logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

Haarlemmermeer VZA ambulance 324.  Foto L. van Gestel
 

Naar Index-pagina Ambulance-hulpverlening 
Naar index Achtergronden

Naar Informatie Allerlei

 
Dringende geneeskundige hulpverlening in België

Inleiding
Om het 'ambulance-landschap' in België beter te begrijpen, is het noodzakelijk om een aantal wetteksten te bestuderen.  De materie is zeer complex en onoverzichtelijk en is dringend aan een 'coördinerende wetgeving' toe.  Aangezien ik gevraagd werd om toch een overzicht te geven van de Belgische situatie, ben ik zo vrij geweest mij te gaan baseren in het 'Handboek voor de hulpverlener-ambulancier' van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorgen - Dienst Geneeskundige Hulp aan de Burgerbevolking.  Deze handleiding is tevens het basiswerk voor elke ambulancier-hulpverlener voor de dringende geneeskundige hulpverlening.

In deze korte situatieschets beperk ik mij tot de 'dringende geneeskundige hulpverlening' en zal niet verder uitweiden over het niet-dringend ziekenvervoer, alhoewel de grens soms in een schemerzone ligt.  Het niet-dringend ziekenvervoer wordt meestal verzorgd door private ziekenwagendiensten of door het Rode Kruis.  De dringende geneeskundige hulpverlening wordt verzorgd door ziekenwagendiensten uit de privé, brandweerdiensten, ziekenhuizen, etc. mits een erkenning door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
reanimatiewagen - eerste generatie -
Mercedes Stadskliniek Sint-Niklaas
reanimatiewagen - ministeriële wagen -
Peugeot Stadskliniek Sint-Niklaas
ziekenwagen 100 - ministeriele ziekenwagen -
VW T4 brandweerdienst Sint-Gillis-Waas


Een stukje historie

In België is in het Strafwetboek bepaalt dat elke burger hulp moet bieden aan een persoon in gevaar, zonder zichzelf in gevaar te brengen.

Voor 1956 beschikte België niet over een nationaal geordend stelsel dat de dringende geneeskundige hulpverlening kon besturen.  Het groot aantal epidemieën van polyomelitis heeft ervoor gezorgd dat de publieke macht een stelsel heeft uitgedacht als eerste antwoord op deze plagen - het systeem werd 'Nationale Dienst voor Hulpverlening' genoemd.  Het systeem richtte zich op het transport van patiënten die ademhalingsverlamming vertoonden.  In 1958 heeft de wetgever de verantwoordelijkheden vastgelegd van de Commissies voor Openbare Onderstand (huidige OCMW - Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn), m.b.t. het transport van patiënten of de eerste hulp die aan elke persoon op gemeentelijk vlak verstrekt moet worden.  Vanaf 1958 werd een eenvormig oproepstelsel georganiseerd dat op nationale basis de dringende geneeskundige hulpverlening verzekert bij slachtoffers van verkeersongevallen.  In 1959 was het eerste 'hulpcentrum 900' werkzaam in Antwerpen en vanaf 1963 werd deze dienst over het ganse nationale territorium uitgebreid.


De wet van 8 juli 1964 met betrekking tot de Dringende Geneeskundige Hulpverlening
Deze wet blijft het sluitstuk van de organisatie voor de dringende geneeskundige hulpverlening.  Hierin wordt ook de verantwoordelijkheid bepaald van de Staat in het organiseren van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening (kortweg DMH) aan slachtoffers van een ongeval en aan zieke personen die zich op de openbare weg of in een publieke plaats bevinden.  Deze wet was zeer vooruitstrevend binnen Europa, maar onderging reeds diverse wijzigingen.  Het eenvormige hulpnummer 900 werd nationaal omgevormd naar 100.  Het Europese noodnummer 112 is tevens in België actief, doch het dagelijks gebruik blijft zich hoofdzakelijk baseren op het noodnummer '100'.

Zoals je eerder kon lezen gaat de DMH over personen op een 'openbare weg of in een publieke plaats'.  Deze termen worden in de praktijk zéér ruim geïnterpreteerd.  Wanneer echter de 'aangestelde van de 100' een hupvraag krijgt vanuit 'een huiskring', kan en moet hij reageren met de middelen die hij ter beschikking heeft.  Uiteindelijk zijn 50% van de oproepen voor dringende medische hulpverlening problemen die zich in de privé-sfeer voordoen.  Een 100-tussenkomst is dus niet illegaal wanneer ze wordt uitgevoerd in een woonhuis.
DMH - Toyota Landcruiser
U.Z. Antwerpen
Voertuig Directeur Medische Hulpverlening
Delta 2 - MUG-wagen Antwerpen

MUG Peugeot 806
ziekenhuis Middelheim Antwerpen


Het hulpcentrum 100 - 112

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de inrichting en de werking van de hulpcentra 100, terwijl het Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu verantwoordelijk is voor de organisatie, de geneeskundige toestellen en de vorming van de hulpverleners die werken in het kader van de DMH.  De 100 centrales zijn gegroepeerd per provincie (10) bevinden zich meestal in een brandweerkazerne (vb. Brugge (West-Vlaanderen), Gent (Oost-Vlaanderen), Hasselt (Limburg), Leuven (Vlaams Brabant), Antwerpen (Antwerpen)).  Een aantal 100-centrales werden opgedoekt en samengevoegd tot de provinciale 100-centrale.  Zo verdween de 100-centrale van Aalst ten voordele van Gent, de 100-centrale van Kortrijk werd naar Brugge doorgestuurd, enz.  Deze samenvoegingen gaven enkele moeilijkheden en leidden soms tot verhitte discussies over 'verkeerde' hulp en 'foutieve' alarmeringen, maar dat behoort nu gelukkig tot het verleden.  Alle oproepen naar het hulpcentrum 100 worden opgenomen op magnetische banden, voorzien van uur en datum.  De 100-hulpcentra zijn onderling verbonden en behandelen de oproepen die een tussenkomst van de brandweer, de dringende geneeskundige hulpverlening en de Civiele Bescherming noodzaken.  Zij spelen tevens een sleutelrol in de provinciale rampenplannen.

Wanneer een oproeper het nummer 100 gebruikt, kan de aangestelde onmiddellijk de plaats van waaruit de oproep geschiedt vaststellen doordat hij automatisch het oproepnummer van deze persoon op zijn scherm ziet.  Op basis van de oproep stuurt de aangestelde de gevraagde hulp ter plaatse, zijnde een ziekenwagen (al dan niet aangevuld met een MUG), een klinimobiel (ziekenwagen met MUG-arts aan boord en voorzien van uitgebreide medische hulpmiddelen), de brandweer, enz.  Het hulpcentrum zal ook steeds via een rechtstreekse lijn, indien nodig geacht wordt op basis van de hulpoproep, de politiediensten (hulpnummer 101) in kennis stellen.


Middelen van de Dringende Medische Hulpverlening
a.       De ambulance 100 - ziekenwagen met minimaal een chauffeur en begeleider aan boord.  Beiden hebben een basisopleiding (ambulancier-hulpverlener) gekregen en volgen de verplichte bijscholingen in erkende provinciale opleidingscentra.  De inrichting van een ziekenwagen '100' is niet wettelijk bepaald, wel de uiterlijke vormgeving is door een koninklijk besluit vastgelegd, in aanvulling van de Europese richtlijnen.

b.      De Mobiele Urgentie Groep (MUG) - personenwagen met een geneeskundige ploeg en transport van reanimatiemateriaal.  De MUG doet geen transport van patiënten.  Een MUG is steeds verbonden aan een ziekenhuis met een door de 100 erkende spoedgevallendienst.  In bepaalde delen van de land wordt de MUG gestationeerd bij een brandweerdienst en bij een alarm gaat een brandweerman-bestuurder de medische ploeg ophalen aan de spoedgevallendienst van het ziekenhuis.  In de praktijk is een MUG-wagen meestal bemenst door een MUG-arts en een MUG-verpleegkundige.

De reanimatiewagen (klinimobiel) - een voertuig dat instaat voor het transport van een spoedarts, een patiënt, een spoedverpleegkundige en een ambulancier.  Een reanimatiewagen met arts aan boord kan ingezet worden als reanimatiewagen, zonder arts is het een 'gewone' ziekenwagen
DMH-voertuig  prov. Oost-Vlaanderen
- Volvo - standplaats Sint-Niklaas
ziekenwagen VW LT (eigen middelen)
brandweerdienst Zelzate
ingezet voor niet-dringende transporten 
ministeriële 100 ziekenwagen
Peugeot Boxer brandweerdienst Temse


Het transport naar het ziekenhuis
In het kader van de wet van de dringende geneeskundige hulpverlening moet een patiënt vervoerd worden naar het dichtst bijzijnde ziekenhuis, met een erkende spoedgevallendienst 100, tenzij de patiënt een gekende 'bijzondere' pathologie heeft in een ander gespecialiseerd ziekenhuis of een kind dat mag overgebracht worden naar een door de 100 erkend ziekenhuis met een kinderafdeling.  Indien een huisarts een overbrenging vraagt naar een ander ziekenhuis, moet de arts de patiënt begeleiden in de sanitaire cel van de ziekenwagen en moet het hulpcentrum op de hoogte gebracht worden van de afwijking.  In de praktijk wordt dit zeer strikt opgevolgd en stoot de hulpverlenende ploeg soms op veel onbegrip bij de bevolking.  Het kan dus perfect gebeuren dat een 100 ziekenwagen een aantal ziekenhuizen voorbijrijdt, omdat zij geen door de 100 erkende spoedgevallendienst hebben.


De dringende geneeskundige hulpverlening in de rampenplanning
Bij een rampsituatie kunnen 5 disciplines ingeschakeld worden:
-         discipline 1 - de hulpdiensten (brandweer)
-        discipline 2 - de geneeskundige zorgenverstrekkers
-         discipline 3 - de politionele diensten
-         discipline 4 - de Civiele Bescherming
-         discipline 5 - informatie aan de bevolking
-         (discipline 6 - de gerechtelijke instanties)

De verantwoordelijke van de discipline 2 is de Rijksgezondheidsinspecteur.   Op de rampplaats zal de operationele leiding door de Directeur Medische Hulpverlening (DMH) gedaan worden.  Binnen de provincies zijn een aantal DMH-voertuigen geplaatst.  Een DMH is een MUG-arts die 'officier' van de medische discipline wordt bij een grootschalige interventie.  De DMH wordt bijgestaan door een adjunct-DMH (een spoedverpleegkundige).  De DMH krijgt een aantal MUG-artsen onder zich, die elk een deeltaak op zich nemen en aangevuld worden met ziekenwagenbemanningen.  Bij een ramp wordt tevens het Rode Kruis voor logistieke hulp ingeschakeld.  Zo heeft elke provincie een SIT (Snelle interventieteam).  Deze SIT-wagen is voorzien van tenten en brancards voor het snel uitbouwen van een veldhospitaal, in de vaktermen een Vooruitgeschoven Medische Post (VMP) genaamd.  In Oost-Vlaanderen werd dergelijk veldhospitaal voor het eerst uitgebreid opgebouwd na de kettingbotsing gevolgd door een grote brand van tientallen voertuigen op de E17 in Deinze.  De organisatie van een rampgebeuren is uitvoerig toegelicht in een ministeriële omzendbrief van 11 juli 1990.

ziekenwagen 100
brandweerdienst Kruibeke
ministeriële ziekenwagen VW transporter 3
ziekenwagen 100 (verhoogd dak)
brandweerdienst Kruibeke
ministeriële ziekenwagen VW transporter 3
ziekenwagen 100 (verhoogd dak)
brandweerdienst Kruibeke
MB Sprinter aangekocht met eigen middelen

Het wagenpark
Het wagenpark van de dringende geneeskundige hulpverlening is zeer uitgebreid en kent vele verscheidenheden.  Tot voor enkele jaren kregen de 100-diensten een ziekenwagen via het Ministerie van Volksgezondheid toegewezen.  Doch om bezuiningsredenen werden deze ziekenwagens niet meer verdeeld en koopt elke 100-dienst naar eigen vermogen zijn rollend materiaal.  Wat vroeger een vrij uniforme verschijning was in het straatbeeld is nu een kakofonie van ziekenwagens geworden.  De meest uiteenlopende wagenmerken en constructeurs verschijnen ten tonele.

In de grotere steden wordt de 100-ziekenwagen meestal uitgebaat door een ziekenhuisdienst.  Maar toch zijn het nog steeds de brandweerdiensten die hoofdzakelijk het dringende geneeskundige transport verzorgen.  Dit kan dan zowel door beroepsmensen als vrijwillige brandweerlieden gebeuren.  Maar wij kennen in België privé-firma's die instaan voor het 100-transport, alsook in sommige steden en gemeenten (vb. Sint-Niklaas - Algemeen Ziekenhuis Maria Middelares) gebeurt het transport met ziekenwagens en mensen van het Rode Kruis.  Een bijzondere situatie is ook het Belgisch Leger, dat instaat voor de MUG-diensten en de ziekenwagendienst van het militair brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek.  In Brussel komen zij steeds ter plaatse bij grotere branden waar een risico op brandwonden reëel is.

Opgesteld door Sgt. Jean-Paul Heyens
Ambulancier bij de Gemeentelijke Vrijwillige Brandweerdienst van Sint-Gillis-Waas en Commissielid van de Provinciale Commissie Dringende Geneeskundige Hulpverlening Oost-Vlaanderen.

Foto's: Jean-Paul Heyens