logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

Haarlemmermeer VZA ambulance 324.  Foto L. van Gestel
 

Naar Index-pagina Ambulance-hulpverlening 
Naar index Achtergronden

Naar Informatie Allerlei

 

LIFE LINE ONE: HET HELIKOPTER TRAUMATEAM

Sinds 1 mei 1995 staat bij het ziekenhuis van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam een helikopter-traumateam gestationeerd. Het betreft hier een experiment voor een periode van 2 1/2 jaar gecoördineerd door de ANWB in combinatie met een onderzoek door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
Het experiment richt zich met name op de poli-traumaslachtoffers (meervoudig letsel) met als uiteindelijk doel te kijken of de inzet van een heli-traumateam een meerwaarde geeft aan de bestaande spoedeisende medische hulpverlening.

Het helikopter-traumateam
Het team is gestationeerd op de bovenste etage van het VU-ziekenhuis te Amsterdam. Men staat continue paraat om de inzet zo snel mogelijk te laten verlopen. In basis is de afspraak dat men binnen 2 minuten na ontvangst van de melding in de lucht is. In het totaal heeft men de beschikking over zes teams. Ieder team bestaat uit een KLM-piloot, trauma-arts en verpleegkundige. De medische leden van het team worden beschikbaar gesteld door het Academisch Ziekenhuis van de VU, de GG & GD en de ambulancevervoerder VZA Amsterdam. De ANWB en het verbond van verzekeraars betalen de kosten voor de helikopter.
Aan het experiment doen verder 11 CPA's en 8 ziekenhuizen mee, welke zich uiteraard allen binnen het vlieggebied van de helikopter bevinden.

Deelnemende CPA's
  • Den Helder
  • Hoorn
  • Alkmaar
  • Haarlem
  • Hilversum
  • Amsterdam
  • Flevoland
  • Utrecht
  • Amersfoort
  • Leiden
  • Den Haag

Deelnemende ziekenhuizen

  • Academisch ziekenhuis VU (Amsterdam)
  • Academisch Medisch Centr. AMC (Amsterdam)
  • Academisch Ziekenhuis (Utrecht)
  • Medisch Centrum Alkmaar
  • Ziekenhuis Westeinde (Den Haag)
  • Academisch Ziekenhuis Leiden
  • Rode Kruis Ziekenhuis (Beverwijk)
  • Slotervaart Ziekenhuis (Amsterdam)
Inzetprocedure
Het trauma-team is continue aanwezig om op een oproep van de CPA Amsterdam te reageren. Het is niet zoals bij een LOTT-team dat zich vanaf de werkplek naar de plaats van het incident moet begeven.
Criteria voor inzet kunnen worden gebaseerd op de toestand van de patiënt (bijv. open wonden, fracturen, schotwonden, amputatie ledematen shock, ernstig bloedverlies, verbranding, bewusteloosheid etc.) of aard van het ongeval (trein-, tram- of vliegtuigongeval, beknelling, grote brand met ingeslotenen, scheepsongevallen, frontale botsingen etc.). In tegenstelling tot het LOTT-team kan de centralist direct al een helikopter sturen aan de hand van de inzetcriteria. Hierbij kan een belangrijke tijdswinst worden behaald in het zogenaamde "gouden eerste uur" van de behandeling. Dit wordt de PRIMAIRE inzet genoemd. Er is ook een SECUNDAIRE inzet als een ambulance al "on the spot" is. De betreffende CPA geeft de melding door aan de CPA Amsterdam. Deze laatste functioneert als sector CPA en neemt daarmee alarmering alsook coördinatie (aard letsel, aanvliegroute) voor haar rekening. Naast de helikopter wordt altijd een ambulance meegestuurd. De ambulance wordt bij het aanrijden van de helikopterinzet in kennis gesteld. Het is feitelijk een extra ondersteuning.
Geografische kaart
Met behulp van een geografische kaart bepaald men de aanvlieg- route. De geografische kaart is geleverd door de ANWB en bevat het gehele werkgebied van het helikoptertrauma-team. Op de kaart zijn cirkels aangebracht die hemelsbreed gemeten de afstand in kilometers aangeven. Het gebied tussen twee cirkels omvat steeds 5 kilometer en loopt tot 80 kilometer. Het feitelijk werkgebied ligt gerekend vanuit Amsterdam rond de 50 kilometer.

Tussen de 40 en de 50 kilometercirkel is een "gradenboog" verwerkt die aan de noordzijde begint met "0" en vervolgens kloksgewijs oploopt tot "359". Afstanden en graden worden gemeten vanuit de standplaats van de helikopter (VU).
De procedure is als volgt :

  1. Vaststellen ongevalslokatie;
  2. Met behulp van een aangebracht koordje wordt een rechte lijn getrokken naar de ongevalslokatie;
  3. Aflezen te vliegen kilometers en aantal graden;
  4. Verkregen gegevens worden doorgegeven aan het heli-traumateam

voorbeeld :
Ongevalslokatie : Lelystad
Afstand : 48 kilometer
Graden : 63 °

De (verbindingstechnische) inzetprocedure
De helikopter heeft als registratienummer PH-KHD.
De bemanning, welke paraat zit in de "heli-kamer" van het VU-ziekenhuis, wordt gealarmeerd op CPA kanaal 13, de pieperkode is 54998. Met de alarmering wordt door de CPA Amsterdam als gesproken woord de coördinaten en het aantal kilometers meegegeven (zie voorbeeld).

Als de heli wordt opgestart neemt de piloot contact op met Schiphol Tower (AM-118.100). Op deze frequentie wordt hij de "Life Liner One" genoemd, deze roepnaam is opmerkelijk omdat de overige toestellen bij het registratie-of staart nummer worden genoemd.
De heli vraagt nu toestemming om naar een bepaalde plaats te gaan, als voorbeeld is gekozen voor Reeuwijk (bij Gouda) :
Heli : Life Line One proceeding to Reeuwijk
Als de heli toestemming krijgt van de toren worden de aanvliegroute en eventuele bijzonderheden meegegeven:
Tower : Life Liner One proceed to the south, follow the high-way at low level.
In dit geval wordt de heli op geringe hoogte langs de A4 geleid.

Als de heli naar het oosten of noorden van het land vliegt dan meldt men zich bij "Dutch Mill" (Nieuw Millingen) op AM- frequentie 132.350 of Soesterberg Tower op AM frequentie 125.050.
Overig vliegverkeer wat in de nabijheid van de heli is wordt gewaarschuwd door de toren ("Resque Helikopter inside..")

De trauma-arts of verpleegkundige bedient de CPA-mobilofoon en meldt CPA Amsterdam op CPA kanaal 5 dat de Life Line One One Airborne is ("in de lucht"). De CPA Amsterdam geeft nu nogmaals de coördinaten en de bijzonderheden over de komende inzet. Bovendien vertelt de CPA Amsterdam in welke CPA-regio de inzet plaats gaat vinden.

De trauma-arts schakelt nu met zijn mobilofoon over naar het kanaal van de CPA waar de inzet is (in het voorbeeld CPA kanaal 2. Omdat sommige van de deelnemende CPA's gebruik maken van dezelfde CPA-kanalen is de mobilofoon zo geprogrammeerd dat bij elke CPA het juiste CPA-kanaal met de corresponderende tooncode wordt ingeschakeld.Het is dus niet zo dat mobilofoonkanaal 13 ook CPA-kanaal 13 bevat. Als de heli op het juiste CPA-kanaal zit dan wordt de heli naar de precieze plek gedirigeerd en krijgt hij nadere bijzonderheden.

De eerste twee cijfers van de tooncode zijn de toegewezen regiocijfers. De laatste drie cijfers zijn altijd 899, met uitzondering van de CPA's welke status- signalering hebben, deze hebben 2 codes, nl. 899 voor de helikopter die naar de CPA roept en 890 voor de CPA die naar de helikopter roept.

Overzicht frequenties
86.8750 Koppeling KLPD/regiopolitie
118.100 Schiphol Tower (AM)
125.050 Soesterberg Tower (AM)
125.425 Kanaal voor contact KLPD
132.350 Nieuw Millingen (AM)
167.650 CPA 01 : Alkmaar, Amersfoort
167.630 CPA 02 : Leiden, Utrecht
167.690 CPA 03 : Hoorn, Utrecht
167.710 CPA 04 : Den Helder, Hilversum
167.610 CPA 05 : Amsterdam
167.670 CPA 07 : Leiden
167.590 CPA 08 : Haarlem(Kennemerland zuid)
167.570 CPA 09 : Amsterdam, Den Haag, Utrecht
167.910 CPA 11 : Utrecht, Haarlem(Kennemerl noord)
167.730 CPA 12 : Flevoland, Den Haag
167.890 CPA 13 : Amsterdam

Tot slot
Gemiddeld vliegt het team 2x per dag uit. Men moet er natuurlijk wel rekening mee houden dat dit alleen vlieguren overdag zijn, in de zomermaanden vliegt men van 07.00 tot 19.00 uur, in de wintermaanden is de periode dat men inzetbaar is aanmerkelijk korter. De helikopter heeft geen zoeklicht aan boord, zodat men niet bij donker ingezet kan worden. Het experiment zal nog een aantal maanden lopen, de looptijd staat mede in verband met de tijd die nodig is om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de revalidatietijd van "normaal: behandelde slachtoffers en slachtoffers welke zijn behandeld door het heli-traumateam. De gemiddelde revalidatietijd van een verkeersslachtoffer was tot nog toe ca. 9 maanden. Met name de "restvaliditeit" wordt onderzocht bij de slachtoffers. Het gaat populair gezegd om het verschil in de vervolgkosten voor een slachtoffer op lange termijn. Het maakt duidelijk verschil voor de gemeenschap of een slachtoffer uiteindelijk lopend danwel in een rolstoel zijn levensweg moet vervolgen.

De ambulancehulpverlening in de betreffende regio's staat op een zeer hoog peil, de helikopterinzet moet in dat licht ook niet gezien worden als een vervanging van de huidige ambulancehulpverlening.

Bron : VBB afd. Verbindingen, Infoblad Verbindingen 95/3 (Peter Hofman, foto: Ed van Berk)