logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

 
Conclusies en aanbevelingen van het onderzoek “Branden op basisscholen”

Conclusies
Het onderzoek gaat over de brandveiligheid op basisscholen en strekt zich uit over een aantal deelonderwerpen binnen dit aandachtsgebied, te weten:

Ø      Huidige situatie ten aanzien van brandveiligheid;

Ø      Oorzaken van branden;

Ø      Gevolgen van branden;

Ø      Knelpunten;

Ø      Oplossingen.

De conclusies zijn per onderzoeksgebied weergegeven. Daarna wordt een aantal aanbevelingen opgesomd die volgen uit de conclusies.


Ø     
Huidige situatie ten aanzien van brandveiligheid

1.      In Nederland zijn ruim 7000 basisscholen, waarvan 100 per jaar een brand met schade meemaken. De kans op een brand in een basisschool is bijna 10 keer hoger dan de kans op brand in een woning. (Bron: CBS)

2.      Verantwoordelijkheid:

§         Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen.

§         Ouders mogen op een school dezelfde veiligheid verwachten als thuis.

§         Bij brandveiligheid op basisscholen ligt de verantwoordelijkheid zowel bij de gebruiker, (schooldirectie vanuit gebruiksvergunning) als bij de gemeente, (vanuit eigenaarschap gebouw) als ook bij de ouders. (verantwoordelijk voor de veiligheid van de omgeving waar hun kind(eren) zich in bevind(t)(en) of dat nu thuis is of op school)

3.      Brandveiligheidsmaatregelen op scholen zijn eerder organisatorisch (ontruimingsplan) dan bouwkundig. Op scholen zijn wel brandslanghaspels en kleine blusmiddelen aanwezig en in toenemende mate ook inbraaksignaleringssystemen. Brandmeldinstallaties en sprinklerinstallaties zijn zeldzaam.

4.      Uit onderzoek van de Stichting Consument en Veiligheid blijkt dat één op de vijf directeuren de eigen school een onvoldoende geeft, als het gaat om de fysieke staat en de brandveiligheid van de accommodatie. (Bron: Stichting Consument en veiligheid)

5.      Brandveiligheid op basisscholen is niet regiogebonden, maar is een landelijk probleem.

 

Ø     Oorzaken van brand

1.      In de meeste gevallen is er sprake van brandstichting. (Bron: CBS) Dit gebeurt vooral ’s avonds, in het weekend en rond oud en nieuw.

2.      De brandstichting is vaak een gevolg van vandalisme of inbraak.

3.      Over het algemeen kan worden gesteld dat daders van criminaliteit die aan scholen wordt gepleegd, onder de jongeren gezocht moet worden in de leeftijdscategorie van 12 tot 18 jaar. (Bron: Beveiliging van gebouwen deel 6: scholen)

4.      Plaatsen met veel jongeren (Houten, Nieuwegein, Almere)  hebben meer last van problemen dan vergrijsde gemeenten.

5.      De locatie van de school heeft invloed op de kans op een brand. Een voorbeeld hiervan is als een school niet in de buurt van woonhuizen ligt, dat er dan een grotere kans op criminele activiteiten rond de school is.

6.      Scholen hebben te maken met een leegstand in de avonduren / nachtelijke uren en in het weekend.

Ø     Gevolgen van brand

1.      We onderscheiden drie categorieën gevolgen van brand, te weten:

§         Slachtoffers (insteek brandweer);

§         Materiële schade:

·        Ouders. Via de ouderbijdrage worden allerlei benodigdheden voor op school aangeschaft. Ouders stellen vaak ook zaken ter beschikking aan een school.

·        Scholen en gemeenten. Verzekeringsmaatschappijen keren de dagwaarde uit van de goederen die verloren zijn gegaan. De aanschaf van nieuw lesmateriaal, nieuwe tafeltjes en stoeltjes enz. vraagt om een grotere investering dan de uitkering van de verzekering. Deze extra investering zal gefinancierd moeten worden uit een of meer andere potjes.

·        Verzekeraars.

§         Sociaal – maatschappelijke gevolgen voor:

·        Kinderen. Ook al zijn zij niet aanwezig bij een schoolbrand, toch heeft een schoolbrand invloed op de emotionele gemoedstoestand van kinderen, laat staan als het zou gebeuren als zij wel op school zitten terwijl er brand uitbreekt. De kinderen zijn ineens hun veilige omgeving kwijt. Dit verlies gaat gepaard met angstaanvallen, bedplassen, onveiligheidsgevoelens en angst voor herhaling.

Ook betekent een brand een onderbreking van het leerproces. Als de kinderen naar de noodopvang gaan, kan het lesprogramma niet onmiddellijk op de oude voet worden hervat. Kinderen moeten geholpen worden bij het verwerken van hun emoties, wat tijd kost en zijn hun eigen spulletjes kwijt, wat betekent dat ze weer vanaf het begin moeten beginnen met bijvoorbeeld een project waaraan zij op het moment van de brand werkten.

·        Ouders. Onveiligheidgevoel, de veilige omgeving van hun kind, en misschien ook van henzelf, is weg.

De kinderen moeten tijdelijk opgevangen worden, want er is niet onmiddellijk een andere locatie beschikbaar. Indien beide ouders werken, kan dit problemen opleveren.

·        Schooldirecties. Zij zien zich geplaatst voor een crisissituatie die per direct opgelost moet worden: er moet nieuw materiaal komen, een nieuwe locatie, de financiering hiervan, kinderen, ouders en leraren moeten opgevangen worden enz. Op lange termijn moet er een structurele oplossing gevonden worden.

Daarnaast kan de verhuizing naar een noodlocatie tot gevolg hebben dat ouders kinderen op een andere school plaatsen. Voor de school betekent dit minder leerlingen, dus minder budget.

·        Leraren. Onveiligheidsgevoelens. Zij zijn hun veilige en vertrouwde werkplek kwijt evenals het lesmateriaal dat zij door de jaren heen verzameld hebben.

·        Gemeenten. Het is een van de gemeentelijke taken ervoor te zorgen dat er onderwijs beschikbaar is voor de kinderen in de gemeente. Zij zien zich ook geplaatst voor een crisissituatie, want zij zijn samen met de schooldirectie verantwoordelijk voor het oplossen van de crisissituatie en, op langere termijn, het creëren van een permanente oplossing. 

2.      Als er een brand uitbreekt op scholen, is de schade op basisscholen veel groter dan wanneer de brand plaatsvindt binnen het voortgezet onderwijs en beroepsopleidingen. (Bron: CBS) De reden hiervoor is dat er in het basisonderwijs geen materiaal mee naar huis word genomen, alles blijft ’s avonds op de school achter. Bovendien is op een basisschool veel lesmateriaal beschikbaar (denk aan een kleuterlokaal) en moet het speelgoed en lesmateriaal veilig zijn voor de kinderen, wat inhoudt dat er hogere kosten aan verbonden zijn.

3.      Brand is vaak het gevolg van inbraak. Dit leidt ertoe dat scholen geen dure apparatuur meer aanschaffen, zoals goede computers. Hierdoor kan de kwaliteit van het onderwijs in het geding komen.

4.      Bij brand in speciaal onderwijs zijn de gevolgen nog groter: deze kinderen kunnen moeilijker herplaatst worden, er gaat meer bijzondere apparatuur verloren etc.

5.      Vanwege het verhoogde risico op scholen worden de premies voor verzekeringen steeds hoger. Ergens houdt dit op. Scholen zijn dan niet meer verzekerbaar. En wat gebeurt er dan, als een school afbrandt?


6.      Gaan we dezelfde kant op als de Verenigde Staten, waar kinderen tegenwoordig thuis les krijgen, omdat zij (en hun ouders) zich niet meer veilig voelen op school? ( Bron “Security and Crime prevention Strategies in California Public Schools, Marcus Nieto”)

  

Ø     Knelpunten

1.      Veel partijen zijn verantwoordelijk voor de brandveiligheid op een basisschool. (gemeenten, scholen, ouders) De vraag is wie zijn verantwoordelijkheid neemt om iets aan het verbeteren van de brandveiligheid van scholen te doen. Er wordt veel onderzocht en er wordt veel gepraat, maar wanneer gaat iemand iets doen?

2.      Er wordt weinig tijd vrij gemaakt voor brandveiligheid, alleen de noodzakelijke dingen worden zo veel mogelijk gedaan. Scholen besteden geld en tijd aan hun prioriteit en dat is onderwijs. Het geld dat overblijft, moet over te veel verschillende onkostenposten verdeeld worden.

3.      Het is de vraag welke prioriteit gemeenten geven aan brandveiligheid op basisscholen. Daarbij is de vraag of er binnen gemeenten voldoende kennis is over brandveiligheid.

4.      De brandweer heeft op het gebied van proactie en preventie zeer veel activiteiten te ontplooien. Het is niet helder welke prioriteit scholen daarbij hebben.

5.      De vermindering van het aantal politieagenten op straat door capaciteitsproblemen heeft duidelijk effect op het aantal gevallen van vandalisme op en rond de scholen.

6.      De communicatie tussen politie en buurtbewoners is voor verbetering vatbaar. Buurtbewoners zijn bang om op te treden tegen de jeugd, mede doordat ze zich niet gesteund voelen door de politie. Buurtbewoners die de jongeren wel durven aan te spreken, worden niet zelden het slachtoffer van vandalisme.

7.      Het is vaak een punt van discussie wie de kosten van bijvoorbeeld een inbraak - of brandmeldinstallaties voor zijn rekening neemt. Een deel van de gelden voor scholen gaat van het Rijk naar de gemeenten, een ander deel naar de schoolbesturen. De beveiliging bevindt zich in een schimmig gebied. ( Bron vereniging van Nederlandse Gemeenten, directeur A. Toet van afdeling verzekeringen)

8.      Bij nieuwbouw wordt veiligheid vaak te laat in het proces bij het onderwerp betrokken, waardoor de realisatie van een hoger veiligheidsniveau niet meer mogelijk is of alleen tegen extra investeringen.

 

Ø     Oplossingen

1.      Veiligheid is een maatschappelijk probleem. Niet alleen de schoolleiding is verantwoordelijk, maar ook, in willekeurige volgorde, de politie, brandweer, kinderen, ouders, omwonenden, jongerenorganisaties, groenvoorziening, gemeente enz.

2.      Een prioriteit bij veiligheid is samenwerken en een gedeelde verantwoordelijkheid! Zonder deze twee kom je niet ver.

3.      Het gaat erom beveiligingsbewustzijn bij alle partijen te vergroten.

4.      Het is niet alleen belangrijk om een school goed te beveiligen, maar er moet ook andere maatregelen genomen worden, zoals de aanwezigheid van sociale controle. Deze maatregelen moeten ook op elkaar aansluiten. Er kan wel sociale controle zijn, maar als de begroeiing om een school te hoog staat heeft het weinig zin.
 

Aanbevelingen

1.      De schooldirectie, omwonenden, politie, ouders, kinderen, brandweer, gemeenten, jongerenwerkorganisaties enz. (in willekeurige volgorde) moeten samenwerken om het probleem op te lossen. Eén partij kan dit probleem niet alleen oplossen. Al deze partijen zijn ook verantwoordelijk voor de oplossing van het probleem.

2.      Benader brand in scholen als onderdeel van het concept brand – vandalisme – criminaliteit. Je alleen richten op brand heeft te weinig effect.

3.      Zorg voor het vergroten van het beveiligingsbewustzijn. Voorlichting aan kinderen op scholen over brand en preventie kan een manier zijn van het vergroten van beveiligingsbewustzijn, een vorm daarvan is een projectweek gericht op brand.

In de Verenigde Staten wordt aan kinderen tot 14 jaar een lesprogramma gegeven, waarmee beoogd wordt onnodige ongelukken te voorkomen, omdat deze de voornaamste doodsoorzaak zijn bij kinderen in deze leeftijd. Met behulp van het lesprogramma ontwikkelen en oefenen kinderen veiligheidsvaardigheden die passen bij hun leeftijd. Onderdeel van dit lesprogramma is brandveiligheid. Ook ouders worden bij dit project betrokken. Het is gebleken dat dit een effectieve manier is om kennis over veiligheid over te brengen. Daarnaast zijn er talloze voorbeelden van situaties, waarin kinderen met de geleerde vaardigheden, een ongeluk konden voorkomen of hierop op een goede manier wisten te reageren. ( Bron: www.nfpa.org)

4.      Ontwikkel een ‘best practice’ voor een praktijksituatie, die landelijk kan worden uitgezet. Elke school is echter verschillend en heeft eigen problemen, dus voor elke school is de oplossing maatwerk.

5.      Een belangrijke trekkersrol is weggelegd voor lokale veiligheidscoördinatoren

6.      Sluit aan bij het thema ‘normen en waarden’. In dit geval bijvoorbeeld moet je er wat van kunnen zeggen, als jongeren op een schoolplein rondhangen. Burgers moeten weer het gevoel krijgen dat ze ondersteund worden door de overheid.

7.      De oplossing ligt in een combinatie van bouwkundige en organisatorische beveiligingsmaatregelen die op elkaar aansluiten.

8.      Betrek veiligheid als apart issue vanaf het begin af aan in nieuwbouw -, renovatie - en reorganisatieprocessen. De Veiligheidseffectrapportage kan hiervoor een middel zijn.

9.      Maak veiligheid een onderdeel van opleidingen zoals bouwkunde, planologie, aannemer etc.

10.  Gebruik de Controlelijst Brandveiligheid Scholen van het NIBRA om na te gaan of een school brandveilig is. Verkrijgbaar bij de brandweer.(Bron NIBRA)

11.  Benut de brede schoolgedachte, dat wil zeggen gebruik de school ook voor en na schooltijd, of bouw woningen boven een school.

Het kwalitatieve onderzoek is uitgevoerd in de vorm van literatuurstudie, internetsearch en vraaggesprekken met deskundigen uit de brandweer en de verzekeringsbranche, en met functionarissen uit de schoolleiding van zowel getroffen als niet-getroffen scholen.

Om een handvat te bieden aan scholen, ouders, kinderen, gemeenten en eenieder die belangstelling heeft, is op de website van het NCP een checklist beschikbaar met een aantal basisvragen over brandbeveiliging. Dit is een eerste hulpmiddel om na te gaan of een school brandveilig is. Voor een uitgebreide checklist verwijzen wij u naar het NIBRA, www.nibra.nl.


Terug naar Schoolbranden