logo VBB Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen

Homepage

  Achtergonden                                                                              Naar index Achtergronden

“De brandweer, klaar voor de toekomst?...”

Inleiding
De brandweer en de civiele bescherming hebben tot taak in te staan voor de hulpverlening. In de huidige situatie verzorgt de brandweer de eerste-lijns hulpverlening, de civiele bescherming levert de logistieke steun.
De brandweer is georganiseerd op gemeentelijk vlak en, de personeelsleden behoren tot het gemeentepersoneel. De middelen zijn lokaal verspreid en de verschillende brandweerkorpsen zijn onderling sterk onafhankelijk.
De civiele bescherming maakt deel uit van een federale structuur, de personeelsleden zijn federale ambtenaren en de middelen zijn gecentraliseerd in 4 permanente eenheden en 2 Grote Wachten.

Teneinde de dienstverlening naar de burger te optimaliseren en de efficiëntie van de ingezette middelen te verhogen, werden de brandweerkorpsen onlangs in zones ingedeeld. Dit gebeurde op willekeurige basis, er zijn geen middelen, de zone beschikt niet over de noodzakelijke rechtspersoonlijkheid en er is geen aansturing van het federale niveau.

Wil de overheid de veiligheid van de burger goed organiseren en een kwaliteitsvolle hulpverlening garanderen, dienen er dringend structurele oplossingen te komen voor de volgende deelaspecten:
            * bevoegdheden;
            * operationele organisatie;
            * personeelsproblematiek;
            * materieel en communicatie;
            * brandpreventie;
            * opleiding en ondersteuning.

Dit kan enkel gerealiseerd worden indien op federaal niveau hiervoor de nodige aandacht en middelen worden vrijgemaakt. Het is daarom van fundamenteel belang deze problematiek op te nemen in de teksten van het volgende regeerakkoord. (laatste zin misschien achterhaald bij vorming nieuwe regering?)


De bevoegdheden
Ingevolge opeenvolgende staatshervormingen en de Lambertmont-akkoorden zijn een aantal bevoegdheden geregionaliseerd. Aangezien de brandweer nog steeds ressorteert onder de bevoegdheid van een federale minister, wordt de brandweer onder meer op het vlak van personeelsproblematiek en brandpreventie geconfronteerd met problemen en tegenstrijdigheden.
Het heen en weer getrek tussen beide niveaus - (federaal en regionaal) - resulteert enkel in een ondoeltreffende achterophinkende brandweerzorg met gedemotiveerd personeel.
De BrandweerVereniging Vlaanderen dringt dan ook aan op een spoedig overleg en duidelijke afspraken tussen beide niveaus. Mede door de soms grote verschillen tussen de gewesten op het vlak van reglementeringen en beleid met betrekking tot bovenvermelde geregionaliseerde bevoegdheden, kan mogelijks ook worden overwogen om naar een regionaal georganiseerde brandweer over te gaan. In elk geval zal er een uitweg voor dit bevoegdheidskluwen, dat de werking van de brandweerdiensten paralyseert, moeten gezocht worden.


Operationele organisatie
De zonevorming is een eerste aanzet tot het rationaliseren en optimaliseren van de hulpverlening.
Jammer genoeg gebeurde dit niet op basis van objectieve criteria zoals risicoanalyse en aanrijdtijden. De zonevorming dient dus herzien te worden op basis van voormelde criteria.
Deze criteria zijn tevens bepalend voor de inplanting van de lokale entiteiten (kazernes) binnen elke zone. Onder meer omdat het brandweerpersoneel hoofdzakelijk uit “vrijwilligers” is samengesteld, dient de verbondenheid van deze lokale entiteiten met de plaatselijke bevolking sterk aanwezig te zijn.

Deze lokale posten dienen in te staan voor de basis-brandweerzorg die voor elke burger van hetzelfde kwaliteitsniveau dient te zijn.
Deze basis-brandweerzorg dient duidelijk omschreven te worden en, naast de brand- en ongevalbestrijding, een aantal neventaken te bevatten zoals de dringende geneeskundige hulpverlening.
Meer gespecialiseerde taken en middelen kunnen voorbehouden worden voor het zonale niveau.

De coördinatie en aansturing van de verschillende zones gebeuren op een overkoepelend niveau. Afhankelijk van de genomen beslissing omtrent de toekomst van de civiele bescherming zijn er twee mogelijke denkpistes. Wanneer de middelen en het personeel van de civiele bescherming “geïntegreerd” worden binnen de zones, is dit overkoepeld niveau federaal*. Wanneer dit personeel en middelen daarentegen gecentraliseerd worden op het provinciale niveau, is naast het federale* niveau een provinciaal tussenniveau noodzakelijk.

Op federaal* niveau zorgt een goed uitgebouwde administratie, aangestuurd door een operationele staf, voor de nodige reglementeringen, budgetten, normering, ondersteuning, wetenschappelijk onderzoek en opleidingsstrategie.

* Lees regionaal wanneer men opteert voor een geregionaliseerde brandweer


Personeelsproblematiek
In België zijn ongeveer 17.000 brandweerlui actief onderverdeeld in “beroeps”  (5.000) en “vrijwilligers” (12.000).

Gezien de financiële impact is overschakelen naar een volledig professionele brandweer een utopie. Bijgevolg, gezien het belang van het voortbestaan van de “vrijwillige brandweer”, is het verontrustend vast te stellen dat hiervoor steeds minder kandidaten zich aanmelden.
De reden hiervoor is niet ver te zoeken. Aan de brandweerman worden, terecht overigens, steeds meer eisen gesteld qua opleiding en bijscholing teneinde een zo professioneel mogelijke dienstverlening te verzekeren. Een plichtsbewuste “vrijwilliger” dient bijgevolg dusdanig veel vrije tijd te investeren in de brandweer dat de term “vrijwilliger” reeds lang voorbijgestreefd is. Daarenboven ontmoet hij vaak nog bijkomende problemen in zijn professionele leven bij zijn werkgever.

Er is dus dringend behoefte aan een volwaardig statuut voor deze “parttimers” waarbij duidelijke afspraken gemaakt worden tussen 3 partijen: de overheid, de werkgever en de betrokkene. Op die manier wordt niet alleen een betere regeling getroffen voor de brandweerman (beloning, bescherming,…) maar kunnen hem tevens hogere eisen opgelegd worden (plichten).

Wat het beroepspersoneel betreft zijn de problemen zeker niet minder omvangrijk. Niet alleen de kloof tussen overheid en privé ligt aan de basis van de moeilijkheden op rekruteringsvlak, maar zeker ook het feit dat het brandweerpersoneel al bijna tien jaar uitgesloten wordt van elke vorm van modernisering van het personeelsbeleid.
Dit laatste is vooral te wijten aan het eerder vermelde bevoegdheidsconflict tussen de federale en gewestelijke overheden.

Voorbeelden zijn legio: de problematiek rond het vakantiegeld, het ontbreken van enige mobiliteitsregeling, de discussie rond de eindejaarspremie, de problematiek van de loonspanning voor de respectievelijke graden, achterhaalde weddenschalen, geen formulering van een  functionele- en een onduidelijke hiërarchische loopbaan, de fietsvergoeding, de hospitalisatieverzekering, de wachtvergoeding- en vergoeding voor uitzonderlijke prestaties, de vervroegde uitstapregeling, de aanwervingsvoorwaarden, meetellen van anciënniteit als vrijwilliger,…
Recent is er nog de onduidelijkheid rond het KB van 14  december 2000 met betrekking tot de arbeidstijden bijgekomen, waardoor de inzetbaarheid van personeel en dus ook de slagkracht van onze organisatie mogelijks aan banden wordt gelegd. Reeds meer dan 2 jaar is de brandweer vragende partij om hier, in het belang van de burger, een oplossing voor uit te werken, doch ook hier zonder gevolg.

De BrandweerVereniging Vlaanderen pleit voor een modern personeelsbeleid waarbij gebruik wordt gemaakt van duidelijk afgelijnde functiebeschrijvingen en rekening wordt gehouden met de grote verantwoordelijkheden, de onregelmatige prestaties en de vaak gevaarlijke en belastende arbeidsomstandigheden.


Materieel en communicatie
Het interventiematerieel wordt gedeeltelijk gesubsidieerd door de federale regering. Doch de beschikbare budgetten dekken slechts een bijna verwaarloosbare fractie van de behoeften. In 2002 kwam dit neer op een tegenwaarde van 2 autoladders per provincie.
Ook de besteding van de middelen komende uit de bedrijfswereld (Seveso- en nucleair fonds) worden oneigenlijk gebruikt en slechts marginaal aangewend voor een betere bescherming tegen die specifieke risico’s.

Uit interventies en grootschalige oefeningen is telkens gebleken dat de communicatie de zwakke schakel is. Daarom heeft de regering enkele jaren geleden beslist te investeren in het ASTRID-netwerk. Dit project moet de verschillende hulpdiensten eindelijk toelaten met elkaar te communiceren. Er worden geen federale middelen ter beschikking gesteld om de overschakeling van de huidige analoge naar de toekomstige digitale technologie te ondersteunen. Daarenboven raakt NV ASTRID steeds meer achterop op de oorspronkelijke timing en ondertussen wordt niet meer geïnvesteerd in de klassieke communicatieapparatuur waardoor de kwaliteit van onze dienstverlening in gevaar komt.


Brandpreventie
Op gebied van brandvoorkoming, pro-actie en preplanning zijn voor de brandweer ongetwijfeld belangrijke taken weggelegd omdat voorkomen beter is dan genezen.
Maar jammer genoeg is ook in dit domein de federale aansturing nagenoeg onbestaande.
De recente vraag aan de brandweer om adviesverlening  in het kader van de veiligheidsrapportage, die ingevolge de Seveso II –richtlijn aan tal van bedrijven opgelegd werd, illustreert dit andermaal. Richtlijnen (nodig voor een uniforme werkwijze over het hele land), noch middelen om de extra werkdruk te compenseren zijn voorzien.

In de schoot van het ministerie van Arbeid en Tewerkstelling is een speciale, met experts bemande Seveso-cel opgericht, maar de brandweer kan met haar vragen nergens terecht.
Daarenboven is er het hierboven aangehaalde bevoegdheidsconflict tussen het federale en het gewestelijk niveau. Zo zijn er de federale basisnormen (KB van 7 juli 1994) en het ARAB maar ook, op het Vlaamse niveau, VLAREM en de specifieke wetgeving (bejaardentehuizen, logiesverstrekkende bedrijven, campings, kinderdagverblijven,…).
 
Tal van burgemeesters nemen ingevolge de gemeentelijke autonomie het initiatief om eigen reglementen terzake op te stellen met als resultaat dat, door het gemis aan van hogerhand opgelegde criteria, de brandvoorkomingseisen verschillen van gemeente tot gemeente. Is het aanvaardbaar dat eenzelfde chemisch bedrijf met eenzelfde productie-eenheid in Antwerpen en Gent verschillende eisen opgelegd krijgt ? En welke bedenkingen moet een architect zich niet maken wanneer hij voor analoge gebouwen in twee naburige gemeenten tegenstrijdige adviezen ontvangt?
Naast de gebrekkige aansturing, wordt ook geen enkele financiële ondersteuning geboden om het noodzakelijke personeel aan te trekken en is de onontbeerlijke federale (regionale) technische ondersteuning onbestaande.


Opleiding en ondersteuning
Onlangs zijn  twee KB’s m.b.t. opleiding gepubliceerd. Eén ervan regelt de opleiding, het andere voorziet in de oprichting van een “Hoge Raad” voor de opleiding.
Hoewel de vraag mag gesteld worden of het wel opportuun is het opleidingssysteem te herbekijken alvorens de hervorming van de “civiele veiligheid” door te voeren, kunnen wij ons scharen achter het KB betreffende de “Hoge Raad”. Het is dan juist dat orgaan dat, in functie van de resultaten van de hervorming van de civiele veiligheid (takenpaketten,…), belast moet worden met het bepalen van strategie en inhoud van de verschillende opleidingen.

De BrandweerVereniging Vlaanderen had daarom liever gezien dat, in afwachting hiervan, het bestaande opleidingssysteem gehandhaafd bleef ondanks het feit dat het KB van 19 maart 1997 betreffende “de opleiding, de brevetten en de loopbaan van de leden van de brandweer” op 15 oktober 2002 door de Raad van State werd vernietigd.

Het nieuwe KB betreffende de opleiding voorziet, naast de reeds bestaande provinciale opleidingscentra, in een federaal opleidingscentrum.
Voor de brandweer, hoofdzakelijk samengesteld uit “vrijwilligers”, is de aanwezigheid van een nabij gelegen oefencentrum een absolute noodzaak. Daarom moet elk provinciaal opleidingscentrum de mogelijkheid worden geboden, naast de basisopleidingen, tevens gespecialiseerde en praktijkgerichte opleidingen te organiseren. Ook de bedrijfswereld is hiervoor vragende partij. Enkel op vraag van één of meerdere provinciale opleidingscentra, of bij het in gebreke blijven met betrekking tot één of andere opleiding dient het federale opleidingsinstituut deze taken over te nemen.
Wel dienen de provinciale centra onderling nauwer te gaan samenwerken.
Hiervoor is het noodzakelijk, per taalrol, een supra-provinciaal instituut op te richten. Naast de coördinatie tussen de provinciale centra enerzijds en het interprovinciaal organiseren van de officierenopleiding anderzijds, heeft dit instituut de taak studie- en opzoekingwerk te verrichten, cursussen op te stellen en actueel te houden en de kwaliteit van de opleiding te bewaken.

Voor het Opleidingscentrum lijkt ons een taak als wetenschappelijk centrum weggelegd (cfr. NIBRA: Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenplanning). Het dient dan onder meer in te staan voor het ontwikkelen van opleidingen, het opleiden en bijscholen van docenten en instructeurs, het ondersteunen van de supra-provinciale instituten en de provinciale centra evenals de organisatie van buitenlandse stages, maar staat tevens ook in voor de uitbouw van een diensten- en kenniscentrum inzake hulpverlening naar de burger toe.

Wil de overheid een kwaliteitsvolle dienstverlening nastreven, dan dient een overeenstemmend opleidingsniveau vooropgesteld te worden. De basisopleiding voor een professionele brandweerman of voor een “vrijwilliger” kan of mag niet van elkaar verschillen.


Conclusie
De brandweer vraagt met aandrang dat in de komende legislatuur, eindelijk en dringend, voldoende aandacht aan de hulpverlening aan de burger zou worden geschonken en vraagt bovendien om de nodige middelen vrij te maken om de brandweer uit te bouwen tot een volwaardige eerste discipline, bevoegd en uitgerust voor de dagelijkse hulpverlening aan de burger in nood en voor de rampenbestrijding.

Wij vragen waardering voor de dagelijkse inzet van het toegewijde personeel, zowel naar verloning als naar uitrusting. Wanneer de basisvereisten, voldoende gemotiveerd en degelijk opgeleid personeel x en modern en betrouwbaar materieel niet langer aanwezig zijn, kan de brandweer geen garanties meer bieden naar de veiligheid van onze bevolking in de toekomst. Waarom wachten tot het te laat is?

Voor meer inlichtingen: BrandweerVereniging Vlaanderen

Contact secretariaat BVV:
Adres: ’s Herenweg 28A – 2222 Heist-op-den-Berg
Telefoon en Fax: 015/24 81 27
Mailadres: secretariaat@brandweervlaanderen.be