BRANDWEER

VOERTUIGEN

Bekijk onze collectie brandweervoertuigen en overige materieel.

BRANDWEER

KORPSEN

Meer informatie over de korpsen vindt u in onze brandweerkorpsen database.

P2000

MELDINGEN

De VBB organiseert diverse activiteiten voor leden en niet-leden

De Verzamelaar

〈〈 TERUG NAAR HOMEPAGE

De Verzamelaar. Wat zijn dat toch voor mensen...verzamelaars? Geloof me, meestal heel normale mensen, zoals u of ik. Maar ja, wat is gewoon?


Gepubliceerd op: 20 januari 2012
Auteur: Peter Snellen
Laten we eerlijk zijn: ik ben zelf verzamelaar. En had u op deze site dit onderwerp gekozen, als u niet zelf verzamelaar zou zijn?

Één ding is zeker: verzamelaars zijn geen echte uitzonderingen. Er zijn onderzoeken geweest, waarbij werd nagegaan hoeveel verzamelaars (van boven de 15 jaar) ons landje telde. 

In "Verzamelen is ook een kunst"  stond, dat er dat er al in 1977 maar liefst 780.000 waren (en dat op een totale bevolking van toen zo'n krappe 13 miljoen inwoners). In datzelfde boek staat ook, dat postzegels toen de absolute nummer één vormden, gevolgd door munten, suikerzakjes, ansichtkaarten, sigarenbandjes en lucifermerken.

Verzamelen is zo oud als de mensheid

Als we de gangbare opvattingen over de geschiedenis moeten geloven, was verzamelen een van de eerste mogelijkheden om aan voedsel te komen. Onze verre voorvaderen liepen door bos en veld, plukten de vruchten of zochten de wortels, waarvan ze redelijkerwijs konden aannemen dat ze eetbaar waren en hadden daar zowat een dagtaak aan. Dat verzamelen was een eerste levensbehoefte; immers: niet verzamelen betekende onherroepelijk honger lijden.

Zaken die we ook nu nog in verzamelaarkringen tegenkomen zullen ongetwijfeld ook in die vroege prehistorie zijn voorgekomen. Ik schat onze voorvaderen al verstandig genoeg in, om, als men kon kiezen tussen een appel met een flinke bruine vlek en een gave appel, er toch maar het beste exemplaar uit te kiezen en het mindere exemplaar voor een "andere verzamelaar" over te laten. Misschien schuilt iets van die opvatting nog in ons allemaal. Misschien is verzamelen wel heel menselijk.

Werkend met jonge kinderen merk je, dat in veel ontwikkelingsstadia en leeftijdfasen van het kind het verzamelen een rol speelt. Dan heet het weliswaar "sparen", maar het komt toch op hetzelfde neer. Kijk eens naar een kind van pak weg een jaar of zeven, dat langs de vloedlijn van het strand wandelt. Het kijkt de ogen uit en raapt schelpen op, vergelijkt ze - al of niet bewust - gooit kapotte exemplaren weg en bewaart de meest gave schelpjes. Het probeert ook verschillende exemplaren te vergaren. 

En deze (toch redelijke goedkope) souvenirs worden als een schat bewaard. Het boterkuipje of boterhamzakje waarin ze bij elkaar gemikt worden wordt mee naar huis genomen, ze worden herhaaldelijk uitgestald en niet zelden mee naar school gebracht om ze aan leerkracht en klasgenootjes te tonen. Een enkeling gaat daarbij verder, vaak door de ouders gestimuleerd. Er wordt een oude letterbak van zolder gehaald of opa wordt aan het timmeren gezet, de schelpjes worden genummerd en soms gaat men in de bibliotheek een boekje zoeken, aan de hand waarvan de namen van de schelpen achterhaald kunnen worden. 

Hetzelfde fenomeen doet zich voor met stenen (gewone kiezelkeien die ze op straat vinden), plaatjes van zeehondjes die uit tijdschriften worden geknipt, speelgoedauto's die heel gericht worden gevraagd aan Sinterklaas of bij verjaardagen en ga zo maar door. Maar ook de meer gewone dingen, zoals postzegels en suikerzakjes worden door de basisschooljeugd volop verzameld. Iets later volgen - vooral bij jongens - zaken met betrekking tot de favoriete voetbalclub. Is het kind wat ouder geworden, dan zijn het vaak foto's van bekende tieneridolen en de geluidsdragers die ze voortbrengen, die tot een al dan niet grote verzameling dreigen uit te groeien.

Vervolgens wordt voor de meesten alles een tijdlang rustig. In het gunstigste geval blijft de verzameling ergens ingepakt bewaard, maar er zijn van die ouders die in plotselinge aanvallen van opruimwoede dozen vol verzamelde zaken bij het oud-papier of naar de vlooienmarkt van de plaatselijke jeugdvereniging brengen.

Bij veel mensen komt er een tijd, dat ze de draad van het verzamelen weer oppakken. Directe aanleiding kan van alles zijn. Schoolvoorbeelden zijn er te over; de jongedame die bij het opruimen van de zolder van de ouderlijke woning een oud plakboek uit haar jeugd terugvindt en weer aan de slag gaat. De jongeman die een lang verloren gewaande Dinky-Toy terugvindt en probeert ook de andere exemplaren die hij in zijn jeugd bezat er weer bij te vinden en zo voort. Voor wat mezelf betreft kan ik de zaak aardig reconstrueren.

Zelfportret van zo'n verzamelaar

Toen ik naar de mulo ging, vond ik mezelf toch wel "te groot" om nog met autootjes te spelen. Mijn moeder had een goede bestemming voor de dozen vol Matchbox, Dinky en Corgi, namelijk een wat minder bedeeld buurjongetje.

Mijn treinbaantje hield ik. Dat durfde ik nog net, want ik had eens ergens gelezen, dat ook volwassenen zich niet schaamden daarmee te spelen. Tijdens een vakantiereisje ontdekte ik in Monschau een brandweerkazerne van Faller, in schaal HO. Die had ik nog niet op mijn treintafel, dus werd deze - met een bonus van mijn ouders - direct aangeschaft. Nou hoorde in mijn optiek bij zo'n kazerne ook een brandweerwagen en dus werd de Wiking 'Rundhauber' aangeschaft, van mijn eigen geld, maar ja, die rijksdaalder die dat ding toen kostte kon ik nog net opbrengen. Toen de kazerne in elkaar gezet was en het voertuig erin geplaatst diende te worden, bleek het niet eens te passen. De brandweerauto was te lang. Zelfs na de ijlings verrichte amputatie van de haspel paste alles nog maar nauwelijks. Dus haastig naar de winkel op de hoek gegaan, waar een Merrywheather autospuitje van Matchbox werd gekocht en warempel: die paste wel. Maar goed ook, want zo'n mooie Wiking naast zo'n toch veel grovere Matchbox oogde van geen kanten.


De verzameling brandweerauto's was (weliswaar ongemerkt) geboren, want vervolgens werden de Wiking autoladder, het VW busje, een Mercedes dienstauto en in een later stadium de dito hulpverleningswagen met kraan aangeschaft, omgeven door brandweermannen in Amerikaanse outfit van Merten, de enige die ik kon kopen in mijn toenmalige treintjeswinkel. Mijn trein, waarbij toch zeker dertien gebouwen stonden, was met die zes brandweervoertuigen (waarvan de meeste alleen nog vóór de kazerne een  plaatsje vonden) goed beveiligd.

Het zal zowat een jaar later geweest zijn, toen het brandrisi¬co op de treintafel ernstig verhoogd werd door de bouw van een overlaadstation voor aardolieproducten. De winkelier die mij het geheel verkocht, raadde mij aan behalve een tankwagen toch zeker zorg te dragen voor de brandbeveiliging ter plaatse en liet mij vol trots een Unimogje zien, waarop een vreemd soort ketel stond. Wist ik veel wat het voorstelde, maar ja, de auto was wel rood en hij had een blauwe zwaailamp, dus het zou wel een brandweerwagen zijn. Kopen dus!

Datzelfde jaar ging Wiking over van 'Rundhaubers' op 'Eckhaubers' en deze mogelijkheid tot modernisering van mijn brandweerkorps liet ik mij niet ontgaan. En zo is het eigenlijk verder gegaan, tot de treintafel werd opgeruimd. De reden? Ach, ik werd weer wat ouder, ging zelfs voor het eerst naar een gemengde school en (wie mij kent gelooft dit niet) ik nam wel eens meisjes uit de klas mee naar huis. De plaats waar eerst de trein stond werd nu mijn "bedstede", afgeschermd door een gordijn, want dames ontvangen en het bed al klaar hebben staan, dat kon toen toch werkelijk niet in mijn optiek. 

De rest van mijn werkelijk riante ‘studeer-‘kamer werd voorzien van boekenkasten, een bureau en een zithoekje. Maar boven mijn bureau zat een plank, waarop al mijn (ongeveer 25) brand-weerautomodellen een plaatsje hadden gevonden.

Op zekere dag woei de tv-antenne bij ons van het dak en omdat er voldoende gevaar aanwezig was dat een volgende windstoot de antenne naar beneden zou doen vallen en daarbij onschuldige passanten door de antenne of eventueel door die antenne meegesleurde dakpannen geraakt zouden worden, kwam de brandweer het onding van het dak afhalen. Men had het verschrikkelijk druk en de manschappen van de autospuit en de autoladder werden over onze straat, waar verschillende huizen schade hadden opgelopen, verdeeld. Bij ons huis kwamen twee brandweerlieden, die zich via de dakkapel op mijn kamer, op het dak wilden begeven. Die zagen de brandweerwagentjes boven het bureau staan en plotseling werd er een heleboel versterking opgeroepen. Iedereen kwam even kijken naar die 'verzameling' en achteraf gezien is dat de stimulans geweest, om maar gewoon stug verder te gaan met de hobby.

Aanvankelijk was dat goed bij te houden; Wiking bracht niet zo heel vaak wat nieuws uit en voor het overige was je aangewezen op Matchbox, Husky (later Mini-Corgi) en Majorette. Want ik vond wel, dat de autootjes een beetje bij elkaar moesten passen (qua schaal).

Op de pedagogische academie, waar men wanhopig trachtte mij een vak bij te brengen, was een chronisch tekort aan lokalen. Iedereen wilde toen nog leraar worden. De tijden zijn veranderd. Gezien het feit dat de overburen (zijnde: de brandweerkazerne) nog wel een slaap¬zaal over hadden, kregen we daar voortaan gedurende enige uren per week les.

Hoe het kan weet ik niet, maar telkens als de gong luidde (die toen nog het intern alarm aangaf) moest ik plotseling dringend naar het toilet. Het uitrukken van brandweerlieden was vele malen interessanter dan de lessen muziek en dramatische vorming. De betreffende leraren beseften dat gelukkig ook en lieten de natuur zijn gang maar gaan.

De nog in de kazerne aanwezige brandweerlieden wisten ook precies hoe ze mijn (in de ogen van sommigen negatief) gedrag moesten versterken. Op zekere dag nam een van hen mij mee naar de centrale, stelde mij voor aan de centralist en liet een en ander zien. Vervolgens kwam de rest van de kazerne aan de beurt (inclusief de remise) en vanaf dat tijdstip wist ik, wanneer we les hadden in de brandweerkazerne, binnen no time wat er aan de hand was, welke actie ondernomen werd etc. De hobby kreeg steeds weer nieuwe impulsen.

Toen ik eenmaal van school af was en zelfs een baan kreeg bleef de belangstelling voor de brandweer groeien. Enkele vaders van kinderen in mijn klas waren brandweerman en van die situatie maakte ik dankbaar gebruik. Zoals in heel het leven geldt dat ook voor een hobby: het gaat er niet om WAT je kent, maar WIE je kent. Ik ben tijdens heel wat weekends gastvrij op de brandweerkazerne ontvangen en de kiem voor de verzameling brandweerlectuur en -literatuur werd daar gelegd. Op enig moment krijg je een brandweerhelm cadeau en voor je weet verzamel je ook dit soort attributen. Je schrijft wat brieven naar grote brandweerkorpsen over de grens, je krijgt antwoord en soms een schouderpatch en jawel: de kiem voor een nieuwe deelcollectie is gelegd. Begin je eenmaal, dan is het einde gauw zoek.

Aanvankelijk heb je sterk de indruk dat je de enige 'malloot' bent die zich bezighoudt met zo iets vreemds als de brandweer. Maar dan ontmoet je (in een brandweermuseum) iemand, die ongeveer hetzelfde verzamelt als jij. Die nodigt je bij zich thuis uit en daar ontdek je andere accenten en facetten van de hobby. Tijdens een bezoek aan een 'open dag' in de, toen nog zeer beperkte, brandweerkazerne van Nijmegen kom je weer anderen tegen en als je dan na enige tijd op de RAI in Amsterdam tijdens een der fameuze brandweer-RAI's een tafeltje ziet staan, waaraan een van je bekende medehobbyisten zit om leden te werven voor een vereniging van verzamelaars op brandweergebied, och ja, dan weet je wel beter. Je staat niet alleen met je hobby, je bent met velen. Maar daarover later meer.

Waarom verzamel je?

Die vraag wordt vaak gesteld, vooral door (die overig niet zo talrijk zijnde) mensen die zelf niets verzamelen. Over het antwoord moest ik vaak lang nadenken. Maar er zijn zoveel interne en externe factoren die hierin een rol speelden en spelen, dat je het antwoord niet zomaar één-twee-drie kunt geven.

Goed, ik begon met mijn treintje waarop een paar brandweerwagentjes stonden. Maar waarom nu juist die brandweerwagens zo'n overheersende rol speelden en niet bijvoorbeeld taxi's of autobussen. Ik weet nog uit mijn zeer vroege jeugd te herinneren, dat ik bij opa achterop de fiets naar een brand ging kijken, maar of dat nu echt de "trigger" is geweest...?

Dat onverwachte bezoekje van brandweerlieden waarover in het bovenstaande gesproken wordt, heeft ongetwijfeld invloed gehad, evenals het feit dat de pedagogische academie nu juist in de brandweerkazerne leslokalen afhuurde; maar was dat een reden om stevig door te gaan met verzamelen? Al mijn collega-studenten zijn (gelukkig) toch ook niet brandweer-attributen gaan verzamelen. Er moet een tijdstip zijn geweest, waarop ik besloot om door te gaan met het verzamelen van speelgoedbrandweerautootjes, maar waarom ik op dat moment niet gewoon gestopt ben...? Was (en is) er sprake van een zekere vorm van verslaving?

Antwoorden vond ik eigenlijk pas in een van de leukste boekjes die over het verzamelen gaan. Daarin las ik onder meer de volgende passages, die ik u niet wil onthouden. De motieven en de motivering voor het verzamelen kan ik zelf zo mooi niet weergeven. Het is voer voor psychologen.

"In de literatuur worden diverse redenen gegeven: macht, prestige, hebberigheid, esthetiek, traditie, geloofsijver, kennisdrift, hobbyisme, geldbelegging en aanzien. Voor ieder mens is de intentie van het verzamelen anders. De drang tot verzamelen schijnt voort te komen uit impulsen van het onderbewustzijn en valt moeilijk logisch te beredeneren. Dikwijls wordt gesteld dat een zekere geldingsdrang de basis van het verzamelen vormt, als tegenwicht voor onzekerheden en/of frustraties. Voor sommige mensen zal dit zeker gelden. Voor anderen is het echter minder van toepassing. Velen verzamelen om de esthetiek van het voorwerp en bestuderen ze met meer dan geïnteresseerdheid."

Ook spreekt de schrijver over 'sociaal-psychologische' en 'waarnemingspsychologische' aspecten van het fenomeen verzamelaar. Voor wat betreft die eerste geeft hij een soort wedstrijdelement weer. Hij spreekt over "allerlei processen, waarbij mensen zich als het ware aan elkaar meten. Een verzameling geeft status: wie een aardige collectie heeft opgebouwd, komt in een hiërarchie terecht. Je hebt meer bereikt dan sommige andere verzamelaars, maar je bent nog lang niet zover als de echte kopstukken op jouw gebied.


Ook de verworven kennis geeft status: bezitters van tamelijk kleine verzamelingen kunnen toch door anderen erkend worden als expert op een bepaald deelgebied.

Verzamelaars komen ook bij elkaar in meer of minder formeel georganiseerde gezelschappen.
Een verzameling geeft niet alleen prestige, maar is soms ook het toegangskaartje waarmee men in gezelschappen kan komen waar men anders niet binnen zou raken. Zonder diploma's (...) krijgt de verzamelaar toegang tot elites; dat kan op zichzelf weer stimulerend zijn."

Als de schrijver het over de waarnemingspsychologische aspecten heeft, geeft hij ook enkele goede argumenten aan om maar door te gaan met de opbouw van een collectie.

"De ordening die in een verzameling is aangebracht, laat zien dat er nog bepaalde stukken ontbreken. Elke verzameling vertoont 'gaten'. Maar zodra een nieuw stuk is verworven, bedoeld om de leemte te vullen, kan het nodig blijken om een eerder gemaakte ordening te herzien. Door nieuwe aanwinsten kunnen opeens weer andere aspecten van een verzameling als belangrijk of interessant naar voren springen." En wat denkt u hiervan:

"Een verzameling is een raadsel waarvan de oplossing uit nieuwe raadsels bestaat."

De eerlijkheid gebied mij te zeggen, dat ik mij in die laatste passages aardig kan terugvinden. Vooral het sociale element speelt voor mij een best belangrijke rol. Juist door je verzameling heb je zowel binnen als buiten de brandweer een enorm aantal kennissen en echte vrienden leren kennen, waar velen jaloers op mogen zijn.

Inderdaad, doordat je niet stomweg spaart en vergaart, maar ook vaak (vak)literatuur bestudeert en met deskundigen spreekt, doe je toch een redelijke hoeveelheid kennis over je favoriete onderwerp op. En ja, het is nou eenmaal zo: hoe meer je studeert op een bepaald onderwerp, hoe meer vragen je voorgeschoteld krijgt waarop je ook weer antwoorden probeert te vinden.

Daarenboven vind ik, dat iedereen die zich met de brandweer bezighoudt - in welke vorm dan ook - een belangrijke bijdrage levert aan het bewaren van de geschiedenis van de brandweer. En gezien het feit, dat het heden en de daaruit volgende toekomst nu eenmaal onlosmakelijk met dat verleden (die geschiedenis) verbonden zijn, dragen wij verzamelaars met zijn allen misschien nog wel een behoorlijk steentje bij aan de vormgeving van de brandweer in de verre toekomst.


Bron:

De ene verzamelaar is de andere niet

Auteur: H.R. Tupan
Assen 1986, Provinciaal Museum van Drenthe
Museumfonds publicaties: 13
ISBN 90-70884-10-0

Meest bekeken: Korpsen

Meest bekeken: Voertuigen

VBB nieuwsbrief


Meest recente verslagen



Minisymposium WBH

Datum verslag: 14-12-2018 23:11:00

Verslag FTT Friesland

Datum verslag: 14-9-2018 19:38:00

Zonovergoten toertocht in Gelderland

Datum verslag: 20-7-2018 20:14:00

Voorjaarsexcusie 2018

Datum verslag: 23-6-2018 15:34:00

Fototoertocht Kennemerland

Datum verslag: 26-4-2018 23:33:00

Voorjaarbijeenkomst afdeling fotografie

Datum verslag: 2-4-2018 00:04:00

Dag van de brandweergeschiedenis 2018

Datum verslag: 12-3-2018 19:04:00

Landelijke VBB-DAG op 10 maart

Datum verslag: 10-1-2018 23:17:00

Mini-symposium WBH ... alweer een succes

Datum verslag: 10-12-2017 12:18:00

Alweer zo'n mooie excursie

Datum verslag: 13-11-2017 10:10:00

Kom met de VBB in contact!

Naam:
E-mailadres:
Bericht: