|
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen |
Pilot helikopterblussing van start 
UTRECHT, Rob Jastrzebski - De Nederlandse brandweer raakt
in 'hoger sferen'. Op maandag 3 april gaf staatssecretaris Gijs de Vries van BZK
het startschot voor de pilot 'helikopterblussing'. De proef met het blussen van
moeilijk bereikbare brandhaarden met behulp van een helikopter, duurt anderhalf
jaar, tenzij op een eerder tijdstip minimaal 15 inzetten hebben plaatsgevonden.
Doel van de pilot is vast te stellen of de inzet van een blushelikopter bij
moeilijk bereikbare branden, zoals in hoge gebouwen en op het water, meerwaarde
heeft en of structurele invoering van een 'vliegende brandweereenheid' mogelijk
is.
De officiële start van de pilot vond plaats bij het hoofdkantoor van
verzekeringsmaatschappij AMEV in Utrecht, hoofdsponsor van het project. Na een
serie inleidende toespraken nam staatssecretaris De Vries hoogstpersoonlijk
plaats naast de piloot om na het kiezen van het luchtruim letterlijk het
'startschot' te geven met het onder de heli gemonteerde IFEX-kanon. De start
vond plaats in aanwezigheid van tal van genodigden.
Uniek in zijn soort.
De Nederlandse brandweer staat erom bekend terughoudend te zijn met de
introductie van technische innovaties, maar met deze pilot wordt met die
traditie gebroken. De pilot helikopterblussing is uniek in de wereld. Hoewel
helikopters wereldwijd een grote rol spelen bij de bestrijding van
grote
bosbranden en het IFEX-blusapparaat óók al langere tijd overal ter wereld
wordt toegepast, is de Nederlandse pilot de eerste situatie waarin het
IFEX-bluskanon onder een helikopter wordt gemonteerd. Ook uniek in de wereld is
de samenwerking tussen brandweer en politie in het project. De Politie
Luchtvaartdienst (PLD) van het KLPD stelt de helikopter en het personeel
beschikbaar ten behoeve van de pilot. Deze constructie betekent niet dat de
politie taken van de brandweer gaat overnemen, integendeel. De helikopterinzet
geschiedt onder leiding van de OVD of commandant brandweer die de luchtsteun
inroept. In totaal hebben 241 brandweerofficieren een instructie gehad om als
aanvrager van de blushelikopter te kunnen optreden. Die voorwaarde was door de
PLD gesteld in verband met de veiligheid rond de inzet van de heli op de plaats
van het incident. Belangrijk is dat de brandweer en de PLD-medewerkers elkaars
taal spreken en dat de brandweer de mogelijkheden en beperkingen van de
helikopter kent.
Financiële steun.
Het proefproject helikopterblussing is bedoeld om de brandweer een flink handje
te helpen als het gaat om 'tijdigheid' en 'bereikbaarheid'. Bijvoorbeeld bij
branden in hoge gebouwen, in files of op het water", schetste
staatssecretaris De Vries in zijn toespraak bij de start. "Belangrijk is
dat door deze proef de samenwerking tussen politie en brandweer verder wordt
verstevigd. Ik zie deze samenwerking ook als een efficiënte manier van omgaan
met belastinggelden. We investeren een beetje en we krijgen er een boel voor
terug. Dankzij de samenwerking met de Politie Luchtvaartdienst kan de brandweer
nu gebruik maken van een nieuwe blusmethode die zonder die samenwerking niet
mogelijk zou zijn geweest. Als blijkt dat de proef succesvol is, zie ik het als
een taak van de Rijksoverheid om tot implementatie van de voorziening over te
gaan."
De pilot helikopterblussing is een initiatief van de Maarssense
brandweercommandant
Jack
Ruibing, die in brandweerkringen bekend staat vanwege zijn vooruitstrevende ideeën.
Hij lanceerde het plan en zocht contact het de Politie Luchtvaartdienst om de
haalbaarheid van een proef te onderzoeken. Ruibing zocht een antwoord op de
vraag hoe de brandweer in ons steeds voller en drukker wordende land sneller kan
optreden bij branden op moeilijk bereikbare plaatsen. De brand boven op de
Utrechtse Katreinetoren naast het Centraal Station in 1998, ziet hij nog steeds
als een van de beste voorbeelden van een incident waarbij de heli zijn nut had
kunnen bewijzen. Bij die brand kon de brandweer de eerste uren weinig
uitrichten, omdat de brandhaard op het dak slecht te benaderen was. De eerste
gesprekken leidden tot een verdere samenwerking tussen de brandweer Maarssen, de
PLD, de Koninklijke Nederlandse Brandweer Vereniging, het College van
Commandanten Regionale Brandweren, het NIBRA, het ministerie van BZK,
verzekeringsmaatschappijen AMEV en De Elf Provinciën, communicatiebureau Orga
Info en het Waterleidingbedrijf Midden-Nederland.
Aanvankelijk zou de pilot al in de zomer van vorig jaar van start gaan, maar
financiële hobbels zorgden voor vertraging. Uiteindelijk is dankzij de unieke 'publiek-private'
samenwerking het benodigde geld op tafel gekomen. Naast het ministerie van BZK
heeft ook de Europese Commissie een financiële bijdrage geleverd om het project
mogelijk te maken.
Praktijkinzet.
Terwijl werd gewerkt aan de financiële en organisatorische onderbouwing van de
pilot, hebben de piloten van de PLD diverse trainingsprogramma's gevolgd, om de
bediening van het IFEX-kanon tijdens de vlucht onder controle te krijgen. De
eerste instructie-opleidingen hebben plaatsgevonden in Canada, waarna het
afgelopen jaar en ook de afgelopen maanden praktijktrainingen zijn gegeven op
het oefencentrum van de Koninklijke Marine in Den helder.
De 'vliegende brigade' is nu volledig operationeel en staat gestationeerd op
Schiphol. Één van de helikopters van de PLD is hiertoe uitgerust met een soort
slede, waarop een dubbelloops IFEX-kanon is gemonteerd, alsmede twee watertanks
met een inhoud van elk 155 liter. Twee tanks van elk 28 liter kunnen worden
gebruikt voor toevoegingen aan het bluswater, bijvoorbeeld AFFF of 'Cold Fire'.
Het IFEX-kanon kan per schot 18 liter water over een lengte van 50 meter in de
brandhaard schieten, met een snelheid van 120 meter per seconde. Het geheim van
de blustactiek schuilt erin dat door de kracht van het schot het water in
dermate kleine druppeltjes wordt verdeeld, dat het effect van één schot van 18
liter hetzelfde is als het gebruik van 3000 liter water bij conventionele
blusmethoden met hoge of lage druk. Ruibing erkent dat wellicht niet alle
brandhaarden geheel zijn te blussen met deze tactiek, maar dat ze wel snel en
effectief onder controle kunnen worden gebracht door het grote koelend effect.
Daardoor heeft de brandweer meer tijd om de brandhaard te bereiken en deze af te
blussen.
De blushelikopter is primair inzetbaar in het gebied dat ligt binnen 30 minuten
vliegafstand van Schiphol, maar kan bij verwachte langdurige en lastige branden
ook buiten dat gebied worden ingezet. Voor de inzet is een speciaal protocol
ontwikkeld, dat bekend is bij alle brandweerofficieren die de instructie hebben
gehad. Het wachten is nu op de eerste inzet. Alle inzetten zullen door het NIBRA
worden geëvalueerd, zodat na afloop van de pilot voldoende onderbouwd een
besluit kan worden genomen over eventuele definitieve invoering van de
'vliegende bluseenheid'.