logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

C2000, COMMUNICATIENETWERK VOOR POLITIE, BRANDWEER EN AMBULANCEHULPVERLENING

Index :                                                                                                    Terug naar Brandweerverbindingen

 Algemene beschrijving
De communicatie en samenwerking tussen politie, brandweer en ambulancediensten zal de komende jaren sterk worden verbeterd. Een nieuw, gezamenlijk netwerk voor radiocommunicatie stelt deze organisaties in staat om hun hulpverlening niet alleen sneller en effectiever maar ook met meer onderlinge samenhang uit te voeren. Het landelijke mobiele netwerk C2000 wordt vanaf 2000 in gebruik genomen.

Het belang van een goed netwerk voor mobiele radiocommunicatie ten behoeve van politie, brandweer en ambulancezorg behoeft weinig betoog. Iedereen, burger en bestuurder, beseft dat de kwaliteit van hulpverlening, bescherming en beveiliging begint met de beschikbaarheid van goede verbindingen. Ongevallen en rampen kunnen ze niet verhinderen. Maar het snel en goed daarop reageren kan wel levens redden, schade beperken en escalatie van problemen voorkomen.

De mobiele radiocommunicatie heeft dit decennium, vooral door toepassing van de computertechnologie, enorme vooruitgang geboekt. Daarmee vergeleken lopen de techniek en de opzet van de huidige netwerken ernstig achter. Een inhaalslag is dus geboden, alleen al om de kwaliteit van deze publieke dienst-en hulpverlening op peil te houden. Maar er wordt meet gevraagd van de organisaties op dit gebied.

Nederland wordt steeds voller, drukker en ingewikkelder. Dat geldt voor de zichtbare wereld waarin we dagelijks verkeren. En dat geldt evenzeer voor de onzichtbare wereld van de ether om ons heen. Die staat steeds boller van het radio-en telefoonverkeer en maakt het met de dag moeilijker om ruimte vrij te houden voor een ongestoorde mobiele communicatie van politie, brandweer en hulpverlening. Om in die complexe werkelijkheid alert en adequaat te kunnen handelen moeten de mobiele verbindingsmogelijkheden van onze organisaties vrijwel letterlijk de ruimte hebben. Het nieuwe digitale netwerk C2000 biedt die ruimte.

De vervanging van de afzonderlijke systemen door een hoogwaardig netwerk met tal van nieuwe en extra functionaliteiten is een omvangrijke, maar noodzakelijke investering. Het technische prestatievermogen, de 'performance' van dit instrumentarium, zal een flinke ruggesteun zijn bij het werk van deze diensten.
Toch schuilt de grootste waarde ervan niet louter in de techniek. Die zit vooral ook in de manier waarop medewerkers en meldkamers van de afzonderlijke diensten straks operationeel kunnen samenwerken. C2000 biedt maatwerk in communicatie.

Daarom is C2000 meer dan techniek alleen. Het is ook een goed gereedschap voor integrale samenwerking

Communicatie 2000

De aanleg van één, gezamenlijk mobiel communicatienetwerk met landelijke dekking is een nationaal project. Alle politie-, brandweer- en ambulancediensten, alsmede de Koninklijke Marechaussee, nemen er aan deel. Hierdoor kan de bestaande lappendeken van ruim 100 afzonderlijke netwerken worden opgeheven. Het netwerk C2000, voluit 'Communicatie 2000', moet in zeven jaar tijd, en liefst sneller worden gebouwd. Gaandeweg zullen telkens groepen van regio's overschakelen op het nieuwe systeem.

De Tweede Kamer heeft in 1996 tot de aanleg van C2000 besloten op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken. Er is doelbewust gekozen voor volledige vervanging van alle bestaande netwerken, geen enkele uitgezonderd. Dit waarborgt een maximale effectiviteit.

C2000 biedt een volledig landelijke dekking voor mobilofoons en een zeer hoge dekkingsgraad voor portofoons. Hierdoor kunnen in de nabije toekomst alle ambulante medewerkers van de betrokken diensten te allen tijde zowel met hun organisaties als met elkaar communiceren. Waar ze zich ook in het land bevinden en hoe ze zich ook bewegen, te voet, op de fiets, met de motor, in een auto, een boot of zelfs een vliegtuig, binnen een halve seconde kunnen ze radioverbindingen maken en onderhouden. Die verbinding kunnen ze gebruiken voor spraak, maar ook voor andere functies zoals gelijktijdig raadplegen van databestanden.

Met de aanleg van C2000 sluit Nederland in één majeure operatie aan bij de internationale ontwikkelingen op het gebied van radiocommunicatie. Het nieuwe systeem is gebaseerd op een Europese communicatiestandaard die gebruik maakt van speciale beschermde frequenties. Door deze Europese afspraken wordt tevens de grensoverschrijdende samenwerking bevorderd. Het landelijke mobiele netwerk maakt niet alleen in Nederland maar ook in de grensgebieden een einde aan veel voorkomende communicatieproblemen.
De coördinatie en uitvoering van potentiële en hulpverlenende taken met collegadiensten in Duitsland en België zal erdoor aan slagkracht winnen.

Met de ontwikkeling, aanleg en ingebruikname van het nieuwe communicatiesysteem is een budget gemoeid van ongeveer 1 miljard gulden. Ongeveer de helft daarvan is bestemd voor de aanleg van de infrastructuur zoals zendmasten en centrales. Deze kosten worden gedragen door het rijk : de ministeries van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Defensie. De andere helft van het budget is nodig voor de aanschaf van randapparatuur, zoals bedieningssytemen, mobilofoons, portofoons en alarmontvangers. Deze worden in beginsel gefinancierd uit de eigen begrotingen van de betrokken organisaties.

De invoering van het mobiele netwerk wordt begeleid door de projectorganisatie X2000, gevormd uit deskundigen van de IT-organisatie, tot mei 1998 een onderdeel van het Korps Landelijke Politie Diensten, daarna als ITO een agentschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vertegenwoordigers uit de operationele organisaties worden in regio-teams nauw betrokken bij de uitvoering. Op deze manier hebben de diensten zelf invloed op het invoeringsproces en met name op het verlangde samenstel van apparatuur en functionaliteit.

Het nieuwe netwerk : beter, sneller en efficiënter

In onze goed georganiseerde samenleving vinden burgers het heel normaal dat politie en hulpdiensten snel reageren. Dat hoort bij de publieke service van een overheid waarvoor men betaald. Maar hoe goed die service ook is, het bieden van hulp, bescherming en veiligheid en het beheersen van risico's blijven mensenwerk. Helaas valt dat pas op wanneer er door menselijke of technische omstandigheden iets fout gaat. Om die goede hulpverlening te handhaven en uitzonderingen daarop tot een absoluut minimum te beperken, vraagt de driehoek mens, techniek en organisatie om permanente aandacht. Met C2000 is het de beurt aan vervanging van een in feite nu al verouderde en functioneel beperkte radiotechniek.

De bestaande afzonderlijke mobiele netwerken hebben nadelen en gebreken die zich steeds zwaarder doen gelden. De netwerken zijn niet op elkaar afgestemd en werken alleen in hun eigen gebied. Daardoor is het lastig en tijdrovend om verbindingen tijdens mobiele operaties te maken en in stand te houden en verloopt de communicatie (het 'stoeprand-of motorkapoverleg') tussen politie, brandweer en ambulancediensten vaak moeizaam. Maar ook de aard van de techniek begint zich steeds meer te wreken. De prachtige communicatiemiddelen van 15 jaar geleden zijn de analoge 'oudjes' van vandaag. Langzaam, met beperkte capaciteit, moeilijk beveiligbaar en zonder extra's.

Met de komst van C2000 begint een nieuwe ontwikkelingsfase in onze mobiele radiocommunicatie met tal van nieuwe en nuttige mogelijkheden voor de praktijk. Aan de basis daarvan ligt het digitale karakter van het systeem. Anders gezegd, door de klassieke radiocommunicatie te combineren met de verworvenheden van de informatietechnologie gaat de functionaliteit met sprongen omhoog.

De belangrijkste voordelen zijn : vergroting van de snelheid, meer capaciteit, een veelheid aan functionaliteit en een hogere dekkingsgraad. Verbindingen kunnen veel sneller worden gemaakt. Door spraak en andere informatie te digitaliseren gaat het verzenden vier keer sneller en kunnen beschikbare frequenties beter worden benut. De gespreksmogelijkheden zijn legio.

Door snelheid en intelligent kanaalgebruik kunnen zender en ontvanger zonder wachttijden met elkaar spreken. Anders dan nu kan dat ook in meerdere gespreksgroepen tegelijk. Daaraan kan door de meldkamer maar ook door anderen, zelfs via de telefoon worden deelgenomen. Terwijl de gesprekken gaande zijn kan ondertussen dataverkeer plaatsvinden. Door spraak en data cryptografisch te versleutelen wordt ongewenst meeluisteren of meeprofiteren vrijwel uitgesloten.

De grote functionele kwaliteiten van dit systeem werpen niet alleen hun vruchten af in de dienstverlening aan het publiek. Minstens zo belangrijk zijn de aspecten die betrekking hebben op de veiligheid en de bescherming van het operationele personeel. Het voorkomen van ongewenst meeluisteren is daarvan slechts een voorbeeld. Belangrijker nog is dat meldkamers na het plaatsen van een noodoproep vanuit het veld kunnen blijven luisteren naar de zender en afhankelijk van de gekozen randapparatuur tevens de locatie kunnen bepalen van de medewerker in nood.

In het operationele programma van eisen dat door de gebruikers is opgesteld wordt om een radiodekking gevraagd van 95 %. In het bestek is dat vertaald in '95 % dekking naar plaats en tijd aan de rand van het dekkingsgebied van een zender'.
Dat betekent dat : dus binnen het gebied een hoger dekkingspercentage wordt gehaald, er geen vaste momenten op de dag zijn aan te wijzen waarop er geen dekking is, er geen plaatsen in het gebied zijn aan te wijzen die nooit dekking hebben, de 'missende' 5 % dus statistisch is verdeel in plaats en tijd.
Overigens is het netwerk zo ontworpen dat waar de ene zender 'ophoudt' de volgende 'begint'

Trunking, de sleutel tot verandering

C2000 is gebaseerd op de nieuwe Europese standaard voor digitale mobiele communicatie TETRA. Dit staat voor TErrestrial Trunked RAdio. Deze standaard is speciaal ontwikkeld voor de sector mobiele orde en veiligheid. Andere Europese standaards zijn bijvoorbeeld die voor mobiele telefonie (GSM) en de semafonie (ERMES). Het grote voordeel van TETRA is de toepassing van de zogeheten trunking-techniek. Onder 'trunking' wordt verstaan : het bundelen van gebruik.

In de bestaande, analoge radiocommunicatie maakt de zender/gebruiker een verbinding door het kiezen van een kanaal. Vanaf dat moment is het geselecteerde kanaal alleen nog maar beschikbaar voor deze gebruiker en diens ontvanger. Omdat elk netwerk beschikt over een beperkt aantal kanalen (=frequenties) is de capaciteit, zeker op drukke momenten, snel uitgeput. En dat terwijl de ruimte op ieder van die kanalen telkens maar voor een stukje wordt benut, tijdens de duur van de oproepen, als er wordt gepraat.

Door middel van trunking worden alle beschikbare kanalen permanent benut. Iedere keer als er spraak of informatie wordt verzonden kiest de computer razendsnel een vrij kanaal en zorgt ervoor dat de boodschap naar iedereen in de afgesproken gespreksgroep gaat. Op die manier worden de kanalen veel efficiënter benut en bieden zij aanzienlijk meer capaciteit dan de analoge kanalen.

Trunking is mogelijk door de snelheid waarmee de computer telkens het kanaal kiest en de snelheid waarmee de gedigitaliseerde informatie (ook die van spraak) wordt verzonden. Beeldend voorgesteld flitsen er telkens over één kanaal allerlei stukjes spraak en data van verschillende gespreksgroepen. Omdat in principe alle kanalen gebruikt kunnen worden is het ook mogelijk om tegelijkertijd een gesprek te voeren en gebruik te maken van databestanden. De computer kiest immers welk kanaal daarvoor beschikbaar is.

Hoewel trunking de capaciteit van de beschikbare kanalen verveelvoudigt zijn ook met dit systeem momenten van volledige bezetting niet uit te sluiten. Wanneer er meer gelijktijdige oproepen zijn dan er aan kanalen beschikbaar is, kan een kort wachtmoment mogelijk zijn. De kans daarop is echter gering. Daarbij zij aangetekend dat het systeem bij gelijktijdige aanbieding van oproepen prioriteit geeft aan noodoproepen en alarmeringsboodschappen. In noodsituaties is er dus altijd een kanaal beschikbaar.

Een selectie van de belangrijkste voordelen :

Betere Dienstverlening

Meldkamers en operationele medewerkers van politie, brandweer en ambulancediensten ervaren dagelijks aan den lijve de beperkingen van de bestaande netwerken. De realiteit gebiedt om er mee te werken. Dat past nu eenmaal bij hun opdracht en taakopvatting. Maar de meesten van hen willen liever gisteren dan vandaag hun nieuwe radiomobiele omgeving aanpassen aan de mogelijkheden van vandaag.

Brandweer en ambulancediensten willen efficiënter optreden. Bij verkeersongelukken, branden, vliegtuigrashes en andere calamiteiten zijn de eerste minuten van coördinatie en organisatie van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van de hulpverlening. Snelle signalering alleen is daarbij niet voldoende. Vooral een efficiënte en doeltreffende afstemming van taken is geboden om te redden wat er te redden valt en erger te voorkomen. Communicatie is daarin een sleutelbegrip, mobiele communicatie is meestal de sleutel zelf.

Bij de rampenbestrijding, maar ook in het 'gewone' dagelijkse werk, kunnen deze hulpdiensten dankzij de digitale mobiele communicatie beter presteren. Dit laatste is vooral van toepassing op de ambulancezorg, die naast inzetbaarheid voor calamiteiten, overwegend actief is in het dagelijks reguliere ziekenvervoer, waarbij snelle en efficiënte communicatie over en weer met betrekking tot de toestand van een patiënt van groot belang is.

De grote functionaliteit van het spraak-en dataverkeer maakt het voor de brandweer en ambulancezorg mogelijk eerder, met meer kennis en inzicht en in goede onderlinge samenhang te reageren. Vanaf de eerste melding van een brand of ongeval kunnen zij het hulpverleningsproces door middel van de juiste informatie en communicatie ondersteunen.

Wat voor de brandweer en ambulancediensten geldt, gaat ook op voor de politiediensten in het land en de marechaussee in de grensgebieden en (lucht)havens. Onderzoek, controle, opsporing en coördinatie van acties zij sterk gebaat bij een landelijk netwerk met de 'state op the art' van C2000. Bijvoorbeeld om het opsporen en achtervolgen van verdachten efficiënter en veiliger te kunnen organiseren. Om de verkeersovertreders sneller te kunnen controleren en bestraffen. Of om de reactiesnelheid bij calamiteiten te vergroten, samen met de collega-diensten.

Een betere dienstverlening begint op straat, daar waar de problemen zich voordoen. Maar zo'n betere dienstverlening wordt gestimuleerd en aangestuurd vanachter de schermen, door de operationele leiding en het management van de betrokken organisaties. C2000 is ook is dat opzicht een instrument waarmee de organisaties zichzelf verder kunnen ontwikkelen en verbeteren.

Allereerst is het nieuwe radionetwerk een technisch instrumentarium waarmee de praktijk kan worden verbeterd. Daarnaast zal het ongetwijfeld de nodige prikkels en informatie geven over de manier waarop dat gebeurt en hoe dat kan worden verbeterd. Op veel andere terreinen heeft de introductie van nieuwe technologie grote veranderingen in het werk van de mens teweeg gebracht. Ook bij dit innovatieve instrumentarium is het niet ondenkbaar dat de invoering ervan andere manieren van werken en samenwerken doet ontstaan.

Fundament voor de toekomst

De voordelen van het nieuwe netwerk komen het beste tot hun recht wanneer alle bestaande netwerken worden opgeheven. Daarnaast is ook de hoge maatschappelijke investering een argument om tot landelijke verplichte invoering over te gaan. Het uniforme karakter van het netwerk betreft alleen de infrastructuur. Bij de keuze van nieuwe randapparatuur voor uitoefening van de standaardfuncties hebben de organisaties enige mate van vrijheid.

Het technische platform van C2000 is het fundament waarop de regio's kunnen voortbouwen. Ze hebben daarbij ruimte voor de invulling van eigen, bijzondere specificaties. De standaard biedt op zichzelf al een zeer geavanceerde basis. Daar bovenop kunnen de verschillende organisaties nog extra randapparatuur kiezen die het beste past bij hun bestaande of nieuwe taken, zoals koppeling aan geografische plaatsbepaling. C2000 is in dat opzicht een flexibel en op de groei gemaakt systeem. Per regio kan er maatwerk mee worden bedreven.

De organisaties in alle regio's onderzoeken welke eigen randapparatuur wordt gekozen bij de algemene standaard en wat men daarnaast nog nuttig of nodig acht. Het kan ook zijn dat men die pas in een later stadium nodig denkt te hebben, maar bij de keuze van de standaardapparatuur alvast rekening wil houden met zulke uitbreidingen. Vanzelfsprekend is het ook bij dergelijke onderzoeken en keuzes van belang op welke manier men vorm en inhoud wil geven aan toekomstige samenwerking tussen verschillende diensten in de regio.

Op het ogenblik zijn er in ons land 38 brandweerregio's, 39 ambulancezorgregio's en 25 politieregio's. Deze regio's worden, gecombineerd met de werkgebieden van het Korps Landelijke Politiediensten en de Koninklijke Marechaussee, verenigd in een aantal geografische clusters.

Elk geografische cluster krijgt een eigen projectorganisatie waarin vertegenwoordigers van de verschillende diensten als regionaal projectleider zitting hebben. Medio 1997 is begonnen met de Startregio C2000 (Amsterdam en omgeving). De ervaringen in dit gebied zullen dienen als onderbouwing bij de invoering in de rest van het land. Het zal per gebied zo'n 2 tot 3 jaar kosten om van het bestaande op het nieuwe netwerk over te gaan en er goed mee te leren werken.

Opdracht projectorganisatie

De landelijke projectorganisatie C2000 heeft een drievoudige opdracht :

De landelijke projectorganisatie wil in de Startregio nader onderzoeken op welke manier en met welke middelen zij de overige gebieden het beste kan ondersteunen. In elk geval behoort tot deze middelen een scholingsaanbod voor regionale projectleiders om hen diepgaand te informeren over de technische achtergronden en functionele mogelijkheden van C2000.

Verder zal het een belangrijke taak worden van het projectbureau om de bestuurders en managers van de verschillende diensten te informeren over de technische achtergronden en organisatorische aspecten rond de invoering van het systeem.

Het uitvoerend projectbureau is onderdeel van ITO. Deze organisatie is belast met het technisch en tactisch beheer van het netwerk. ITO zal ook de mogelijkheden van aantrekkelijke (raam)contracten onderzoeken voor de aanschaf van randapparatuur. ITO wordt nog meer dan voorheen dienstverlener op technologie-en communicatiegebied voor de openbare orde en veiligheidsdiensten.

Taken van de regio's

De regio's dragen uiteindelijk zelf de verantwoordelijkheid voor de ingebruikname van het nieuwe netwerk in hun gebied. Zij moeten dus zelf apparatuur aanschaffen, maar ook hun eigen personeel, zowel de mobiele gebruikers als het meldkamerpersoneel, opleiden.

Samengevat zijn de taken van de regioteams :

Systeembeschrijving C2000

Het C2000 systeem omvat een landelijk radionetwerk voor mobiele communicatie dat gebruikt wordt door het uitvoerend personeel van brandweer, ambulancehulpverleningsdiensten en politie. Daarnaast maakt de Koninklijke Marechaussee gebruik van het netwerk voor de politietaken die deze organisatie uitvoert. De mogelijkheid bestaat dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook andere organisaties die met de handhaving van de openbare orde, veiligheid en hulpverlening zijn belast, toegang tot C2000 kan verlenen.

Het C2000 netwerk bestaat uit zogeheten 'gesloten' netwerken. Dat wil zeggen dat het volledig ter beschikking staat van de bovengenoemde diensten. Een exclusief netwerk voor deze diensten is absoluut noodzakelijk omdat het functioneren staat of valt met het hebben van goede verbindingen. Uit evaluaties van rampen en grootschalige incidenten blijkt de cruciale rol van goede communicatie en de hierbij voorhanden zijnde verbindingsmiddelen. Aangetoond is dat in dergelijke situaties de capaciteit van openbare telefoonnetwerken onvoldoende is door het grote aantal telefoongesprekken op zo'n moment. Op momenten dat snelheid en accuraatheid van menselijk handelen mensenlevens kunnen redden, zijn betrouwbare verbindingen letterlijk van levensbelang.

De diensten voor openbare orde, veiligheid en hulpverlening maken binnen C2000 gebruik van mobilofoons en portofoons, de zogenaamde randapparatuur. C2000 biedt in het systeem spraak-, datacommunicatie- en alarmeringsfaciliteiten, die aansluiten op de huidige manier van communiceren. Dat betekent dat hoofdzakelijk groepsgewijze communicatie met deelname van meldkamer(systeem) plaatsvindt. Hierbij wordt voor iedere organisatie voldoende beveiligings-en beheersfaciliteiten geboden. C2000 heeft een landelijke portofoondekking en biedt daarnaast aanvullende communicatiemogelijkheden zoals alarmering.

Het C2000 netwerk is gebaseerd op de zogeheten TETRA-standaard. Dat staat voor TErrestrial Trunked RAdio. Deze op digitale technologie gebaseerde standaard maakt efficiënter gebruik van frequenties waardoor er een aanzienlijk grotere capaciteit ontstaat dan in de bestaande analoge systemen.

Met C2000 kunnen politie, brandweer, ambulancediensten en Koninklijke Marechaussee met elkaar communiceren. Dat is met de huidige meer dan 100 bestaande netwerken niet mogelijk. Daarnaast kunnen de diensten ook binnen de eigen dienst communiceren, onafhankelijk van andere diensten. En dat alles binnen het C2000 systeem.

Het C2000 netwerk geeft de mogelijkheid om koppelingen tot stand te brengen met een aantal (openbare) infrastructuren. Via de zogeheten Gateway Telefonie is vanuit C2000 communicatie mogelijk met of via :

C2000 bevat tevens een Gateway Datacommunicatie waarmee communicatie met andere datanetwerken tot de mogelijkheden behoort. Door middel van een andere Gateway, die van semafonie, kunnen semafoonberichten vanuit het openbare telefoonnet naar mobiele stations worden gezonden. Naast landmobiele communicatie biedt het C2000 netwerk ook communicatiemogelijkheden tussen :

Dit geldt voor zowel spraak-als datacommunicatie.

Behalve de mogelijkheid C2000 te koppelen aan andere telefooninfrastructuren kan C2000 ook worden gekoppeld aan analoge conventionele radionetwerken zoals de huidige lokale, regionale en landelijke OOV-netten en openbare netwerken zoals Traxys en Mobitex. De koppeling met dergelijke radionetwerken wordt gemaakt via de meldkamersystemen.

Transportnetwerk

C2000 is eigenlijk een transportnetwerk voor spraak-en datacommunicatie. De vaste infrastructuur bestaat uit een verzameling plaatsgebonden apparatuur die onderlinge informatie uitwisselt. Binnen het transportnetwerk wordt onderscheid gemaakt tussen : een netwerk tussen Basisstations en Schakelnodes (netwerk van vaste verbindingen binnen een cluster) en een netwerk tussen Schakelnodes (netwerk tussen clusters).

De basisstations verzorgen de hoogfrequente radiodekking (dat is het gebied waar men met de portofoon bereikbaar is) van het C2000 netwerk. Een basisstation bestaat uit vast opgestelde zend-en ontvangstapparatuur inclusief antennes en andere noodzakelijke technische benodigdheden om een Cel met daarbinnen de werkzame Gebruikers (de mobiele stations) van het netwerk te kunnen bedienen. Een Schakelnode is eigenlijk de schakelaar voor de zend-en ontvangstacties tussen Basisstations. Binnen zo'n Schakelnode zijn bijvoorbeeld de Gateway Telefonie, Datacommunicatie en Semafonie ondergebracht.

Dekking

C2000 biedt een landelijke dekkingsgraad van 95 % naar plaats en tijd buitenshuis aan de rand van het dekkingsgebied van een zender bij het gebruik van de portofoon op de heup. Dit betekent dat : dus binnen het gebied een hoger dekkingspercentage wordt gehaald, er geen vaste momenten op de dag zijn aan te wijzen die nooit dekking hebben, de 'missende' 5 % dus statistisch is verdeeld in plaats en tijd. Overigens is het netwerk zo ontworpen dat waar de ene zender 'ophoudt' de volgende 'begint'. Er is dus een overlapping, waardoor het dekkingspercentage nog verder stijgt.

Capaciteit

De capaciteit van het C2000 netwerk is gebaseerd op de communicatie tijdens het drukste uur. Hierdoor kunnen zowel routineverkeer en incidenten tegelijk worden afgehandeld. Bij een ramp kan het station, indien nodig, worden uitgebreid door bijplaatsing van een of meer Basisstations.

Direct Mode

Binnen C2000 is het mogelijk om van 'mobiel station' (bijvoorbeeld een portofoon) naar mobiel station te communiceren buiten het netwerk om (direct mode), terwijl tegelijkertijd wel op het netwerk naar nieuwe relevante berichten wordt gescand. Hierbij kan gedacht worden aan de objectportofoon voor de brandweer en de simplex portofoon voor observatieteams (OT's) van de politie.

Beveiliging

Het C2000 systeem is onder meer beveiligd door autorisatiemethodes om toegang tot het systeem te krijgen en door vercijfering, waardoor spraak-en databerichten niet meer herkenbaar zijn.

Bron : "C2000 : Maatwerk in communicatie", een uitgave van het projectbureau C2000