|
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen | |
|
Naar Index-pagina Ambulance-hulpverlening |
LIFE LINE ONE: HET HELIKOPTER TRAUMATEAM
Sinds 1 mei 1995 staat bij het
ziekenhuis van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam een
helikopter-traumateam gestationeerd. Het betreft hier een
experiment voor een periode van 2 1/2 jaar gecoördineerd door de
ANWB in combinatie met een onderzoek door de Stichting
Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
Het experiment richt zich met name op de poli-traumaslachtoffers
(meervoudig letsel) met als uiteindelijk doel te kijken of de
inzet van een heli-traumateam een meerwaarde geeft aan de
bestaande spoedeisende medische hulpverlening.
Het helikopter-traumateam
Het team is gestationeerd op de bovenste etage van het
VU-ziekenhuis te Amsterdam. Men staat continue paraat om de inzet
zo snel mogelijk te laten verlopen. In basis is de afspraak dat
men binnen 2 minuten na ontvangst van de melding in de lucht is.
In het totaal heeft men de beschikking over zes teams. Ieder team
bestaat uit een KLM-piloot, trauma-arts en verpleegkundige. De
medische leden van het team worden beschikbaar gesteld door het
Academisch Ziekenhuis van de VU, de GG & GD en de
ambulancevervoerder VZA Amsterdam. De ANWB en het verbond van
verzekeraars betalen de kosten voor de helikopter.
Aan het experiment doen verder 11 CPA's en 8 ziekenhuizen mee,
welke zich uiteraard allen binnen het vlieggebied van de
helikopter bevinden.
|
Inzetprocedure Het trauma-team is continue aanwezig om op een oproep van de CPA Amsterdam te reageren. Het is niet zoals bij een LOTT-team dat zich vanaf de werkplek naar de plaats van het incident moet begeven. Criteria voor inzet kunnen worden gebaseerd op de toestand van de patiënt (bijv. open wonden, fracturen, schotwonden, amputatie ledematen shock, ernstig bloedverlies, verbranding, bewusteloosheid etc.) of aard van het ongeval (trein-, tram- of vliegtuigongeval, beknelling, grote brand met ingeslotenen, scheepsongevallen, frontale botsingen etc.). In tegenstelling tot het LOTT-team kan de centralist direct al een helikopter sturen aan de hand van de inzetcriteria. Hierbij kan een belangrijke tijdswinst worden behaald in het zogenaamde "gouden eerste uur" van de behandeling. Dit wordt de PRIMAIRE inzet genoemd. Er is ook een SECUNDAIRE inzet als een ambulance al "on the spot" is. De betreffende CPA geeft de melding door aan de CPA Amsterdam. Deze laatste functioneert als sector CPA en neemt daarmee alarmering alsook coördinatie (aard letsel, aanvliegroute) voor haar rekening. Naast de helikopter wordt altijd een ambulance meegestuurd. De ambulance wordt bij het aanrijden van de helikopterinzet in kennis gesteld. Het is feitelijk een extra ondersteuning. |
| Geografische
kaart Met behulp van een geografische kaart bepaald men de aanvlieg- route. De geografische kaart is geleverd door de ANWB en bevat het gehele werkgebied van het helikoptertrauma-team. Op de kaart zijn cirkels aangebracht die hemelsbreed gemeten de afstand in kilometers aangeven. Het gebied tussen twee cirkels omvat steeds 5 kilometer en loopt tot 80 kilometer. Het feitelijk werkgebied ligt gerekend vanuit Amsterdam rond de 50 kilometer. |
![]() |
Tussen de 40 en de 50 kilometercirkel is een
"gradenboog" verwerkt die aan de noordzijde begint met
"0" en vervolgens kloksgewijs oploopt tot
"359". Afstanden en graden worden gemeten vanuit de
standplaats van de helikopter (VU).
De procedure is als volgt :
voorbeeld :
Ongevalslokatie : Lelystad
Afstand : 48 kilometer
Graden : 63 °
De (verbindingstechnische) inzetprocedure
De helikopter heeft als registratienummer PH-KHD.
De bemanning, welke paraat zit in de "heli-kamer" van
het VU-ziekenhuis, wordt gealarmeerd op CPA kanaal 13, de
pieperkode is 54998. Met de alarmering wordt door de CPA
Amsterdam als gesproken woord de coördinaten en het aantal
kilometers meegegeven (zie voorbeeld).
Als de heli wordt opgestart neemt de piloot contact op met
Schiphol Tower (AM-118.100). Op deze frequentie wordt hij de
"Life Liner One" genoemd, deze roepnaam is opmerkelijk
omdat de overige toestellen bij het registratie-of staart nummer
worden genoemd.
De heli vraagt nu toestemming om naar een bepaalde plaats te
gaan, als voorbeeld is gekozen voor Reeuwijk (bij Gouda) :
Heli : Life Line One proceeding to Reeuwijk
Als de heli toestemming krijgt van de toren worden de
aanvliegroute en eventuele bijzonderheden meegegeven:
Tower : Life Liner One proceed to the south, follow the high-way
at low level.
In dit geval wordt de heli op geringe hoogte langs de A4 geleid.
Als de heli naar het oosten of noorden van het land vliegt dan
meldt men zich bij "Dutch Mill" (Nieuw Millingen) op
AM- frequentie 132.350 of Soesterberg Tower op AM frequentie
125.050.
Overig vliegverkeer wat in de nabijheid van de heli is wordt
gewaarschuwd door de toren ("Resque Helikopter
inside..")
De trauma-arts of verpleegkundige bedient de CPA-mobilofoon en meldt CPA Amsterdam op CPA kanaal 5 dat de Life Line One One Airborne is ("in de lucht"). De CPA Amsterdam geeft nu nogmaals de coördinaten en de bijzonderheden over de komende inzet. Bovendien vertelt de CPA Amsterdam in welke CPA-regio de inzet plaats gaat vinden.
| De trauma-arts schakelt nu
met zijn mobilofoon over naar het kanaal van de CPA waar
de inzet is (in het voorbeeld CPA kanaal 2. Omdat sommige
van de deelnemende CPA's gebruik maken van dezelfde
CPA-kanalen is de mobilofoon zo geprogrammeerd dat bij
elke CPA het juiste CPA-kanaal met de corresponderende
tooncode wordt ingeschakeld.Het is dus niet zo dat
mobilofoonkanaal 13 ook CPA-kanaal 13 bevat. Als de heli
op het juiste CPA-kanaal zit dan wordt de heli naar de
precieze plek gedirigeerd en krijgt hij nadere
bijzonderheden. De eerste twee cijfers van de tooncode zijn de toegewezen regiocijfers. De laatste drie cijfers zijn altijd 899, met uitzondering van de CPA's welke status- signalering hebben, deze hebben 2 codes, nl. 899 voor de helikopter die naar de CPA roept en 890 voor de CPA die naar de helikopter roept. |
|
Tot slot
Gemiddeld vliegt het team 2x per dag uit. Men moet er natuurlijk
wel rekening mee houden dat dit alleen vlieguren overdag zijn, in
de zomermaanden vliegt men van 07.00 tot 19.00 uur, in de
wintermaanden is de periode dat men inzetbaar is aanmerkelijk
korter. De helikopter heeft geen zoeklicht aan boord, zodat men
niet bij donker ingezet kan worden. Het experiment zal nog een
aantal maanden lopen, de looptijd staat mede in verband met de
tijd die nodig is om een goede vergelijking te kunnen maken
tussen de revalidatietijd van "normaal: behandelde
slachtoffers en slachtoffers welke zijn behandeld door het
heli-traumateam. De gemiddelde revalidatietijd van een
verkeersslachtoffer was tot nog toe ca. 9 maanden. Met name de
"restvaliditeit" wordt onderzocht bij de slachtoffers.
Het gaat populair gezegd om het verschil in de vervolgkosten voor
een slachtoffer op lange termijn. Het maakt duidelijk verschil
voor de gemeenschap of een slachtoffer uiteindelijk lopend danwel
in een rolstoel zijn levensweg moet vervolgen.
De ambulancehulpverlening in de betreffende regio's staat op een zeer hoog peil, de helikopterinzet moet in dat licht ook niet gezien worden als een vervanging van de huidige ambulancehulpverlening.
Bron : VBB afd. Verbindingen, Infoblad Verbindingen 95/3
(Peter Hofman, foto: Ed van Berk)