Nationaal Wegen Bestand is een goede bron beschikbaar voor GMS, als basis voor de inzetbepaling. Een volledig en geactualiseerd geografisch bestand is onmisbaar, omdat het bepalen van de juiste lokatie de eerste stap is om te komen tot de juiste inzetbepaling van mensen en middelen van de diverse hulpdiensten. Het bestand zal als centraal onderdeel van GMS aan alle meldkamers in Nederland worden verstrekt. Dat moet de garantie geven dat in alle meldkamers dezelfde gestandaardiseerde geografische informatie gebruikt wordt.

Het bestand bevat een overzicht van alle berijdbare wegen in Nederland alsmede alle spoorlijnen en grotere vaarwegen. Alle wegen zijn zodanig opgedeeld en voorzien van geografische posities dat vrijwel altijd een goede lokatiebepaling mogelijk is. Op grond van de overeenkomst zijn met de AVV ook afspraken gemaakt over het actualiseren van de geografische informatie.

Een onderdeel hiervan is dat ook de meldkamers een rol kunnen spelen in het actualisatieproces. Veranderingen in de infrastructuur die door de hulpdiensten in de regio’s worden gesignaleerd, zullen namelijk aan de AVV worden doorgegeven, zodat die informatie zo snel mogelijk kan worden aangepast.

In een toespraak ter gelegenheid van de ondertekening van het convenant, zei J.C.A. Smits dat deze mijlpaal het begin van een verdere samenwerking markeerde, waarin de toepassing van de informatie van de AVV een bredere betekenis kan krijgen dan alleen voor de meldkamerwereld. "Wij zijn verheugd dat we van dit bestand en daarmee van uw deskundigheid gebruik kunnen maken. Het is met name voor het GMS-project een zeer belangrijk bestand", aldus Smits.

Raakvlakken
P. Elsenaar van de AVV onderstreepte het gezamenlijke belang van beide partijen in de samenwerking. "Onze afdeling heeft ook belang bij de samenwerking, want we hebben op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid beslist raakvlakken. Ik doel hiermee op de Verkeersongevallenregistratie, één van onze kerntaken. Die taak vormt de achtergrond voor het Nationaal Wegen Bestand." Na deze woorden en de officiële ondertekening, werd de samenwerking gevierd met een glas (alcoholvrije) drank en een speciaal voor dit doel gebakken ‘geografische taart’ in de vorm van Nederland.

PILOTS IN BEWEGING

Nu de oplevering van GMS nadert, komen de regio’s die het GMS in de praktijk gaan beproeven nadrukkelijk in beweging. Ook op het projectbureau is men nu druk bezig met het voorbereiden en organiseren van de pilots. Zoals in het vorige nummer is aangegeven zullen de pilots in twee groepen uitgevoerd worden. Een eerste groep op Siemens hardware en een tweede groep op Digital hardware.

Voor de eerste groep pilots vindt overleg plaats met :

Voor de tweede groep hebben zich aangemeld :

Bestuurlijke goedkeuring
Of deze potentiële pilots doorgang vinden is mede afhankelijk van het afsluiten van een bestuurlijke convenant tussen het Rijk en de regio’s. Dit convenant is ondertussen met alle regio’s in de eerste groep besproken. Wanneer door de regio’s de bijbehorende financiële begroting voor invoering van GMS is opgesteld, kunnen de regiobesturen definitief voor een pilot beslissen. De afronding van dit bestuurlijk traject is in zicht. Dit is ook noodzakelijk want de voorbereidingen voor de pilots moeten opgestart worden. Begin november zijn de direct betrokkenen uit de eerste groep pilots bij elkaar geweest. Tijdens deze conferentie zijn verschillende onderwerpen besproken. De invulling van het Draaiboek Invoering GMS was één van die onderwerpen, net als de wijze waarop het GMS tijdens de pilots en daarna beheerd moet worden.

Voorbereiding pilots
Bij de voorbereiding van de pilots is een groot aantal onderwerpen van belang. Ten eerste moeten de pilotregio’s bepalen welke hardware ze willen aanschaffen; het gaat dan om welke server, werkstations en eventueel netwerkbekabeling er besteld moet worden. De eerste gesprekken tussen hardware-leverancier Siemens en de eerste pilotregio’s hierover hebben reeds plaatsgevonden. Ten tweede moeten in de pilots diverse koppelingen getest worden. Aan dit onderwerp wordt dan ook veel aandacht besteed. Bovendien moeten de centralisten in de pilotregio’s opgeleid worden om met GMS te kunnen werken. Binnen het projectbureau is een werkgroep samengesteld die in overleg met Siemens en de pilotregio’s bekijkt wanneer er op welke wijze de opleiding gegeven zal worden. Gezien de beperkte mogelijkheden in de centralistenroosters zal hier per regio de optimale oplossing bepaald worden.

Wanneer de hardware en daarop het GMS is geïnstalleerd en iedereen is opgeleid, kan nog steeds niet worden gewerkt. Het systeem zal gevuld moeten worden met de juiste operationele gegevens. Dit betreft de locatiegegevens met alle gemeente-,provinciale-en rijkswegen, spoorwegen en waterwegen in de regio. De ontwikkelingen ten aanzien van het zogenaamde GMS-locatieplus bestand verlopen voorspoedig. Voor de testregio Eindhoven is de samenvoeging van het Nationaal Wegen Bestand en de postcodetabel op huisnummer gerealiseerd. Bij de IT-organisatie wordt momenteel hard gewerkt aan de ontwikkeling van de conversie-software voor FMS, ARBAC en de BPS-Meldkamermodule. Naast deze aspecten moet er binnen de regio natuurlijk ook nog veel werk verzet worden door de beheerders om tijdig een eenduidige, opgeschoonde gegevensset voor GMS te prepareren. Dit vraagt een grondige en tijdige voorbereiding. Dit geldt zeker in de situatie waarbij verschillende disciplines vanuit verschillende systemen overgaan naar één GMS configuratie met één gegevensbestand.

Al met al mag duidelijk zijn dat er heel veel werk verzet moet worden om de invoering van GMS in de pilotregio’s vlekkeloos te laten verlopen. Gelukkig bleek tijdens de conferentie in november dat de pilotregio’s bereid zijn om onderling elkaar zoveel mogelijk te steunen om de gezamenlijke klus te klaren: het invoeren van GMS. Het projectbureau zal hier uiteraard ook al het mogelijke aan doen om GMS in praktijk te laten slagen.

GMS EN C2000 IN LEGO

Op de ambulancevakbeurs in Apeldoorn, die is gehouden van 24 tot 26 oktober, trokken het GMS-project en C2000 gezamenlijk de aandacht in de vorm van een grote Lego-maquette. De maquette die helemaal uit Lego-stenen bestond, gaf een geconcentreerde weergave van alles wat er in de huidige complexe samenleving mis kan gaan en hoe hulpdiensten op die risico’s anticiperen. ‘Communicatie door integratie’ leek de boodschap te zijn van de talrijke Lego-poppetjes, die voorzien van portofoons, mobilofoons en mobiele dataterminals op ludieke wijze de multidisciplinaire samenwerking in beeld brachten.

Diverse scenario’s waren in beeld gebracht : een groot ongeval met een tankwagen, ongetwijfeld geladen met gevaarlijke stoffen, brand, een aanrijding met letsel. Maar ook een achtervolging van een ‘boef’ in een dicht bos, waar een optimale portofoondekking garant stond voor het veiligheidsgevoel van de achtervolgende agenten. Centraal in de maquette stonden enkele meldkamers, die duidelijk voorzien waren van het GMS-logo. Eén krtitische kanttekening past echter wel bij dit beeld : de veelheid aan meldkamers maakt duidelijk dat in Legoland het begrip meldkamerintegratie nog niet is doorgedrongen. Gelukkig maar dat GMS ook in monodiscilinaire meldkamers functioneert, dat hebben ze in Legoland tenminste wel.

De reacties van de bezoekers op de maquette waren bijzonder positief. Wat de mensen vooral aansprak was het feit dat de boodschap simpel en helder was.
De maquette was overigens ook te zien op de landelijke informatiedag over C2000 in Zutphen op 29 oktober.

Bijzonder te vermelden is nog dat de maquette met Lego gratis beschikbaar is gesteld door de fabrikant. Na afloop van de ‘tournee’ is de maquette geschonken aan het project Mappa Mondo van het Nederlandse Rode Kruis, een opvangtehuis waar ongeneeslijk zieke kinderen in een warme en huiselijke sfeer begeleid en verzorgd worden.