|
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen | |
|
Naar Index-pagina Ambulance-hulpverlening |
Erkenningen
van de mobiele urgentiegroepen
Vraag van de heer Yves Leterme
aan de minister van
Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu
over "de erkenningen
van de mobiele urgentiegroepen"
(nr. 6634)
09.01 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de voorzitter, het gaat niet over de regering maar
over de echte mobiele urgentiegroepen.
Mevrouw de minister, in de commissievergadering van 17 april 2001, bijna een
jaar geleden, werden heel wat vragen gesteld, onder
meer de belangrijke vraag
binnen welk tijdstip de erkenningen van
de verschillende MUG.s zouden worden doorgevoerd. U hebt toen gesteld dat die
erkenningsprocedure vertraging had opgelopen en dat u vooral voor de
dringende medische
hulpverlening wachtte op adviezen van
de provinciale commissies. U stelde dat van zodra u
ze alle had gekregen, u vrij snel
zou beslissen, weliswaar met
dien verstande dat
het zogenaamde programmatiebesluit niet
zou moeten worden gewijzigd. U hebt toen in elk geval uitdrukkelijk
gesteld dat u het dossier
van zeer nabij volgde, zeer
kort op de bal wilde spelen en dat u zeer dringend en zeer snel, eenmaal alle adviezen waren aangekomen, een beslissing zou nemen.
De lectuur van de algemene problematiek van de dringende medische
hulpverlening en de erkenning van de MUG's in het bijzonder, is voor mij
aanleiding geweest om in mijn provincie, West-Vlaanderen, na te gaan
welke de toestand is van de verschillende MUG.s bij de diverse ziekenhuizen.
Ik was enigszins verrast door het feit dat heel wat ziekenhuizen, private
of andere, vandaag geld moeten
sprokkelen bij lokale besturen om toch
over voldoende middelen te beschikken
om de klassieke
werkingskosten van dergelijke MUG-teams
te verzekeren, zoals bij voorbeeld het
onderhoud van de wagens of de verzekering.
Voor West-Vlaanderen gaat het over enigszins
bescheiden bedragen, zowel voor de
ziekenwagens als voor de
helidienstverlening, namelijk over circa 10 miljoen. Het gaat bovendien
over een opdracht die in essentie is toebedeeld
aan de federale
overheid. Ik heb ziekenhuis per ziekenhuis nagetrokken en het blijkt te gaan om
zowat 70.000 euro aan diverse toelagen vanuit de gemeentebesturen, geleverd voor
de helft van de 8 interventiezones en zowat het dubbele voor het geheel. Alles
samen komt men tot een bedrag van 5 tot 6 miljoen, met daarnaast de
MUG-Helidienst West-Vlaanderen, die dienst doet
als tweede MUG
voor heel
de provincie. Terzake hebben de West-Vlaamse steden en gemeenten in
2000 bijna 5 miljoen frank aan toelagen op tafel gelegd. Ook het
provinciebestuur heeft bijna 1,5
miljoen gefinancierd, zonder rekening te houden met toelagen voor de algemene werking van deze VZW's,
alsook van de andere MUG's van de andere VZW's.
We bevinden ons volop in het kerntakendebat dat zich hoofdzakelijk op Vlaams
niveau afspeelt. Hier worden we evenwel geconfronteerd met een opdracht,
een functie, die normaal tot de volle bevoegdheid
van de federale overheid behoort, namelijk het organiseren van die
medische urgente hulpverlening.
Bij koninklijk
besluit van 10 april 1995
heeft de federale overheid beslist
dat MUG's konden worden beschouwd
als een functie van een ziekenhuis en bij koninklijk besluit
van 10 augustus 1998, het
programmatiebesluit, werden ook programmatiecriteria
vastgelegd. De normen werden opgelegd via het koninklijk besluit van 10 augustus
1998. Dit gebeurde terecht, want het is immers goed dat er
strikte normen worden opgelegd. De normen voor een erkende functie, gespecialiseerde spoedgevallenzorg, geregeld bij
koninklijk besluit van 27 april 1998, wegen ook zwaar door en vergen van
ziekenhuizen ernstige financiële
inspanningen.
Het feit
dat die erkenningen, die nochtans vorig jaar
werden aangekondigd als zijnde imminent . Ze zouden eerstdaags worden
uitgevaardigd. Uitblijven, betekent dat ziekenhuizen middelen moeten sprokkelen
bij lokale besturen. Dit staat in schril contrast met de
gestrengheid waarmee de
federale overheid de normen opstelt, daar waar de meeste
ziekenhuizen over geen
enkele steun vanwege de federale overheid beschikken.
Daarom stel ik in het verlengde
van de commissiebesprekingen
van vorig jaar, een aantal concrete vragen, mevrouw de minister.
Ten eerste, waarom zijn de mug's nog steeds niet erkend?
Vorig jaar had u dat
nochtans beloofd. Waarom hebben die mug' nog geen tussenkomst ontvangen?
Ten tweede, wat is de stand van zaken
in het dossier in het
algemeen en met betrekking tot de West-Vlaamse puzzel in het bijzonder?
Ten derde, zijn de
programmatiecriteria aangepast, worden die aangepast of zullen die
aangepast worden?
Ten vierde,
hebt u zicht op de toelagen die de lokale besturen geven aan ziekenhuizen
met een mug-functie, voor
het hele land of het hele
gewest?
Ten vijfde,
verlenen ook andere provinciale en lokale besturen dan West-Vlaanderen
toelagen voor de mug-functie? Over welke
bedragen spreken we dan?
Ten slotte, welk budget is er
in uw begroting
voorzien voor de uitbating van die mobiele urgentiegroepen?
09.02 Minister Magda
Aelvoet: Mevrouw de voorzitter, de vertraging werd veroorzaakt
doordat wij moesten wachten op de adviezen van
de provinciale commissies. Die adviezen zijn geleidelijk binnengekomen, maar een aantal was verdeeld: men koos
niet voor een bepaald model noch voor een bepaalde inplanting. Dat was
een groot probleem.
Een tweede vaststelling was dat, als men alleen
maar binnen de provincie werkt, zonder
enige vorm van samenwerking die moet
toelaten om vanuit een
bepaalde provincie een klein stukje van een ander provincie te bedienen, het
systeem irrationeel zou worden beheerd. De kaart kan dus niet beperkt tot
de provincie, die zelf het totale
antwoord moet geven voor
het totale grondgebied. Er
moeten grensoverschrijdende oplossingen worden gezocht. Op dat vlak
is er zeer
fundamenteel en goed werk
geleverd door enkele
personen, die de relaties in kaart hebben
gebracht, die nodig zijn wil men iedereen binnen
de tien minuten, dringend medische hulp
kunnen aanbieden. Omtrent die kwestie is er dus
een nieuwe kaart van België uitgetekend, waarop duidelijk wordt dat provinciale antwoorden niet
volstaan om tot een goede, rationele oplossing te komen.
Daarom is men begin februari met de
gewijzigde voorstellen naar de verschillende provinciale commissies gestapt om
te toetsen hoe de nieuwe voorstellen daar kunnen worden onthaald.
De heer Leterme heeft gelijk dat door het ontbreken van de ingevulde
programmatie, die we inderdaad voor het eind van
vorig jaar
hadden gepland, de financiering niet op gang is gekomen. De financiering
is echter wel degelijk voorzien, met terugwerkende kracht. Wat reeds bij wijze
van voorschot betaald werd, wordt
dus ook terugbetaald.
In de begroting van het jaar 2002 is er in 75 mug-functies voorzien, terwijl er
door het programmatiebesluit
slechts in tweeënzeventig ervan was voorzien. Er is
dus geld
vrijgemaakt voor drie meer. Degenen die
daarop zeer
wetenschappelijke wijze puzzelwerk hebben gedaan, beweren nochtans dat, als we
het aantal beperken tot vijfenzeventig, er een
achteruitgang ontstaat tegenover de huidige situatie. Immers, nu werken
er al een tachtigtal
mug-functies zonder
erkenning.
Ik overleg dus momenteel met minister
Vandenbroucke om vijf of zes nieuwe functies
te creëren. Deze zouden met
terugwerkende kracht moeten worden gefinancierd. Tegelijkertijd maken wij
afspraken over de nieuwe tekeningen die er
uitkomen en ondernemen wij juridische stappen om
het programmatiebesluit
gedeeltelijk bij te sturen. De formulering ervan moet toelaten dat dit zo
vlug mogelijk gebeurt. Momenteel loopt het overleg met de verschillende
provinciale commissies en de rijksgezondheidsinspecteurs en eind
maart verwacht men alle antwoorden. Na Pasen zullen wij definitief de
knoop kunnen doorhakken.
09.03 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, op een drietal vragen heb ik geen antwoord gekregen.
Het gaat, enerzijds, over de rol van de federale overheid als
verantwoordelijke voor het
programmatiebesluit, maar dientengevolge ook als verantwoordelijke voor de
financiering, en, anderzijds, over de rol die provincies en lokale besturen noodgedwongen spelen, al is
het niet hun kerntaak om te voorzien in bijkomende financiering.
09.04 Minister
Magda Aelvoet: voorzien
is voor 75 posten en dat het federaal geregeld is en retroactief zal worden
betaald. Dat betekent dat de oneigenlijke inspanningen van anderen
zullen worden terugbetaald.
09.05 Yves Leterme (CD&V):
Aan de gemeentebesturen?
09.06 Minister Magda Aelvoet: Aan wie
het geld heeft voorgeschoten. Vermits de functies zijn
verbonden met
de ziekenhuizen, zullen zij de financiering
krijgen. De informatie over
de al dan niet weerhouden functies zal uiteraard
worden bekendgemaakt en er
zal niet mee kunnen worden gesjoemeld.
09.07 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, excuseert u mij, maar op mijn vierde en vijfde vraag hebt u
niet geantwoord.
Ik zal
deze vragen schriftelijk
stellen en hopelijk soelaas krijgen.
09.08 Minister Magda
Aelvoet: Collega, wat de lokale besturen betreft, kan ik slechts
antwoorden dat er geen algemeen overzicht van
de toelagen bestaat.
Via contacten met ziekenhuizen vernemen
wij dat dergelijke situaties zich ook in andere provincies voordoen.
09.09 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, wat weet u over de financiering door de provincies?
09.10 Minister Magda Aelvoet: Collega
Leterme, voor zover
ons bekend komen toelagen door lokale besturen ook voor in andere
provincies dan West-Vlaanderen.
09.11 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, bepaalde
provinciebesturen financieren de helikopterfunctie. Gebeurt dit ook buiten
West-Vlaanderen?
09.12 Minister
Magda Aelvoet:
Er is slechts op twee plaatsen in België een helicopterfunctie: een in West-Vlaanderen en een ergens in de Ardennen.
09.13 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, ik heb de indruk dat wij weer voor een half
jaar vertrokken zijn. Na Pasen gaat
u een aantal knopen doorhakken
en de grensoverschrijdende
werking aan specialisten
voorleggen, wat mij een goed
idee.lijkt. U verwacht eind maart de reacties
van de diverse provincies op uw vragen dienaangaande.
U verwijst naar
een herziening van het programmatiebesluit met een mogelijk advies van de
Raad van State. Het zal dus minimum een half jaar
duren vooraleer maatregelen
op het terrein effect zullen sorteren, zowel inzake financiering als wat de werking
betreft.
09.14 Minister Magda Aelvoet: Collega
Leterme, ik denk dat u overdrijft. In verband
met hoogdringende zaken, zoals medische hulp, kunnen wij binnen de drie
dagen een advies van de Raad van State krijgen. Zelfs een
dringend advies wordt binnen de maand verstrekt. De teksten zijn
momenteel al klaar en de
exacte invulling zal einde maart gebeuren.
09.15 Yves Leterme (CD&V):
Mevrouw de minister, ik zal nauwlettend op deze deadline toezien, maar ik wil nog doen
opmerken dat
het inroepen van de
hoogdringendheid voor een dossier dat meer dan een jaar aansleept mij toch overdreven lijkt.
Ik dank de minister voor haar antwoord en volg het dossier van nabij.
Het incident is gesloten.
L.incident est clos.
Bron: COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET LEEFMILIEU EN
DE MAATSCHAPPELIJKE HERNIEUWING – zitting dinsdag 12 maart 2002 -
2:30 uur – Verslag CRIV 50 COM 688
Ingezonden door Jean-Paul Heyens