logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

Brandweer krijgt luchtsteun bij bestrijding bosbranden                        Naar Achtergronden

Samenwerking in beeld: regionaal commandant en projectleider B.W. Boersma en kolonel C.J. Lorraine van de vliegbasis Soesterberg. Foto: Rob JastrzebskiOLDEBROEK/SOESTERBERG, Rob Jastrzebski - Bij de bestrijding van grote natuurbranden kan de brandweer vanaf nu de hulp inroepen van helikopters van de Koninklijke Luchtmacht, om de blussing vanuit de lucht te ondersteunen. Om de meerwaarde van deze vliegende bluseenheden te onderzoeken, is op 14 augustus een proef van start gegaan op de Veluwe. Op 28 augustus jl.  is het unieke samenwerkingsproject van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Defensie, de Regionale Brandweer Stedendriehoek en de Koninklijke Luchtmacht, gepresenteerd aan vertegenwoordigers van 'bosbrandgevoelige' regio's en aan de media.

Als de proef slaagt is de helikopterbijstand bij natuurbrandbestrijding vanaf volgend jaar in heel Nederland mogelijk. Ook nu is die inzet buiten het Veluwemassief echter al mogelijk, als door andere regio's om luchtondersteuning wordt gevraagd.

Groot en klein
De Koninklijke Luchtmacht kan voor deze civiele ondersteuningstaak gebruik maken van twee typen transporthelikopters: de van een dubbele rotor voorziene Chinook CH-47D en de Cougar AS 532U2. De thuishaven voor de toestellen is de vliegbasis Soesterberg.
Chinook in volle vlucht met 10.000 liter bluswater. Foto: Rob JastrzebskiVoor het blussen van bos- en heidebranden worden de toestellen uitgerust met zogenaamde 'waterbuckets', waarmee van boven af grote hoeveelheden bluswater over de brandhaard kunnen worden uitgestort. In totaal zijn vier buckets beschikbaar: twee met een capaciteit van 10.000 liter ten behoeve van de Chinook en twee kleinere met een capaciteit van 2500 liter voor de Cougar.

De buckets kunnen tijdens de vlucht worden gevuld in meren, plassen, kanalen of vijvers, mits deze waterwinplaatsen een minimale waterdiepte hebben van 2,5 meter. Gelet op het waterrijke karakter van Nederland zijn altijd voldoende waterwinplaatsen beschikbaar in een zodanige straal rond een brandhaard, dat snel vullen en blussen in vrijwel alle omstandigheden mogelijk is. Tijdens de blussing zijn twee technieken mogelijk: het zogenaamde 'slepen', waarbij tijdens de vlucht een watergordijn over honderden meters lengte kan worden getrokken, of 'storten', waarbij de lading stilhangend boven een brandhaard wordt gelost.

Tijdens de proef is één helikopter met bemanning in brandgevaarlijke tijden voor deze proef geconsigneerd, maar bij voldoende beschikbaarheid kunnen in noodgevallen dus maximaal vier helikopters worden ingezet.

Meerwaarde
Het 'slepend' blussen in het terrein. Foto: Rob Jastrzebski Tijdens de presentatie ging regionaal commandant B.W. Boersma van de regionale Brandweer Stedendriehoek in op de achtergronden van de proef en op de verwachte meerwaarde. Bosbrandbestrijding met behulp van vliegtuigen en helikopters wordt in andere landen al vele jaren toegepast. De berichtgeving over de enorme bosbranden die de afgelopen maanden de Verenigde Staten en tal van landen in Zuid-Europa hebben geteisterd, spreken in dat verband duidelijke taal.

In Nederland is de brandweer traditioneel nogal terughoudend geweest ten opzichte van deze vorm van bosbrandbestrijding. Aangenomen werd dat inzet van blushelikopters of -vliegtuigen weinig meerwaarde zou hebben, omdat het natuurareaal in Nederland veel beperkter is dan in de 'klassieke' bosbrandlanden. Ook komen echt grote natuurbranden in Nederland maar weinig voor en de meeste natuurgebieden zijn voor de brandweer doorgaans goed over de weg bereikbaar.

Dit is de theorie, maar de praktijk wijst anders uit. De laatste grote bosbrand in Nederland, langs de rijksweg A1 bij Kootwijk in 1995, leerde dat zich ook in Nederland wel degelijk extreme situaties kunnen voordoen, waarbij de brandweer extra ondersteuning vanuit de lucht goed kan gebruiken.

Water storten boven de brandhaard. Foto: Rob Jastrzebski Ook de Nederlandse natuurterreinen kennen namelijk plaatsen die slecht of helemaal niet voor brandweervoertuigen bereikbaar zijn, een problematiek die toeneemt nu de bosbeheerders in toenemende mate overschakelen op zogenaamd 'natuurlijk bosbeheer', waarbij terreinen steeds verder dichtgroeien. Ook de karaktereigenschappen van natuurbranden: snelle uitbreiding, groot vuurfront, geringe beschikbaarheid van bluswater en grote invloed van weerfactoren zoals windkracht en -richting, maken een snelle inzet en grote slagkracht noodzakelijk. De verwachting is dat met de inzet van helikopters bosbranden sneller kunnen worden bedwongen en beter beheersbaar kunnen worden gehouden, waardoor de schade beperkt blijft en de risico's voor de brandbestrijders afnemen.

Procedure
De inzet van de blushelikopters is gebonden aan een strakke procedure, waarbij ook de veiligheid van de eenheden op de grond een rol speelt. De formele aanvraagprocedure loopt via de lijn: commandant brandweer/ burgemeester/ provincie/ Nationaal Coördinatiecentrum/ Ministerie van Defensie/ Luchtmachtstaf/ Onderdeels Coördinatie Centrum/ Squadron Coördinatiecentrum, maar in de praktijk zal reeds een informeel verzoek rechtstreeks aan het Squadron worden gericht, in afwachting van de officiële bevelslijn.

Tijdens de inzet staan de helikopters rechtstreeks onder het bevel van de bevoegde commandant brandweer en de Koninklijke Luchtmacht zal in geen geval op eigen initiatief opereren.

Boersma stelde nadrukkelijk dat de blushelikopters uitsluitend een aanvulling zijn op de bluscapaciteit op de grond en geen vervanging. De toestellen zullen ook alleen bij grotere incidenten worden ingezet, wanneer de bluscapaciteit op de grond onvoldoende is om de brand onder controle te krijgen. Daar komt bij dat het minimaal anderhalf uur duurt voordat de helikopters daadwerkelijk inzetgereed zijn.